Water als bron van een toekomstbestendige leefomgeving
Samenvatting
We moeten niet langer water en bodem inrichten op onze wensen, maar veel meer onze wensen in lijn brengen met de mogelijkheden van water en bodem. Door klimaatverandering zijn droogte en wateroverlast toegenomen, wat vraagt om anders omgaan met water: vasthouden in plaats van afvoeren, vervuiling voorkomen in plaats van zuiveren. Samenwerking tussen sectoren is cruciaal. Investeren in waterbeheer en klimaatadaptatie is kostbaar, maar noodzakelijk om toekomstige generaties een veilige, gezonde en leefbare omgeving te bieden. Rentmeesterschap en langetermijndenken staan centraal.
Dit verhaal gaat niet over water. Dit verhaal gaat over de toekomst van onze omgeving. Over de toekomst van Nederland. Over het Nederland van onze kinderen en kleinkinderen.
De watertransitie
De aan Johan Cruijff toegeschreven wijsheid ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’ gebruik ik veel om aan te geven hoe het werk van het waterschap in de afgelopen jaren is veranderd. We zijn gaan inzien dat een wezenlijk andere omgang met ons water nodig is, omdat zonder schoon water geen gezond leven mogelijk is; en bovendien dat wij als waterschap niet alleen de mensen tegen het water moeten beschermen, maar ook het water tegen de mensen.
En als je dit eenmaal doorhebt, zie je de ingesleten patronen in onze omgang met water. Patronen waarbij water als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Zeker in onze delta in Noordwest-Europa, waar menige rivier zijn weg naar de zee vindt. De wens om droge voeten te houden leidde er eeuwenlang vooral toe dat aanwezig water moest worden afgevoerd. En was water ongewenst afwezig, dan werd dat watertekort opgelost door grondwater op te pompen. Water dat stroomde, vervuilden we door wat we erin deden. En water dat vervuild was, bleef vervuild doordat we nalieten de vervuiling eruit te halen. Omdat water zo goedkoop en vanzelfsprekend was, was er geen prikkel om in dat water te investeren en er verantwoordelijk mee om te gaan. Terwijl schoon en gezond water zo’n kostbaar goed is, en wereldwijd tot menig conflict heeft geleid.
Toen wij als Waterschap De Dommel, het waterschap in het zuidoosten van Brabant, aan de slag gingen met ons Waterbeheerprogramma, waarin we voor de periode 2022-2027 onze beleidsambities verwoordden, begonnen we met de volgende vraag: ‘Wat zijn eigenlijk onze drijfveren? Waarom doen we wat we doen?’ We spraken de ambitie uit om te komen tot een watertransitie, en te werken aan een klimaatrobuuste, toekomstbestendige leefomgeving. De watertransitie is een echt andere omgang met het water, en betekent feitelijk een draai van 180 graden op de hoofdtaken van het waterschap. Water en bodem worden sturend. We passen niet langer het waterpeil aan op de functies of teelt die we hebben bedacht, maar laten de functies aansluiten op het water- en bodemsysteem. Niet langer leggen we de nadruk op water afvoeren, maar juist op water vasthouden. Liever dan vuil water te zuiveren, willen we schoon houden wat schoon is. Zo’n draai van 180 graden van een bestaand systeem gaat niet ineens. Sterker nog, we denken dat we hier een generatie voor nodig hebben, en dus projecteren we onze ambitie op het jaar 2050. Van daaruit stellen we de vraag in het nu: wat moeten we nú doen om vandaag al stappen in de gewenste richting te zetten?1
Sinds ik in 2019 ben gestart als watergraaf bij Waterschap De Dommel, hebben we drie extreem droge jaren gehad – 2019, 2020, 2022 –, één jaar met een nationale ramp op luttele kilometers van ons gebied – 2021, Valkenburg en omgeving –, en twee jaar met ongekende hoeveelheden neerslag – 2023, 2024. Want wat gebeurt er allemaal ‘buiten’? Klimaatverandering is niet langer een begrip van ‘ver weg’, ‘ooit’ en ‘later’, maar van ongekende, niet eerder vertoonde weertypes en bijbehorende overlast en gedoe. Als de afgelopen jaren ons iets hebben getoond, dan is het dat ons beheergebied niet goed bestand is tegen deze weersextremen. In ons gebied beschikken wij niet over grote gemalen die we kunnen inzetten als het te nat wordt. Wij hebben ook geen aansluiting op het IJsselmeer om juist water in te laten als het extreem droog is. Wij moeten het in ons bekenlandschap zien te redden door mee te bewegen met de natuur. Maar als de natuur zo grillig is, en het ene extreem het andere opvolgt, dan is meebewegen wel heel ingewikkeld.
Onze focus moet niet gericht zijn op het voldoen aan normen, maar op het voorkomen van vervuiling
Water en bodem sturend
Het bekenlandschap in Brabant heeft zich in honderden jaren gevormd in een van oorsprong drassig gebied, waarbinnen de afgelopen eeuwen boeren, steden en natuur hun weg en uitbreiding zochten. Wat in eeuwen is ontstaan en gecreëerd, kunnen we niet van de ene op de andere dag omturnen, waarbij functies worden opgeheven of weggedacht. Zeker niet omdat die functies in ons gebied heel verweven en continu in beweging zijn. Denk maar eens aan de uitdagingen in de agrarische sector, de opgaven rond kwetsbare natuurgebieden als de Loonse en Drunense Duinen, de Kampina of de Groote Heide, of de razendsnelle ontwikkelingen in de Brainport rond Eindhoven.
Ik heb goede en oprechte hoop dat het ons gaat lukken om tegenstellingen te overbruggen. Te vaak wordt dit gesprek gevoerd vanuit tegengestelde belangen: de boeren tegen de natuur. En even vaak wordt gewezen op de grote invloed van boeren op het beleid van waterschappen. Maar ik geloof juist in het op lokale en regionale schaal bij elkaar brengen van tegengestelde belangen. Niet door ze te laten botsen, maar door ze te verbinden. Mijn vingers jeuken als ik deze kansrijke puzzelstukjes – soms letterlijk – op tafel zie liggen. En misschien ben ik optimistisch als ik zeg dat het ons gaat lukken, maar ik geloof erin. We kunnen met elkaar – grondeigenaren, provincie, natuurpartners, gemeenten – de ‘puzzel’ leggen.
Waar we dit goed doen, is bijvoorbeeld in Van Gogh Nationaal Park. In dit nationaal park nieuwe stijl, dat een groot deel van onze provincie omvat, zitten alle belanghebbenden aan tafel en hebben de visie van Van Gogh Nationaal Park ondertekend. Samen zien we een toekomst voor agrarisch ondernemers, ruimte voor natuur en uitbreiding van het stedelijk gebied. In elkaar verweven, maar op een manier die niet ten koste gaat van de omgeving, maar hier juist een bijdrage aan levert. Op deze manier kan het.
Wat schoon is, moet schoon blijven
Ook op het gebied van waterkwaliteit is een radicale omslag nodig. Steeds vaker valt te horen hoe de Kaderrichtlijn Water (KRW) ons land op slot kan zetten, zoals de tekortschietende stikstofaanpak dat al heeft gedaan. Maar los van de vereisten van de KRW: als we het principe ‘wat schoon is, moet schoon blijven’ vooropzetten, dan past een andere aanpak. Zeker richting 2050. Onze focus moet niet gericht zijn op het voldoen aan normen, maar steeds meer op het voorkomen van vervuiling.
Op dit moment is het zo dat met de rioolwaterzuiveringen het vuile rioolwater wordt gezuiverd, maar nog niet écht schoongemaakt. Terwijl het technisch al wel mogelijk is om het vuilste water terug te zuiveren tot drinkwaterniveau. Reden dat dit niet al op grote schaal gebeurt, is dat dit gepaard gaat met zeer hoge kosten én enorm veel energie vraagt. En er blijft een restproduct over. Dat dit momenteel nog niet wordt geïmplementeerd is dus wellicht uitlegbaar, maar denk eens dertig jaar verder. Willen we het dan nog steeds doen zoals nu? En als we het anders willen, wat moeten we dan nu doen om écht schoonmaken op termijn mogelijk te maken?
Niets doen tot 2050 kan tussen de 77 en 173 miljard euro aan klimaatschade kosten
Hetzelfde geldt voor vergunningen voor lozingen in het oppervlaktewater of het riool. Met deze vergunningen staan we bedrijven actief toe om vuil afvalwater te lozen waarmee ze de omgeving kunnen belasten. Hoe volhoudbaar is dit? Als het ons doel is om op korte termijn kosten laag te houden en bedrijven de ruimte te geven, dan slagen we in onze opzet. Maar we schuiven de kosten van vervuiling op deze wijze door naar volgende generaties. Goed rentmeesterschap vraagt dus dat we lozingsvergunningen afbouwen, en inzetten op andere vormen van zuiveren. De lozing van vervuilende stoffen verbieden dus, zoals pfas, gewasbeschermingsmiddelen, microplastics. En de productie van zorgwekkende vervuilende stoffen helemaal verbieden. Maar ook grote investeringen doen in zuiveringstechnieken bij waterschappen en bedrijven, zoals de aanpak van medicijnresten die ons waterschap in Hapert heeft ingevoerd, die 14 miljoen euro kostte. Een kwestie van keuzes maken.
Rentmeesterschap gevraagd
De opgaven zijn groot, de ambities ook. De vraag is hoe ambities en opgaven aan de ene kant, en uitlegbaarheid en betaalbaarheid aan de andere kant, met elkaar in balans te brengen zijn. Kunnen we het ons veroorloven om de benodigde investeringen te doen? En kunnen we het ons veroorloven om ze níét te doen?
Als CDA-bestuurder stel ik mezelf de vraag waarmee we onze kinderen en kleinkinderen het best helpen. Onderzoek laat zien dat niets doen tot 2050 tussen de 77 en 173 miljard euro aan klimaatschade kan kosten.2 Ook daarom zijn investeringen in klimaatadaptatie nodig, zoals het verstevigen van dijken, het verbreden van rivieren en beken, maar bijvoorbeeld ook meer groen in steden en dorpen. De totale investeringskosten zijn berekend op 42 tot 83 miljard euro. Dit maakt investeren in klimaatadaptatie dus een verstandige keuze, maar de kost gaat voor de baat uit. En het kost op korte termijn inderdaad heel veel geld. Voor investeringen in waterkwaliteit geldt een vergelijkbaar verhaal.
De keuze lijkt te zijn: pakken we de rekening nu, of schuiven we de kosten door? Het ís voor mij geen keuze.
Ik geloof in een Nederland waar ook onze kinderen en kleinkinderen veilig, gezond en gelukkig kunnen wonen. Met ruimte voor boeren en bedrijven, maar zonder dat de natuur en de omgeving de prijs betalen. Dit Nederland ontstaat niet vanzelf; het vraagt inzet en toewijding van ons allen. Het vraagt om een eerlijk verhaal en echte oplossingen voor reële problemen. Water is een bron voor deze toekomstbestendige leefomgeving. Als je het doorhebt, ga je het zien. En als je het ziet, waarom zou je het dan niet doen?
Artikel in het kort:
- De omgang met water moet fundamenteel veranderen: van afvoeren naar vasthouden, van vervuilen en zuiveren naar schoonhouden. Waterschappen zoals De Dommel willen water en bodem leidend maken bij ruimtelijke ontwikkeling.
- Extreem weer toont aan dat het huidige watersysteem niet bestand is tegen droogte en wateroverlast. De urgentie is hoog, en er moet nú gehandeld worden om het gebied klimaatrobuust te maken richting 2050.
- Alleen door samenwerking tussen boeren, natuurorganisaties, overheden en bedrijven kunnen duurzame keuzes worden gemaakt. Voorbeelden zoals Van Gogh Nationaal Park laten zien dat dit mogelijk is.
- Investeren in klimaatadaptatie en waterkwaliteit is duur, maar uitstellen leidt tot veel grotere kosten voor toekomstige generaties. Rentmeesterschap vraagt om verantwoordelijkheid nemen in het heden.
Noten
- 1.Zie Waterschap De Dommel, Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Waterbeheerprogramma 2022-2027. Boxtel: Waterschap De Dommel, 2021.
- 2.Zie onder andere het Kennisportaal Klimaatadaptatie: https://klimaatadaptatienederland.nl.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

