Afschaffen van voorrangsregeling voor statushouders is een goed idee
Samenvatting
We hebben in Nederland een probleem met een tekort aan betaalbare huurwoningen. Het beleid om deze sector af te bouwen of, beter gezegd, af te breken – nog maar tien jaar geleden onder minister Blok – was heel onverstandig. De wachttijden zijn bijna overal tot grote hoogte gestegen. Velen ervaren het als onrechtvaardig dat nieuwkomers met weinig wachttijd net als andere urgente woningzoekenden met voorrang een sociale huurwoning kunnen krijgen, terwijl andere woningzoekenden heel lang moeten wachten. Een maatregel om die voorrang voor statushouders af te schaffen en zelfs te verbieden, lijkt dan ook niet zo gek. Het is rechtvaardig dat het schaarse goed eerlijk verdeeld wordt. Op het eerste gezicht dus een prachtig voorstel.
Maar: het huidige wetsvoorstel van Mona Keijzer gaat eraan voorbij dat mensen die een status krijgen om in Nederland te verblijven, ergens moeten wonen. Tot het verkrijgen van de verblijfsstatus worden asielzoekers in azc’s gehuisvest, maar daarna moeten ze daar eigenlijk uit, want hun plaatsen zijn bestemd voor andere asielzoekers: het aantal beschikbare plaatsen in azc’s schiet immers al geregeld tekort. Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om huisvesting voor statushouders te regelen, want vaak gaat het om kwetsbare mensen die zelf niet voor huisvesting kunnen zorgen. Het vinden van die woningen is echter lastig, en dus wordt nu al een flink aantal plaatsen in azc’s ingenomen door statushouders die nog wachten op andere huisvesting in een gemeente. Uitbreiding van het aantal azc’s is geen oplossing: het levert sowieso al veel problemen op, maar bovendien is het voor de integratie, het leren van de taal en het krijgen van werk ongewenst dat asielzoekers en statushouders samen in azc’s blijven wonen. Het is belangrijk dat statushouders zelf verantwoordelijk worden voor hun huisvesting en de betaling daarvan.
Als het bij voorrang toewijzen van sociale huurwoningen ongewenst is, en als jarenlang verblijf in azc’s ongewenst en feitelijk onmogelijk is, is het nodig om te zoeken naar effectieve werkbare alternatieve huisvesting voor statushouders. Kamergewijze huisvesting van meerdere zelfstandigen in één woning bijvoorbeeld, of het maken van wooneenheden in grotere gebouwen om tijdelijk te verblijven totdat via de wachtlijst een gewone huurwoning beschikbaar komt of de statushouder zelf een woning kan kopen. Minister Keijzer noemt in haar wetsvoorstel ook wel wat mogelijkheden. Mensen zouden bijvoorbeeld zelf voor huisvesting kunnen zorgen. Dat is echter niet serieus te nemen. Andere mogelijkheid: in zogenoemde doorstroomlocaties zouden mensen tijdelijk in uiterst kleine eenheden of kamers gehuisvest kunnen worden. Dit zou op termijn zeker een bijdrage kunnen leveren, maar nu zijn die doorstroomlocaties er nog nauwelijks, en er is ook niet geregeld dát ze er komen en hóé ze er komen. Kortom, in het wetsvoorstel is niet voorzien in werkbare alternatieven.
Zonder zorgvuldig beleid is de afschaffing van voorrang onverantwoord
De overvolle azc’s dwingen nu al tot allerlei noodoplossingen, zoals peperdure noodvoorzieningen en hotelkamers. Het wetsvoorstel in zijn huidige vorm zorgt alleen maar voor extra problemen. Gemeenten kunnen hun wettelijke verplichting om voor huisvesting te zorgen niet nakomen. De zorgvuldige afweging die nu plaatsvindt door gemeenten en corporaties om te komen tot een zo evenwichtig mogelijke verdeling over statushouders, andere urgente woningzoekenden en gewone woningzoekenden, loopt vast. Ook nu worden niet alle statushouders direct gehuisvest. Veel gemeenten hebben een flinke achterstand op hun taakstelling, omdat ze de statushouders niet direct bij voorrang voorzien van een woning. Wanneer statushouders uit azc’s worden gezet en geen alternatieve huisvesting aangeboden krijgen, ontstaan wantoestanden. Zwerven, dakloosheid, uitbuiting, gevaarlijke overbewoning in particuliere huurwoningen en waarschijnlijk ook criminaliteit liggen op de loer. Daar wordt niemand beter van. Waar we behoefte aan hebben is het wegnemen van problemen; we moeten niet het ene probleem ‘oplossen’ door elders nieuwe en grotere problemen te maken.
Het afschaffen van de voorrangsregeling is pas verantwoord mogelijk wanneer er daadwerkelijk alternatieven worden ontwikkeld. Daarover kunnen afspraken gemaakt worden met gemeenten, en daarvoor zijn ook financiële arrangementen van het rijk nodig. Als een en ander goed gebeurt, kunnen deze alternatieven ook voorzien in de behoefte aan spoedwoningen van andere groepen: jongeren, studenten, gescheiden mensen. Van een dergelijk zorgvuldig beleid wordt iedereen beter. Maar zonder dat nieuwe, zorgvuldige beleid is de afschaffing van voorrang onverantwoord. Het brengt statushouders in een zeer kwetsbare positie, zadelt gemeenten op met een enorm probleem, zorgt voor maatschappelijke wantoestanden, en beperkt ondertussen de wachttijden van andere woningzoekenden nauwelijks: die worden wel iets korter, maar blijven veel te lang, want de woningbehoefte is enorm.
Het bouwen van meer sociale huurwoningen is de beste oplossing, maar dat kost veel tijd. Er zijn daarom meer alternatieve tijdelijke woonvormen nodig. Het realiseren daarvan kost ook tijd, maar wel veel minder, als het rijk meewerkt. Dat biedt een echt perspectief. Als er voldoende alternatieven zijn is de voorrang niet meer nodig, of hij hoeft nog maar een bescheiden rol te spelen, bijvoorbeeld voor grotere gezinnen.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

