MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Artikel indienen
  • Abonnementen
    • Abonneren
    • Proefabonnement
  • Over CDV
    • Redactie
    • Adverteren
    • Links
    • Contact
Inloggen
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 2022 / nummer 3
PDF  

Overheid moet zich weer verbinden met de samenleving

Jan Prij
4 december 2025

Samenvatting

Voor vertrouwen in bestuur en in de rechtsstaat is herstel van verbinding met de samenleving essentieel. Dat stelt Hanke Bruins Slot in het navolgende interview met CDV over haar drijfveren, de bedreigingen van de rechtsstaat en de verhouding van de rijksoverheid met het lokaal bestuur.

‘Mooie nota’s zijn belangrijk, maar ze zijn slechts van papier. Uiteindelijk draait het om de praktische uitwerking, de echte gevolgen in de levens van mensen. Of iets werkt in de praktijk is essentieel’, zegt minister Hanke Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Dat laatste geldt voor militaire operaties, voor het werk als gedeputeerde of als Tweede Kamerlid, en nu voor haar eigen inspanningen als minister. ‘Hoe pakt wet- en regelgeving in de praktijk uit? Is die rechtvaardig?’

In zaken als de toeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen was die rechtvaardigheid ver te zoeken en zijn mensen ernstig gedupeerd geraakt. De centrale opgave is wat Hanke Bruins Slot betreft om de verbinding met de samenleving te herstellen. Dat betekent volgens haar dat politiek en bestuur geworteld moeten zijn in de praktijk, en dat de uitvoerbaarheid van beleid centraal moet staan. Dat betekent ook dat de overheid realistisch is over wat ze wel en niet vermag, en dat ze oog heeft voor de menselijke maat.

Bruins Slot heeft staats- en bestuursrecht, en recht, bestuur en management gestudeerd aan de Universiteit Utrecht. Zij ging na een stage in 2000 in 2001 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken, waar Johan Remkes en Klaas de Vries toen minister waren. ‘Ik kwam als beleidsmedewerker terecht op de afdeling Bestuur en wetgeving. Wat ik meeneem uit die periode was dat zowel Remkes als De Vries niet alleen de directeuren uitnodigde voor beleidsinhoudelijk overleg, maar ook de betrokken beleidsmedewerkers. Dat waardeerde ik enorm. Deze goede maar niet vanzelfsprekende gewoonte heb ik van hen overgenomen: ook bij mij zitten de beleidsmedewerkers nu aan tafel.’

Bruins Slot heeft als beroepsmilitair gewerkt in Afghanistan, en was daarna Tweede Kamerlid voor het CDA (2010-2019). Vanaf 2019 was ze gedeputeerde voor de Provinciale Staten in Utrecht, totdat ze in 2022 toetrad tot het kabinet-Rutte IV, als hoofd van het ministerie waar ze ooit haar loopbaan begon.

Hanke Bruins Slot

Lessen uit de praktijk

Hoe zou u uw thuismilieu omschrijven? Wat hebt u van uw ouders meegekregen?

‘De rode draad in mijn opvoeding is het belang van verantwoordelijkheid nemen. Je inzetten voor een ander en ook doen wat je zegt. Dat was en is ook heel belangrijk in mijn werk. Of het nu als militair, gedeputeerde of Kamerlid was, of nu als minister.’

Gaat het dan om betrouwbaarheid?

‘Het gaat om leren kijken vanuit de ander. Wat is dan je perspectief? Letterlijk aan de keukentafel bij mijn ouders thuis is mij dat bijgebracht. De interesse in elkaar, en elkaar bevragen. Alleen vanuit die interesse kun je samen verder komen.’

Ging het aan die keukentafel al snel over politiek?

‘Dat viel wel mee. Bij ons aan tafel was er veel meer te bespreken, zoals sport en studie. Natuurlijk kwam het werk van mijn vader [als burgemeester; red.] ook wel aan de orde, maar altijd in balans met andere zaken.’

Kijken vanuit de ander, hoe ziet dat eruit?

‘Ik vond dat heel duidelijk terugkomen toen ik als militair mijn opleiding volgde. Daar heb ik geleerd dat veel oplossingen gewoon in het veld liggen. Je kunt zaken zelf bedenken of op de tekentafel in Den Haag, maar het is vaak veel krachtiger om je oor te luisteren te leggen bij wat anderen vanuit de praktijk je vertellen. Dat geeft een beter beeld van de problemen die er zijn en van de mogelijkheden die er liggen.’

Wordt dat te weinig gedaan?

‘Ik leg liever de nadruk op hoe het wel kan. Ik vind in dit verband de zogenoemde Regio Deals een goed voorbeeld van succesvolle samenwerking vanuit het veld. In de Regio Deals werken rijk en regio samen aan een betere woonen leefomgeving voor bewoners en ondernemers in een bepaald gebied. Dat vraagt dat je letterlijk Den Haag verlaat en ter plaatse kijkt hoe het in bepaalde gebieden loopt. We zijn qua omvang een klein land, maar de verschillen tussen de regio’s, qua taal, cultuur en karakteristieken, zijn enorm. Het is belangrijk daar oog en oor voor te hebben.’

U kon van 2001 tot 2005 aan de slag op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waar u nu minister bent. Is naar uw indruk het ministerie in die pakweg twintig jaar erg veranderd, of juist niet?

‘Ik ben er in 2000 als stagiair begonnen en in 2001 in dienst gekomen. Voor zowel die eerste periode als de huidige geldt onverkort: mensen houden van een vak en hebben er echt verstand van. Wat ik heel leuk vind is dat ik op verschillende plekken nog oud-collega’s tegenkom. We hadden bijvoorbeeld een geweldige afdelingssecretaresse toen ik bij Bestuur en wetgeving werkte; nu doet zij de burgemeestersbenoemingen.’

Is in die eerste jaren de liefde voor de publieke zaak definitief aangewakkerd?

‘Zeker, al had ik toen nooit gedacht dat ik hier ooit als minister terug zou komen. Ik zeg alleen liever: liefde voor de publieke waarden. De overheid moet niet alleen doelmatig en efficiënt zijn, maar vooral rechtvaardig en responsief, en ze moet oog hebben voor de menselijke maat. Ik merk op veel plekken in de organisatie dat deze waarden ten diepste mensen motiveren. Dan gaat het onder meer om het toepassen van hardheidsclausules, om maatwerk, om mensgericht werken, om ruimte geven aan de uitvoeringsorganisaties.’

Is dat voor u de basis van hedendaags ambtelijk vakmanschap?

‘Ja, dat is een invulling daarvan. Maar het is nog niet compleet. Cruciaal in het ambtelijk vakmanschap is voor mij de deugd van het “tegenspreken”. Toen ik hier kwam werd wel gesproken over “loyale tegenspraak”. Dat vond ik een verkeerde term; alsof tegenspraak ook níét loyaal zou kunnen zijn. Met tegenspraak dien je sowieso de publieke zaak. De ruimte voor tegenspraak moet optimaal zijn om vraagtekens te kunnen zetten bij beleidsvoornemens, wetten en uitvoeringsbesluiten. Als ik aan het einde van de week niet ben tegengesproken, is het geen goede week geweest. Ik kan wel zeggen: tot nog toe heb ik hier goede weken gehad.’

Wat neemt u mee uit vorige werkkringen?

‘Het belangrijkste is dienstbaarheid. Je zet je niet in voor jezelf, maar voor de samenleving, voor anderen. Dat is ook essentieel in de training en mindset van een militair. Of het nu gaat om interbestuurlijke verhoudingen of om de interactie met de Kamer: uiteindelijk is samenwerking de sleutel om tot resultaten te kunnen komen. Dat is voor mij een belangrijke grondhouding. Een ander belangrijk aspect is resultaatgericht zijn. Dit element van dienstbaarheid heeft alles te maken met de christendemocratische overtuiging. Kort samengevat gaat het uiteindelijk om het goede doen voor de samenleving, om het vermogen je daarbij in anderen te verplaatsen, om dienstbaarheid en om constructieve vormen van politiek en bestuur die je samen verder brengen.’

Cruciaal in het ambtelijk vakmanschap is voor mij de deugd van het ‘tegenspreken’

Dacht u al snel ‘Ik ga de politiek en het bestuur in, net als mijn vader’, of juist ‘Ik ga vooral wat anders doen’?

‘Ik wilde op 16-jarige leeftijd twee dingen heel graag: rechten studeren en militair worden. Na mijn rechtenstudie kwam ik op dit ministerie terecht. Na vijf jaar op het ministerie was het voor mij “nu of nooit” als ik nog militair wilde worden. Ik wilde in een fysiek en mentaal uitdagende omgeving leidinggeven, en dat werd het met de missie naar Afghanistan zeker. Ik heb toentertijd heel bewust zestig procent van mijn salaris ingeleverd en ben naar Defensie gegaan. Het werd een heel goede en vormende periode.’

Hoe kwam u in de politiek terecht?

‘Het feit dat ik in de politiek ben terechtgekomen heeft alles te maken met de val van het kabinet in 2010. Aan de basis daarvan lag een verschil van inzicht tussen CDA en PvdA over de missie in Afghanistan. Het CDA wilde dóór; een voornemen waar ik volledig achter stond omdat ik had gezien dat mensen het beter kregen. Uit overtuiging heb ik toen een brief geschreven en gesolliciteerd als Tweede Kamerlid, maar niet met de gedachte dat ik het ook zou worden. Dat soort zaken heb je nu eenmaal nooit in eigen hand; het hangt af van het vertrouwen dat anderen je geven.’

Bedreigingen van de rechtsstaat van binnenuit

Er zijn, zoals u in uw lezing op het Lubbers-symposium aangaf, bedreigingen van de rechtsstaat van binnenuit en van buitenaf.1 Om welke bedreigingen van binnenuit gaat het vooral?

‘De democratische rechtsstaat is geen vanzelfsprekend bezit. Deze vraagt bescherming en vernieuwing. Ik heb dat bij verschillende gelegenheden benadrukt, onder meer op het Lubbers-symposium. Zestig procent van de burgemeesters heeft te maken met intimidatie, evenals veertig procent van de wethouders en dertig procent van de raadsleden. Dat is onacceptabel. Vooral de impact op gezinnen en kinderen is enorm. Alleen al dit gegeven maakt de democratische rechtsstaat van binnenuit kwetsbaar. Mensen denken nu wel drie keer na voordat ze een goede baan opgeven voor een onzeker vervolg in het openbaar bestuur.’

Waar komt dit extreme gedrag vandaan? Hebben we nog wel oog voor wat de democratische rechtsstaat vraagt, namelijk het vermogen te schikken en te plooien binnen elementaire rechtsregels?

‘Dat is een goed punt. De kracht van de democratische rechtsstaat is dat je handelt binnen de wet, die rekening houdt met minderheden en voor de kwetsbaren opkomt. Dat ethos verbinden met het kijken vanuit de ander staat onder druk. Uit het rapport Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat een flinke minderheid van de mensen de democratie buitenspel wil zetten om concrete resultaten te zien op bijvoorbeeld de terreinen klimaat en asiel.2 Dat zijn zaken die ik mij als minister van BZK moet aantrekken.’

Ik schrik van deze cijfers. Verwachten mensen te veel van de overheid? Is er ongeduld?

‘De toename van bedreiging komt vooral via sociale media. Ik heb een onderzoekscommissie ingesteld onder leiding van Ahmed Marcouch die met adviezen zal komen over de weerbaarheid van de democratie. Ondertussen zijn nu al heel veel stappen te zetten. Qua bestuurlijke en politieke grondhouding zou ik zeggen: we moeten niet méér beloven dan wij als overheid kunnen waarmaken. De andere kant van de medaille is: datgene waar de overheid voor moet staan, moeten we ook goed doen.’

De overheid moet niet méér beloven dan ze kan waarmaken

Dat is onvoldoende gebeurd?

‘Er wordt vrij gemakkelijk gezegd dat mensen zijn “afgehaakt”, maar mensen zijn in politieke zin ook “afgehaakt” gemáákt. Er zijn mensen die met reden minder vertrouwen hebben in wat de overheid vermag; denk maar aan de gevolgen van de toeslagenaffaire of van de gaswinning in Groningen. Het sentiment “Den Haag is er niet meer voor mij, en Nederland houdt op bij Amersfoort” wordt breed gedeeld, en dat is ernstig. De centrale opgave is wat mij betreft om de verbinding met de samenleving te herstellen. Ik zie het in dat kader als mijn opdracht om allereerst goed te luisteren naar mensen in het veld. Zij hebben verstand van zaken. Ten tweede zullen wetgeving, beleid en uitvoering veel meer één geheel moeten vormen. Naar mijn overtuiging maken we uitstekende wetgeving, prima beleid, maar als de uitvoering het niet aankan, stokt uiteindelijk alles. Signalen vanuit de uitvoering over wat er wel en niet werkt, moeten op tijd naar boven komen. Samen met Carola Schouten, de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, werk ik aan een jaarlijks overzicht van zaken waar de uitvoeringsorganisaties – de UWV’s van deze wereld – tegenaan lopen. Doel is dat eerder zichtbaar is waar men in de praktijk tegenaan loopt, om vervolgens tijdig en gericht aan oplossingen te kunnen werken. Het moet daarbij volslagen helder zijn dat ik voor zaken die niet goed gaan de eindverantwoordelijkheid draag. Er is niet voor niets zoiets als ministeriële verantwoordelijkheid. Er moet een veilige omgeving zijn waarin je ook kunt zeggen dat iets niet goed is gegaan, dus waarin je ook signalen durft door te geven.’

Ook de Grondwet is op een aantal plaatsen gewijzigd. Hoe beoordeelt u die wijzigingen in het licht van het herstel van het vertrouwen in de rechtsstaat en het versterken ervan?

‘De Grondwet is de basis van onze democratische rechtsstaat. Deze moet onderhouden worden, alsook vernieuwd en bij de tijd gebracht. De behandeling van in totaal zes voorstellen is de grootste Grondwetsherziening sinds 1983. Het proces heeft een aanloop van zo’n tien jaar gehad. In het kader van de noodzakelijke vernieuwing wil ik er twee zaken uitlichten. Om te beginnen is het briefgeheim veranderd in een telecommunicatiegeheim. Daarbij is het papieren briefgeheim weer bij de tijd gebracht, omdat het telecommunicatiegeheim ook gaat om het beschermen van app- en e-mailverkeer. Een tweede wijziging, waaraan een motie van mevrouw Lokin-Sassen (CDA) ten grondslag ligt, is opmerkelijk genoeg het recht op een eerlijk proces; een essentieel recht dat nog niet in de Grondwet was opgenomen. Voor alle rechtsgebieden in Nederland is het recht op een eerlijk proces nu vastgelegd.’

Zou dat geholpen hebben in de toeslagenaffaire? Mensen die als het puntje bij het paaltje kwam niet hun recht konden halen en bij voorbaat kansloos waren.

‘Rechters hebben niet altijd de ruimte gezien om af te wijken van de zeer stringent geformuleerde wetgeving. Soms kan het volgen van de wet volkomen rechtmatig zijn, maar ontzettend onrechtvaardig uitpakken. Vandaar ook dat ik samen met Franc Weerwind, de minister voor Rechtsbescherming, heb gepleit voor het toepassen van een hardheidsclausule, zodat je in individuele gevallen kunt afwijken en er een check komt op hardvochtigheden in de wet die onrechtvaardig uitpakken. Wij gaan de Algemene wet bestuursrecht mensgerichter maken, met meer oog voor het feit dat mensen door omstandigheden weleens een termijn kunnen missen. Hier past het evenredigheidsbeginsel: als de wetgeving onevenredig hard uitpakt, moet er ruimte zijn voor de rechter om anders te oordelen.’

Wij gaan de Algemene wet bestuursrecht mensgerichter maken

Een inhoudelijke wijziging is de nieuwe beginzin van de Grondwet. Die luidt: ‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’ Wat zit hierachter?

‘Andere landen starten met een uitgebreide verklaring vooraf (een preambule of algemene bepaling). Wij hebben een sobere grondwet, zonder uitgebreid voorwerk. Wij beginnen gewoon bij artikel 1. Nu is er wel een algemene bepaling toegevoegd. Om een drietal redenen is deze belangrijk. Zij geeft allereerst aan dat wij een democratische rechtsstaat hebben. Dit elementaire gegeven was nog niet in de grondwet opgenomen. Deze bepaling is, ten tweede, funderend voor alle daaropvolgende wetgeving. Ze geeft aan dat de democratische rechtsstaat en de grondrechten geen abstracte begrippen zijn, maar daadwerkelijk door de staat gegarandeerd moeten worden. Ten derde is de algemene bepaling symbolisch belangrijk, juist vanwege de feitelijke erkenning en benoeming van haar belangrijkste grondslag.’

Dan de mogelijkheid van toetsing van de grondrechten door de rechter. Hoe zou dat kunnen helpen om het vertrouwen in de rechtsstaat te versterken?

‘De bedoeling van constitutionele toetsing is dat individuen naar de rechter kunnen stappen om te beoordelen of een wet of de werking ervan in strijd is met de Grondwet. Dat biedt mensen individuele rechtsbescherming, en dat is belangrijk als extra slot op de deur, als extra waarborg.’

‘Constitutionele toetsing is op verschillende manieren mogelijk: via gespreide toetsing of bij een constitutioneel hof. In de hoofdlijnenbrief die ik naar de Kamer heb gestuurd, heb ik gekozen voor gespreide toetsing – dat wil zeggen: elke rechter kan toetsen aan de Grondwet – omdat deze praktijk aansluit bij de wijze waarop ook internationale verdragen worden getoetst.’

‘Ook is bewust gekozen voor de klassieke vrijheidsrechten omdat deze de verhouding tussen burger en overheid betreffen. De waarborgen van sociale grondrechten, zoals het recht op een woning en de vrijheid van onderwijs, zijn veel ruimer interpreteerbaar, dus met meer ruimte voor politieke interpretatie en daarmee voor controverse.’

Rein Jan Hoekstra hekelde in de laatste CDV het gebrek aan kennis bij ministeries over wetgevingskwaliteit, en ook de forse bezuinigingen op de uitvoeringsdiensten. Wetgeving is steeds meer ten dienste komen te staan van het bestuur, en minder ten dienste van burgers, stelt hij.3

‘Hoekstra’s bijdragen zijn zoals altijd waardevol. Zijn kritiek op de bezuinigingen op de uitvoeringsdiensten en de noodzaak om te investeren in wetgevingskwaliteit herken ik. Ik werk via het programma Werk aan Uitvoering niet voor niets aan het weer centraal stellen van de uitvoering. Kaderwetgeving in het kader van de zelfstandige bestuursorganen is nu nog vooral gericht op efficiëntie en doelmatigheid. Dat komt doordat veel kaderwetgeving gestempeld is door het new public management. Ik wil ruimte geven voor rechtvaardige besluiten op maat. Ik wil dat deze nieuwe geest ook doorwerkt aan de balie als iemand hulp nodig heeft, maar niet precies in de regels past. Daarnaast investeren we daadwerkelijk al in de versterking van de kwaliteit van wetgeving, samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid. JenV doet een belangrijke wetgevingstoets; BZK toetst op de Grondwet. Wij hebben in dit kader ook de Handreiking Constitutionele Toetsing gemaakt voor alle wetgevingsjuristen,4 en we investeren extra geld in de opleiding aan de Academie voor Wetgeving.’

Kritiek op de bezuinigingen van de uitvoeringsdiensten en de noodzaak om te investeren in wetgevingskwaliteit herken ik

Hoe kijkt u aan tegen een burgerraad als mogelijk middel om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen?

‘Ik wil dat serieus nemen. Goed dat ik in dat kader een motie hierover van Agnes Mulder mag uitwerken. De kracht van burgerraden is dat mensen tussen verkiezingen in invloed kunnen uitoefenen op belangrijke maatschappelijke thema’s. Om de burgerbetrokkenheid te vergroten is het cruciaal dat ook mensen die zich nu niet gehoord voelen aan bod komen, anders werkt het niet. Ook moet helder zijn wat er wel of niet met de resultaten gebeurt. Anders bestaat het gevaar dat de burgerraden geen vertrouwen wekken, maar eerder ondermijnend zijn voor dat vertrouwen. Als we aan de voorkant niet goed afspreken wat er met de resultaten gebeurt, is het risico groot dat een burgerberaad mislukt. Ook dat hoort bij betrouwbaar bestuur.’

Verhoudingen met lokaal bestuur

Wat is er nodig voor een stabiele en toekomstbestendige samenwerking tussen de afzonderlijke overheden in Nederland?

‘We zijn een overheid, met verschillende territoriale decentrale bestuurslagen, zoals de gemeente en de provincies, maar ook met functioneel bestuur, zoals de waterschappen. Daarnaast is het zo dat gemeenten de eerste overheid zijn; zij hebben het meeste zicht op wat er gebeurt. Ook hier geldt dat we elkaar nodig hebben; we moeten dus voorkomen dat we tegenover elkaar komen te staan.’

Maar hoe zorgt u daarvoor?

‘Het gaat om een evenwicht tussen taken, bevoegdheden, middelen en financiën. Daarom ben ik hier bezig met een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, om ervoor te zorgen dat we aan de voorkant beter inzicht krijgen in de volgende vraag: “Zijn taken, bevoegdheden en middelen van nieuwe plannen wel voldoende in balans?” Daarnaast ben ik in gesprek over een nieuwe Code Interbestuurlijke Verhoudingen. Ook de eerder besproken Regio Deals zijn een uitstekend voorbeeld van evenwichtige samenwerking.’

De regio’s worden nu geregeld overruled door Den Haag (asielbeleid, stikstof). Past dat bij de goede verhoudingen van samenwerking die u voorstaat? En heeft u het gevoel dat er voldoende van de kracht van de regio’s wordt gebruikgemaakt?

‘Laat ik het zo zeggen: we hebben elkaar in de huidige situatie meer dan ooit nodig. Toen ik minister werd, had ik totaal niet gerekend op dit nieuwe politieke krachtenveld met een oorlogssituatie in Oekraïne, enorme inflatie en hoge energieprijzen. We hebben elkaar echt nodig waar het de internationale crisissituatie betreft. Maar ook inzake stikstof, asiel, omgang met natuur en waterbeheer. Het eerste wat nodig is voor een betrouwbare overheid is weer verbinding leggen met de samenleving, en luisteren naar wat er speelt. Natuurlijk schuurt en wringt het soms aan alle kanten, maar we moeten er samen uitkomen.’

U heeft er wel vertrouwen in dat dat lukt?

‘Jazeker. Ik zie ook lokaal veel elan en een enorme betrokkenheid bij de publieke waarden. Ik ben de laatste tijd op verschillende werkbezoeken geweest bij mijn eigen partij en bij mensen die lokaal actief zijn. Dat is de kracht van het CDA. Lokaal kennen we de mensen, en vanuit die expertise en betrokkenheid zien we wat wel en niet werkt, en werken we samen aan een oplossing. Daarmee is het CDA een onmisbare verbindende kracht in de samenleving en in het politieke landschap.’

Toch is er ook veel gedoe en spanning over de opstelling van het CDA inzake bijvoorbeeld stikstof. Laat de partij niet te veel de oren hangen naar wat aan de basis haalbaar wordt geacht?

‘Ik kan alleen maar herhalen wat ik eerder heb gezegd: meerdere dossiers zijn heel ingewikkeld, en die laten zich niet met papieren beleidsvoornemens oplossen. Voor betrouwbare en realistische politiek die grond en draagvlak heeft in de praktijk, is het allereerst essentieel om de verbinding met de samenleving te herstellen. Het is nu vooral belangrijk om in de praktijk samen met alle betrokken partners binnen en buiten het kabinet goede stappen vooruit te zetten.’

Noten

  • 1.De bijdrage van Hanke Bruins Slot aan het Lubberssymposium (Den Haag, 23 mei 2022) is na te lezen op de website van het WI. Zie https://www.cda.nl/wetenschappelijk-instituut/actueel/nieuws/geslaagdlubbers-symposium-over-de-democratischerechtsstaat
  • 2.Timo Peeters, Eliane Smits van Waesberghe, Amella Mesic en Ron van Wonderen, Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk. Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut, december 2020.
  • 3.Zie: Rein Jan Hoekstra, ‘Erosie van wetgeving vermindert vertrouwen in rechtsstaat’, Christen Democratische Verkenningen 42 (2022), nr. 2, pp. 81-87.
  • 4.Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, Handreiking Constitutionele Toetsing. Praktische handvatten voor wet- en regelgeving. Den Haag: Ministerie van BZK, januari 2022.
Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Nummer 4, winter 2025

ABONNEER je nu Laatste editie VORIGE editie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Christen Democratische Verkenningen
t.a.v. drs. M. Janssens

Postbus 30453
2500 GL Den Haag

marc.janssens@wi.cda.nl

 

 

 

Administratie

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

088-0301000

klantenservice@boom.nl