MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Artikel indienen
  • Abonnementen
    • Abonneren
    • Proefabonnement
  • Over CDV
    • Redactie
    • Adverteren
    • Links
    • Contact
Inloggen

Registreren
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 2025 / nummer 2
PDF  

Keuzes gevraagd in plaats van de kop in het zand

Friso Douwstra
17 juni 2026

Samenvatting

Dat het klimaat verandert, is zonneklaar. 2024 was een voorbeeld: het jaar begon met heel veel water, en waterbeheerders moesten hard aan de bak om dat af te voeren. Gelukkig zijn ze daartoe goed uitgerust. Maar het piept en kraakt. Het stadium van blijven debatteren over de juistheid van wetenschappelijke studies zijn we voorbij. Nu is het tijd voor actie om onze balans met water te herstellen.

Nederland is een land van laagveen, rivierklei, zand, zeeklei en duinen. In menig politieke arena wordt gedebatteerd over de juistheid van rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de wel of niet aanwezige verzilting van onze zeeklei- en duingebieden of de vraag of de veenweidegrond inklinkt. Frustrerend, want we moeten dringend aan de slag.

Afgelopen april zat ik als gedeputeerde van de provincie Fryslân bij het BO Water, het bestuurlijk overleg over de wateropgaven in ons land. Aanwezig waren de minister van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat, en last but not least de Deltacommissaris, Co Verdaas.

Waar je zou verwachten dat het gesprek zou gaan over structurerende keuzes voor de ruimtelijke indeling in ons land, ging het over het wel of niet mogen gebruiken van woorden die ‘het vorige kabinet’ gebruikt heeft om het belang van water en bodem als sturende elementen te laten meetellen in de inrichting.

Extremen in weerbeeld

Als voorzitter van het Deltaprogramma Waddengebied (DPW)1 neem ik periodiek deel aan de Stuurgroep Deltaprogramma (SGD). We nemen in het DPW-overleg de feitelijke situatie in ons gebied door en bereiden het SGD voor. Periodieke rapportages van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en het eerder aangehaalde IPCC laten ons zien dat het klimaat verandert en dat zeespiegelstijging een feit is.2 Nog los van de politieke meningsverschillen over de beïnvloedbaarheid van het klimaat, gebeurt het nu al. De recente KNMI’23-klimaatscenario’s laten de impact, in gradaties, zien.3 Dit vraagt om handelingsperspectief en niet slechts om een discussie over welke woorden we gebruiken in politiek bestuur.

Extremen in het weerbeeld komen ook hier in Nederland meer en meer voor. Of het nu gaat om stortbuien in Valkenburg, bijna droge rivierbeddingen, of hagelbuien midzomer in de Friese gemeente Achtkarspelen. De ene keer is het droogte, de andere keer kunnen we het water niet meer kwijt. Verzilting is opkomende en het doorspoelen van onze gronden met zoet water komt door waterhoogtes en schaarstes onder druk te staan.

Het liefst willen we gewoon blijven wonen en werken in ons land ‘zoals het altijd was’. Maar juist de genoemde voorbeelden uit het recente verleden laten zien dat we moeten schakelen en dat niet altijd alles blijft zoals het is.

Met de kennis over toen, de gebeurtenissen van vandaag de dag en de wetenschappelijke analyse van de toekomst kán gehandeld worden. Rentmeesterschap voor ons land, maar ook over de verantwoordelijkheid die we hebben voor de komende generaties.

Is het wijs om compleet nieuwe woonwijken/steden beneden zeeniveau te maken met traditionele bouw?

Onontkoombare opgaven te midden van afhankelijkheden

Een groot deel van de Nederlanders woont in het westen van het land. Veelal onder zeeniveau, niet zelden op veen- en zandgrond waar verzilting en activiteiten in de ondergrond (gas- en oliewinning) aan de orde van de dag zijn. Is het dan wijs om compleet nieuwe woonwijken/steden beneden dat zeeniveau te maken met traditionele bouw? Is het dan verstandig om onze mainports uit te breiden op juist die plaatsen? Beschermen we het bestaande en bouwen we daar uit, of gaan we spreiden over het land?

Als provinciaal bestuurder ben je dagelijks bezig met vraagstukken in het ruimtelijk economisch domein. Mijn collega die verantwoordelijk is voor het onderwerp ruimte en de Provinciale Omgevingsvisie (POVI),4 stelt mij terecht vragen over de toekomst van het water- en bodemplaatje in Fryslân. Het zijn namelijk grote opgaven in Fryslân, waar een groot deel van het midden van de provincie heel laag ligt.

Een opgave ligt in het veenweidegebied en heeft directe impact op vele inwoners van onze provincie, maar de veenweideproblematiek speelt in de volle breedte van het land. In Fryslân hebben we daarvoor het Veenweideprogramma 2021-2030 opgesteld, een programmatische aanpak waarmee we proberen dit decennium in Fryslân te werken aan: het tegengaan van bodemdaling; het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen; het geven van duurzaam toekomstperspectief aan de landbouw; en het robuust en klimaatbestendig inrichten van het watersysteem.5

De eerste koers is 2050. De overleggen, gebiedsprocessen, zijn ingericht. Er wordt veel besproken en gepland, en ook, zij het mondjesmaat, uitgevoerd. Daarvoor is vertrouwen, nationaal perspectief en uitvoeringsgeld nodig. Met het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de bijbehorende middelen is dat niet eenvoudiger geworden. Maar de afspraken van Parijs en de daaruit voortkomende klimaatwetgeving zijn blijven staan.6 Dat laatste lijkt me verstandig, maar het is krom als je het bestuurlijk doorvertaalt naar het weghalen van de instrumenten om mee te werken. Een Haagse politieke inconsistentie, waar we nu mee hebben te dealen.

Er zijn nog meer afhankelijkheden. Een complicerende factor in dit geheel is dat ons Friese land, achter de dijk, met het waterpeil wordt ingericht. Dat peil is zeer afhankelijk van het peil van het IJsselmeer, de Waddenzee en de rivieren. Peilen waar wij, in de keuze, afhankelijk zijn van het klimaat en de nationale overheid. Niet te vergeten de impact van de politieke keuzes en smeltwater- en rivierscenario’s van onze buurlanden, die echt hogerop liggen.

Ondertussen wordt de vraag naar (schoon) water steeds groter. De bevolking groeit, de kwaliteit van het oppervlaktewater neemt af, al is het grondwater nog goed. Met extremere weersomstandigheden en de vraag naar water voor onze inwoners en voor de landbouw, ook in tijden van droogte (zoals op het moment van schrijven), wordt die opgave met de dag groter.

Hoeveel water gaat er na Lopik naar het IJsselmeer en hoeveel mag er naar de Rotterdamse haven? Wat als er te weinig is voor beide?

Onafwendbare keuzes

De trends en de opgaven brengen ons bij handelingsopdrachten. In het jargon van onze overleggen in de SGD spreken we dan over ‘onafwendbare keuzes’.

Nederland bestaat, hoofdzakelijk, uit de genoemde grondsoorten laagveen, rivierklei, zand en zeeklei. Ons land is afhankelijk van de stromen van ons hoofdwaternetwerk (rivieren, IJsselmeer en Waddenzee). Dit aangevuld met de voorspelde scenario’s, en niet alleen het slechtste scenario, biedt uitdagingen. Klimaatverandering roept op tot een aantal keuzes.

Ik noem er een aantal:

  • Gaan we voor adaptatie of nemen we rampen voor lief?
  • Is de keuze voor investeringen die grijswatercircuits (badkamer, wasmachine, regenwater) en zwartwatercircuits (toilet, keukenspoelbak) scheiden in de woning te rechtvaardigen (kosten: 4000 euro per woning), of staat dat de huizenbouw en kostprijs in de weg? Willen we woningen, of woningen waar water voorradig is?
  • Bouwen we nog beneden zee- en rivierniveau?
  • Geven we rivieren de ruimte, ook als daarvoor een wijk of zelfs een stad moet wijken?
  • Hoeveel water gaat er na Lopik naar het IJsselmeer en hoeveel mag er naar de Rotterdamse haven? Wat als er te weinig is voor beide?
  • Moet het peil in onze nationale regenton, het IJsselmeer, omhoog?
  • Kunnen we nog boeren op alle plekken waar we dat nu doen?
  • Is er water voor elke vraag?
  • Liggen onze Natura 2000-gebieden nog wel op de goede plaats?
  • Heeft ieder woongebied al een goed waterbufferingsgebied, zoals bij Groningen en Den Bosch het geval is?
  • Hoe houden we rekening met de verstedelijking (woonopgaven), natuur, en de kwantiteit en kwaliteit van (drink)water? Welk belang gaat voor?

Een bloemlezing van de vraagstukken waar de hedendaagse decentrale bestuurder zich mee bezighoudt. Daarvoor is bestuurlijke samenwerking, op inhoud, met de nationale overheid van groot belang.

Er wordt al aan gewerkt, want het is ook hoog tijd voor een nieuw Deltaprogramma voor Nederland, om in grote lijnen de toekomst van Nederland ruimtelijk neer te zetten. Het is tijd om echt te gaan nadenken over de grote vragen. Hoe beschermen we Nederland tegen overstromingen? Hoe zorgen we voor voldoende zoet water? Hoe zorgen we voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting? Daar horen keuzes bij, maar die pakken niet voor iedereen plezierig uit. Het eerlijke verhaal, het eerlijke moeilijke gesprek daarover, moet gedragenheid en tegelijk ook perspectief bieden. Daar is moed voor nodig, en solidariteit op de verschillende niveaus. Voor het individu dat moet inleveren, maar ook voor de toekomstige generaties die nú goed rentmeesterschap van ons vragen. Keuzes, geen ‘kop in het zand’.

Artikel in het kort:

  • Het Friese waterbeheer is afhankelijk van het peil van het IJsselmeer, de Waddenzee, de rivieren, smeltwatereffecten uit buurlanden en politieke keuzes.
  • De Haagse werkelijkheid is inconsistent. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de bijbehorende middelen zijn weggevallen, terwijl de klimaatafspraken zijn blijven staan.
  • In bestuurlijke kringen gaat het te veel over woorden. Het is tijd voor actie. Er is geen tijd meer te verliezen.
  • Het komt aan op keuzes. Gaan we voor adaptatie of nemen we rampen voor lief? Willen we woningen, of woningen waar water voorradig is? Bouwen we nog beneden zee- en rivierniveau? Geven we rivieren de ruimte, ook als daarvoor een wijk of zelfs een stad moet wijken?

Noten

  • 1.Zie https://www.deltaprogramma.nl/gebieden/waddengebied.
  • 2.Zie onder andere: Intergovernmental Panel on Climate Change, Climate Change 2023. AR6 Synthesis Report. Genève: IPCC, 2023. Zie https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr.
  • 3.Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI’23-klimaatscenario’s voor Nederland (KNMI-publicatie 23-03). De Bilt: KNMI, 2023.
  • 4.Zie bijvoorbeeld: Provinsje Fryslân, ‘Vernieuwing Provinciale Omgevingsvisie’, april 2024. Zie https://www.fryslan.frl/omgevingsvisie-fryslan.
  • 5.Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân, Foarút mei de Fryske Feangreide. Veenweideprogramma 2021-2030. Leeuwarden: Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân, maart 2021.
  • 6.Rijksoverheid, ‘Klimaatbeleid’. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid.
Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Nummer 2, zomer 2026

ABONNEER je nu Laatste editie VORIGE editie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Christen Democratische Verkenningen
t.a.v. drs. M. Janssens

Postbus 30453
2500 GL Den Haag

marc.janssens@wi.cda.nl

 

 

 

Administratie

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

088-0301000

klantenservice@boom.nl