Agrariërs aan de bak voor voldoende en schoon water
Samenvatting
De beschikbaarheid van voldoende en schoon water voor de landbouw wordt vaak nog gezien als een historisch recht. Door toenemende schaarste van natuurlijke hulpbronnen en de gevolgen van klimaatverandering is het belangrijk dit perspectief binnen de landbouw te herzien. Het is een verantwoordelijkheid waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan.
Agrariërs hebben in Nederland altijd toegang gehad tot water om hun gewassen te irrigeren en hun vee te verzorgen. In landbouwgebieden worden de peilen in het voor- en najaar aangepast, zodat agrariërs met hun machines het land op kunnen. Ook worden in kustgebieden sloten doorgespoeld om verzilting tegen te gaan. Het watersysteem is door de tijd heen steeds verder aangepast aan ons (economisch) gebruik. Dit was ook feitelijk de opdracht die waterschappen altijd gehad hebben.
Het adagium is al heel lang ‘(water)peil volgt functie’. In een landbouwgebied wordt het waterbeheer afgestemd op de landbouwfunctie, en in natuurgebieden op de natuurfunctie. De landbouw heeft van oudsher een grote stem in het lokaal organiseren van het watergebruik in de vele waterschappen die er in Nederland waren. Niet voor niets heeft de landbouw, net als een aantal andere belanghebbenden, nog steeds geborgde zetels in het waterschap. Dat heeft ook zijn nut, omdat de landbouw zo’n 54 procent van de totale oppervlakte van Nederland beslaat en daarmee een grote gebruiker is van grond en het bijbehorende watersysteem.1
Van ‘peil volgt functie’ naar ‘functie volgt peil’
De hedendaagse realiteit schildert een ander beeld. Het aandeel van landbouw in ruimtelijke zin neemt af, onder meer door toenemende verstedelijking en de aanleg van meer natuurgebieden, bedrijventerreinen en zonneparken. De beschikbaarheid van schoon water neemt af door vervuiling, overexploitatie en klimaatverandering. Het Adviescollege Stikstofproblematiek van Remkes concludeerde dan ook in 2020 dat niet alle economische activiteiten onbeperkt kunnen doorgaan zonder rekening te houden met stikstofuitstoot en de impact op de natuur.2 Dat zie je ook terug in de discussie die speelt rondom het adagium ‘peil volgt functie’. Er zijn steeds meer mensen die toe willen naar ‘functie volgt peil’. Moeten we in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland bodem, water en landschap niet leidend maken?3 Dus niet meer ons waterbeheer voortdurend aanpassen aan de economische functie die we een bepaald gebied willen geven, maar juist aan de andere kant durven beginnen: voor welk economisch gebruik is dit gebied eigenlijk geschikt? Als we nieuwe wijken willen bouwen, moeten we dat dan wel doen in de diepe veenweidepolders in het Groene Hart? Als je uitgaat van ‘functie volgt peil’ is het antwoord simpel: nee, niet doen! Maar dat ‘niet alles kan’ geldt ook breder. Bij water gaat het niet alleen om de hoeveelheid grond- en oppervlaktewater – en daarvan afgeleid ook drinkwater –, maar ook om de kwaliteit ervan. Hoewel de waterkwaliteit sinds de jaren zeventig verbeterd is, zijn er ook allerlei nieuwe vervuilingen door opkomende schadelijke stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en pfas, die de waterkwaliteit en het leefmilieu in het watersysteem belasten.
Al lang wordt de druk gevoeld dat de landbouw en de tuinbouw meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Dus minder uit- en afspoeling naar grond- en oppervlaktewater van stikstof, fosfaat en resten van gewasbeschermingsmiddelen. Hierin is al veel verbeterd, maar we zijn er nog niet. Vooral rondom gewasbeschermingsmiddelen wordt de druk steeds groter, omdat een verband gelegd wordt met de gezondheid van de mens.
Tegelijkertijd groeit het besef in de land- en tuinbouw zelf dat waterkwaliteit ook van groot belang is om gezonde gewassen te kunnen verbouwen en om te waarborgen dat vee dat oppervlaktewater drinkt kan beschikken over veilig oppervlaktewater. Daar waar boeren en tuinders aangesproken worden op de waterkwaliteit in hun omgeving, gaan ze er steeds vaker toe over om diezelfde vraag terug te stellen over medicijnresten en pfas.
De vraag die we ons nu moeten stellen is: laten we die vragen en wedervragen leiden tot een patstelling, of gaan we samen aan de slag om de waterkwaliteit te verbeteren? Het zou goed zijn om als agrarische sector in gebieden waar structureel problemen zijn de handschoen op te pakken, en de uitdaging samen aan te gaan, over sectoren heen. Er is meer dan voldoende expertise beschikbaar bij waterschappen en andere kennispartijen over waar de grootste knelpunten zitten, maar het vraagt lef om je open te stellen, van elkaar te leren en elkaar aan te spreken op wat beter kan. Het gaat vaak nog om betere bewustwording op details die op het eerste oog onschuldig lijken, zoals het buiten laten staan van een spuitmachine als het regent. Zo zijn er veel kleine voorbeelden te benoemen, die samen nog steeds behoorlijke invloed hebben op normoverschrijdingen.
Ook klimaatverandering heeft invloed op de beschikbaarheid van water en het watersysteem in Nederland. Het KNMI laat in zijn klimaatscenario’s zien dat het weer onvoorspelbaarder wordt richting 2040.4 Hogere temperaturen leiden enerzijds tot meer verdamping en anderzijds tot een grotere watervraag, zowel door landbouw als door consumenten. Ook veranderen de weerpatronen. Steeds vaker zijn er mijlpalen in de statistieken. Zo was 2024 een extreem nat jaar ten opzichte van het langjarig gemiddelde, en was maart 2025 de droogste maand sinds het begin van de waarnemingen. In winter en najaar wordt het mogelijk natter, en in het groeiseizoen zal vaker sprake zijn van langere droge periodes. Hierop wordt het watersysteem nu al aangepast, bijvoorbeeld door in natte periodes overtollig water de ruimte te geven in overloopgebieden, en door water beter en langer vast te houden op droge plekken.
Agrariërs hebben een cruciale rol in het behoud van voldoende schone waterbronnen
Oogstrisico’s nemen door de klimatologische ontwikkelingen toe. Doordat deze effecten direct door de land- en tuinbouw gevoeld worden in de portemonnee, zien we dat hier al veel op geacteerd wordt. Het gaat dan vooral om klimaatadaptatie, dus om het omgaan met veranderende omstandigheden. Daar zijn onze boeren en tuinders goed in. Beter bodembeheer, andere gewassen, het aanleggen van zoetwaterbassins, het aanleggen van druppelirrigatie: allemaal voorbeelden die al toegepast worden.
Van uitvoering naar politieke keuzes door het waterschap
Agrariërs hebben door hun omvangrijke landgebruik een cruciale rol in het behoud van voldoende schone waterbronnen. Het is hun plicht om duurzame landbouwpraktijken toe te passen die de waterkwaliteit beschermen, juist omdat een goede waterkwaliteit ook in hun eigen belang is. Het is dan ook terecht dat boeren en tuinders ook anderen aanspreken op hun plicht om te zorgen voor schoon water. Wat betreft waterkwantiteit ligt er natuurlijk ook een taak voor iedere ondernemer die grond beheert. Dat begint bij een gezonde bodem, want die kan veel meer water vasthouden en vormt zo een buffer voor droge perioden. Maar in tijden van extreme regen zal landbouwgrond misschien wel juist ingezet moeten worden als overloopgebied. Er zijn veel mogelijkheden, die lang nog niet altijd voldoende worden benut, om op bedrijfsniveau beter te handelen met het oog op waterkwantiteit en -kwaliteit:
- andere gewassen telen, die beter tegen droogte kunnen;
- besparen door minder te gebruiken. Sensoren en monitoringsystemen kunnen agrariërs helpen om hun watergebruik te optimaliseren. Drones en satellietbeelden kunnen worden gebruikt om de gezondheid van gewassen en de bodemvochtigheid te monitoren;
- efficiënter gebruiken: geen haspels meer voor beregening, maar druppelirrigatie;
- hergebruiken: meer circulair watergebruik in glastuinbouw, ook door terugwinnen van nutriënten uit gietwater;
- was- en spoelplaatsen aanleggen voor het schoonmaken van landbouwmachines, om erfemissies te beperken;
- precisietechnieken gebruiken voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen en bemesting;
- vanggewassen telen om uitspoeling van nutriënten tegen te gaan;
- verhogen van het watervasthoudend vermogen van de bodem;
- toepassen van (ondergrondse) wateropslagsystemen.
Het waterschap beweegt van een uitvoerende overheid naar een overheid die politieke keuzes moet maken
Daarnaast is er het watersysteem rondom het bedrijf heen, zoals dit speelt in alle polders in Nederland waterland. Er is sprake van een continue belangenafweging: wat is er nodig voor veiligheid, economisch gebruik door agrariërs, welke hoeveelheid en kwaliteit is er nodig voor andere economische sectoren, voor natuur en de bebouwde omgeving? De rol van waterschappen wordt hiermee groter en belangrijker, want een deel van al die afwegingen vindt daar plaats. Daarmee beweegt het waterschap van een uitvoerende overheid naar een overheid die politieke keuzes moet maken.
Dit leidt af en toe tot onbegrip bij partijen die waterschappen nog steeds zien als een uitvoerende organisatie met als enig uitgangspunt ‘peil volgt functie’. Om verder te komen is het belangrijk om niet verstrikt te raken in polarisatie, maar in plaats daarvan de complexiteit onder ogen te zien en samen op gebieds- en regionaal niveau op zoek te gaan naar passende antwoorden in de discussie van ‘peil volgt functie’ vs. ‘functie volgt peil’. Zo kan per gebied worden bekeken wat nodig is en wat passend is om een toekomstbestendig systeem te creëren.
Van recht naar plicht
Het is tijd om het idee van water als een historisch recht te vervangen door het besef dat het een verantwoordelijke plicht is om samen aan een toekomstbestendig watersysteem en watergebruik te werken. Dat geldt voor de land- en tuinbouw, maar eigenlijk voor ons allemaal. Het afwegen van risico’s is de kern van bankieren. Vanuit bancair perspectief wordt gekeken naar uitdagingen/risico’s die op de bank en op klanten afkomen. De voornoemde wateruitdagingen worden meegenomen bij risicoafwegingen op het domein van klimaat en natuur en zullen naar de toekomst toe ook steeds meer onderdeel worden van de kredietverlening, waarbij dan een bedrijf dat lagere risico’s loopt omdat het al stappen heeft gezet om zijn impact op water en natuur te verkleinen, gunstiger financieringsvoorwaarden krijgt.
Het gemak waarmee wij allen kunnen beschikken over voldoende en schoon water maakt dat velen de urgentie niet voelen die er feitelijk wel is. Dat water spotgoedkoop is, helpt daarbij niet.
In de land- en tuinbouw zie je dat ondernemers direct in actie komen op het moment dat ze ervaren dat waterbeschikbaarheid niet altijd vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld als er een beregeningsverbod wordt ingesteld in een langere droge periode. Dan voelen ze de gevolgen direct in hun portemonnee en denken ze na over maatregelen. Dit laatste zien we als bank ook steeds vaker terug in investeringsaanvragen.
Voor slechte waterkwaliteit is dit lastiger, omdat deze grotendeels onzichtbaar is; daardoor gaan we de druk pas voelen als het al te laat is. Dit laatste zie je ook terug in de landbouw: de urgentie om echt actief in te zetten op waterkwaliteit is lager dan die op waterkwantiteit. Domweg omdat we de gevolgen nog niet direct aan den lijve ondervinden. Maar willen we daarop wachten? Dat lijkt mij niet verstandig. Aan de slag dus om waterkwaliteit hoger op de agenda te krijgen; uit welbegrepen eigenbelang.
Artikel in het kort:
- Agrariërs kunnen veel doen om de waterkwaliteit te verbeteren, maar terecht stellen ze ook wedervragen over medicijnresten en pfas
- Het bodemgebruik moet meer in balans komen met het klimaat en het water
- Boeren en tuinders zijn er goed in zich aan te passen aan wateroverlast of droogte; diezelfde daadkracht is nodig inzake waterkwaliteit, hoewel de urgentie daaromtrent nu nog minder wordt gevoeld in de portemonnee
- Banken kunnen gunstiger financieringsvoorwaarden bieden aan bedrijven die verantwoord omgaan met klimaatverandering en vervuiling
Noten
- 1.Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), ‘Hoe wordt de Nederlandse bodem gebruikt?’, Nederland in cijfers 2021. Zie https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2021/hoe-wordt-de-nederlandse-bodem-gebruikt/
- 2.Adviescollege Stikstofproblematiek, Niet alles kan overal. Eindadvies over structurele aanpak op lange termijn. Amersfoort: Adviescollege Stikstofproblematiek, 8 juni 2020, ‘Hoofdlijn advies’, pp. 1-5.
- 3.Mark Harbers en Vivianne Heijnen, Water en Bodem sturend (Kamerbrief). Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 25 november 2022.
- 4.Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI’23-klimaatscenario’s voor Nederland (KNMI-publicatie 23-03). De Bilt: KNMI, 2023.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

