‘Als je geen risico neemt, win je nooit’
Samenvatting
Remco van Dooren, wethouder in Eindhoven, staat voor een energiek, vernieuwend CDA dat niet op de nul speelt maar offensief de agenda bepaalt. Als lijsttrekker in Eindhoven werkte hij aan een succesvolle campagne. Dat was het resultaat van jarenlang bikkelen en stug doorbouwen aan een vitale vereniging met veel beelddragers uit verschillende wijken, soms met landelijke tegenwind. Zijn motto: ‘Als je geen risico neemt, win je nooit. Natuurlijk moet een politieke partij verantwoorde risico’s nemen. Maar wanneer je voortdurend op de nul speelt, word je kleurloos. Dan ben je niet onderscheidend, dan inspireer je niemand.’
Terwijl in Eindhoven de coalitieonderhandelingen nog in volle gang zijn, kijkt CDA-wethouder Remco van Dooren met vertrouwen naar de toekomst. Zijn partij groeide bij de gemeenteraadsverkiezingen van vier naar zes zetels in 2018, verstevigde de zes zetels in 2022, en groeide vervolgens naar negen zetels in 2026. ‘En’, zo geeft Van Dooren aan, ‘voor de volgende keer geldt als doel dat we boven de tien uitkomen.’ Dat succes kwam volgens hem niet uit de lucht vallen. Het is het resultaat van bijna tien jaar consequent bouwen aan een herkenbare, energieke en wijkgerichte volkspartij. Van Dooren, sinds november wethouder met onder meer financiën, sport, erfgoed en regionale samenwerking in zijn portefeuille, vertelt over zijn politieke drijfveren, de lessen uit Eindhoven en wat het landelijke CDA daarvan kan leren. Hij studeerde eerder bestuurskunde en strategisch management aan de Universiteit van Tilburg, werkte ruim vijf jaar als consultant bij een organisatieadviesbureau en was zevenenhalf jaar actief als gemeenteraadslid. Van Dooren was eerder voorzitter van het CDJA Brabant en zat twee keer in de selectiecommissie voor de Tweede Kamerverkiezingen. Momenteel is hij ook voorzitter van de CDA Bestuurdersvereniging (BSV).
Organiseren, enthousiasmeren en aanvoeren
U bent relatief jong wethouder geworden. Kunt u iets vertellen over uw achtergrond en wat u drijft?
‘Ik ben dertig jaar geleden geboren in Acht, een kerkdorp dat onderdeel is van de gemeente Eindhoven, en kom uit een warm nest. Al op jonge leeftijd was ik iemand die graag organiseerde, enthousiasmeerde en aanvoerde. Of dat nu als aanvoerder van een voetbalteam was, in de jeugdcommissie van de tennisvereniging of later als voorzitter van de bewonersvereniging in Acht.’
‘Die rode draad zie ik nog steeds terug. Organiseren, dingen voor elkaar krijgen en iets goeds willen doen voor anderen. Dat zit ook in kleine dingen. Op zondag koffie schenken in het verzorgingshuis in het dorp bijvoorbeeld. Diezelfde drive herken ik in mijn politieke activiteiten.’
Waar komt uw politieke belangstelling vandaan?
‘Al vanaf de basisschool was ik politiek geïnteresseerd. Dat kwam niet van huis uit. Mijn ouders stemmen wel, maar waren en zijn niet lid van een politieke partij of politiek actief. Wat wel hielp waren twee stages. Op de middelbare school liep ik snuffelstage bij Elly Blanksma, die destijds Tweede Kamerlid was voor het CDA, en later nog bij het Europees Parlement bij Ria Oomen. Van het een kwam het ander. Ik werd in Acht politiek actief en hield mij bezig met vragen als “Hoe kunnen we de leefbaarheid in het dorp verbeteren?” Op een gegeven moment dacht ik: “Ik wil me niet alleen voor Acht inzetten, maar voor heel Eindoven.” Eerst zet je je in voor de buurt, daarna voor de gemeente, en vervolgens ook voor het landelijke CDA. Ik voelde mij gelijk thuis bij het CDA als een partij die midden in de samenleving staat, realistisch en betrokken. Een partij die met gezond verstand opkomt voor gewone mensen die het goede willen doen. Voor een samenleving waarin je normaal doet en omkijkt naar elkaar, waar je verantwoordelijkheid neemt voor een ander en voor de samenleving.’

Remco van Dooren
Politiek die het hart van mensen raakt
Het verkiezingsprogramma is uitgesplitst naar wijk. Waarom?
‘Eindhoven is met 250.000 inwoners de vijfde gemeente van het land. Dan is de uitdaging om de politiek dicht bij de inwoners te houden. Dan moeten we ons niet alleen bezighouden met de grote ontwikkelingen, zoals het gegeven dat wij hier de snelst groeiende economie hebben, en met de uitbreiding van ASML, of de komst van een Rijksmuseum. Dat zijn uiteraard belangrijke onderwerpen, maar ze raken het hart van de kiezer niet. Uiteindelijk willen mensen vooral in een buurt wonen waar ze zich thuis voelen. Waar het groen goed onderhouden wordt, waar de stenen recht liggen, waar veel activiteiten worden georganiseerd, waar het buurthuis levendig is en waar een aantrekkelijk winkelgebied is. Daarom zijn wij per stadsdeel gaan kijken wat er speelt, net zoals bij de vorige verkiezingen overigens. Mensen voelen zich nog altijd sterk verbonden met hun wijk, net als vroeger in de dorpen. Als je wilt weten wat inwoners bezighoudt, moet je daar beginnen.’
De uitdaging is om de politiek dicht bij de inwoners te houden
Hoe haalt u op wat er leeft in de wijken?
‘Door aanwezig te zijn. We sluiten aan bij bewonersverenigingen, spreken met sportverenigingen en gaan actief de buurten in. Als raadslid kun je echt van toegevoegde waarde zijn, als je je vastbijt in zaken waar inwoners al jaren tegenaan lopen en hiervoor dan een oplossing bieden. Andersom geldt hetzelfde. Veel inwoners hebben goede ideeën maar weten niet hoe ze binnen de gemeente verder moeten komen. Mijn kracht als gemeenteraadslid zat niet in het schrijven van een visiedocument over de vraag waar Eindhoven in 2050 moet staan, maar wel in het realiseren van concrete verbeteringen in buurten. Dan merken de mensen dat de gemeente er ook voor hen is. Niet alleen zichtbaar zijn tijdens verkiezingen, maar permanent aanwezig zijn. Eigenlijk is dat heel simpel: luisteren, serieus nemen, en vervolgens iets doen met wat je hoort.’
Dat klinkt als ombudspolitiek.
‘Dat mag je gerust zo noemen. Alleen wordt die term soms verkeerd begrepen. Ombudspolitiek betekent niet dat je iedereen naar de mond praat. Het betekent dat je serieus neemt wat mensen bezighoudt én vervolgens met oplossingen komt. Pas als je daadwerkelijk iets weet te realiseren, ben je effectief als politicus.’
CDA Eindhoven heeft de afgelopen jaren een opvallende groei doorgemaakt. Hoe heeft u dat aangepakt?
‘Dat begon al in 2017. Samen met fractievoorzitter Linda Hofman destijds. Wij waren nieuw en zeiden tegen elkaar: “Wat voor partij willen we zijn?” Wij wilden energie uitstralen. Daadkracht. Een brede volkspartij zijn. Opkomen voor gewone mensen met gewone problemen. Divers zijn. Wijkgericht werken. Niet alleen de politieke agenda volgen, maar die ook zelf bepalen. Dat hebben we niet vastgelegd in dikke rapporten. Het waren gewoon een paar heldere uitgangspunten. In 2018 zagen we daar de eerste resultaten van. We groeiden van vier naar zes zetels. Vervolgens zijn we verdergegaan op diezelfde lijn.’
‘Toen wij na lange tijd weer een wethouder konden leveren, hebben we bewust de jonge Stijn Steenbakkers voorgedragen, en niet iemand die bij wijze van spreken al honderd jaar in de partij meeloopt. Dat paste niet bij het nieuwe profiel, bij de frisse en eigentijdse uitstraling waar we naartoe wilden.’
U heeft veel nadruk gelegd op het uitbreiden van het netwerk van de partij.
‘Absoluut. Nog even de context bij de voorlaatste gemeenteraadsverkiezingen, in 2022. We hadden vanaf 2020 een verschrikkelijke tijd, landelijk, het gedoe rond Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt. De partij leed in 2021 landelijk fors verlies. Toch besloten we een kandidatenlijst van vijftig mensen samen te stellen. Dat was een enorme opgave, want we hadden maar iets meer dan honderd leden. Maar het lukte. Het signaal naar buiten was: hier gebeurt iets. Uiteindelijk verstevigden we onze zes zetels. We verrasten daarmee iedereen, want de landelijke peilingen lieten een heel ander beeld zien.’
‘Daarna hebben we verder gebouwd. Ik begon een bestand bij te houden waarin ik mensen noteerde die ik tegenkwam op markten, sportverenigingen en in buurthuizen, en van wie ik dacht: die passen bij ons. Ik hield contact, vroeg hoe het ging en wat er speelde. Op een gegeven moment vroeg ik dan: zou de politiek of het CDA niets voor jou zijn? Zo ontstond uiteindelijk een lijst van ongeveer honderdvijftig potentiële kandidaten.’
We keken bewust naar wijken en groepen die nog onvoldoende vertegenwoordigd waren
Waar lette u op bij het zoeken naar kandidaten?
‘We keken bewust naar wijken en groepen die nog onvoldoende vertegenwoordigd waren. Daarnaast zagen we dat Eindhoven snel verandert. Er wonen steeds meer expats. Daarom hebben we er bewust op ingezet om ook die groep op onze kandidatenlijst terug te laten komen. Als je een brede volkspartij wilt zijn, moet je toegang hebben tot verschillende groepen in de samenleving. Dat lukt niet alleen met hoogopgeleide beleidsmensen. Dan heb je ook een visboer nodig, een buschauffeur, een buurthuisbeheerder of een voorzitter van een bewonersvereniging. Juist die mensen weten wat er leeft. Je moet een goede mix hebben van theoretisch en praktisch opgeleid, ouderen en jongeren.’
Wat typeert volgens u CDA Eindhoven?
‘Wij communiceren niet alleen wat we willen bereiken, maar ook wat we hebben gerealiseerd. Daarom maakten we per wijk aparte flyers. In Woensel stond daarin iets anders dan in Gestel, omdat daar andere resultaten en ambities relevant zijn. Tegelijkertijd hadden we voor heel Eindhoven dezelfde tien speerpunten. Mensen hoeven geen verkiezingsprogramma van tachtig pagina’s te lezen. Ze willen weten: wat zijn jullie concrete doelen? Bijvoorbeeld extra handhavers, het opknappen van wijkwinkelcentra, woningbouw of verkeersmaatregelen.’
‘Politiek moet duidelijk en afrekenbaar zijn. Dat betekent ook dat we erop aangesproken kunnen worden als we doelen niet halen. Dat hoort bij verantwoordelijke politiek. Ik merk nu ook tijdens de coalitieonderhandelingen hoe waardevol dat is. Wij hebben onze lijstjes al klaar. We weten precies wat we willen bereiken, omdat het verkiezingsprogramma zo concreet is opgesteld.’
Laat u met die praktische en lokaal gerichte politiek de grote thema’s dan niet te veel links (of rechts) liggen?
‘Integendeel. Het thema van onze laatste verkiezingscampagne was “Ons thuis”. Dat lijkt misschien lokaal, maar daarachter zitten alle grote vragen van de samenleving. Je thuis voelen in je buurt, dat gaat over leefbaarheid, veiligheid en gemeenschapszin, zaken op orde hebben. Voor jouw thuis wil je zorgen, dat wil je beschermen. Thuis betekent ook dat je een inkomen hebt, dat de economie goed draait en dat de toekomst perspectief biedt. Wij wonen hier in een regio die wereldwijd vooroploopt in technologische innovatie. Daar ben ik mij als wethouder nu meer dan ooit van bewust. Ook dat wereldwijde thuis moeten we koesteren en beschermen. Tegelijkertijd moeten de opbrengsten daarvan zichtbaar worden in buurten, in voorzieningen en in leefkwaliteit. Hierin zit voor mij de verbinding tussen het lokale, het nationale en het internationale.’
Eindhoven groeit snel. Welke uitdagingen brengt dat mee?
‘Die groei biedt enorme kansen, maar roept ook vragen op. Steeds meer mensen ervaren dat hun stad verandert. Er wordt veel Engels gesproken. Nieuwe bewoners komen erbij. Dan is het belangrijk dat inwoners die hier al langer wonen, zich blijven herkennen in hun eigen stad. Wij vinden daarom dat mensen die hier komen wonen, ook onderdeel moeten worden van de gemeenschap.’
Dat geldt ook voor expats?
‘Juist voor hen. Expats veroorzaken niet veel problemen. Ze zijn vaak hoogopgeleid en leveren een belangrijke bijdrage aan onze economie. Maar onderdeel worden van de samenleving vraagt meer dan alleen hier werken. Het betekent ook deelnemen aan het verenigingsleven, vrijwilligerswerk doen, de Nederlandse taal leren en betrokken zijn bij de gemeenschap. Daar mogen we best duidelijke verwachtingen over uitspreken. Sociaal zijn in wat je biedt, maar ook helder zijn over wat je vraagt.’
Zolang kiezers het CDA als eerste associëren met een bepaalde oubolligheid of geloofspartij, is er nog een wereld te winnen
Groeipotentieel
U bent ook voorzitter van de CDA Bestuurdersvereniging. Wat wilt u daar bereiken?
‘Actieve CDA-politici moeten bij de BSV denken: “Daar heb ik wat aan, want die zijn er voor mij.” In de kern is dat hetzelfde verhaal als voor de inwoners van Eindhoven in de verschillende wijken, die ook graag willen zien dat de politiek er voor hen is.’
‘Ik zie drie hoofdtaken. Allereerst verbinding leggen tussen lokaal bestuur en Den Haag of Brussel. Problemen die lokaal spelen, moeten hun weg naar boven kunnen vinden, en andersom horen Tweede Kamerleden of Europarlementariërs snel te kunnen schakelen met decentrale politici. Ten tweede wil ik dat de vereniging politici helpt hun werk beter te doen via opleidingen, trainingen en kennisuitwisseling. En ten derde geloof ik sterk in de kracht van onderlinge verbinding. Het CDA is geen verzameling losse lokale partijen, maar een landelijke politieke partij die lokaal sterk geworteld is. We zijn één beweging. Juist die uitwisseling tussen politici op verschillende niveaus maakt ons sterker.’
Heeft u vanuit de BSV ook nog een inhoudelijke oproep richting de landelijke partij (of het landelijke bestuur)?
‘Vanuit de BSV nog niet direct. We zijn nu ook net met een nieuw bestuur begonnen. Als ik op persoonlijke titel spreek, heb ik vanuit de ervaring in Eindhoven drie lessen voor het landelijke CDA. Ten eerste: wees duidelijk en krachtig over waarvoor je staat. De inhoud – onze waarden en waar we voor staan – ligt er en die is goed, maar maak het concreet, helder en duidelijk. Ten tweede:
investeer in authentieke volksvertegenwoordigers en een divers team. Ten derde: communiceer op een manier die past bij deze tijd.’
Hebt u het gevoel dat het CDA nog veel onontdekt potentieel heeft?
‘Zeker. Honderd procent. Als dat niet zo was, zouden we geen achttien zetels hebben, maar dertig of veertig. Dat potentieel is er echt nog. Zolang kiezers het CDA als eerste associëren met een bepaalde oubolligheid of geloofspartij, is er nog een wereld te winnen. Je moet laten zien hoe eigentijds onze politieke stroming kan zijn, in inhoud, personen, communicatie en leiderschapsstijl. In Eindhoven bewijzen we dat dit kan. Zelfs in steden waarvan altijd wordt gezegd dat het moeilijk terrein is voor het CDA, en zelfs in periodes waarin het landelijk tegenzat. Dat betekent niet dat je het iedereen naar de zin kunt of moet maken. Het betekent wel dat je ook bereid bent om je op onderwerpen te blijven ontwikkelen. Want als je een brede volkspartij wilt zijn, dien je je ook te verhouden tot de ontwikkelingen in de samenleving.’
Ik zie een eigentijds CDA met lef voor me
Kunt u een aansprekend voorbeeld noemen?
‘Dan denk ik aan André Poortman, nu Kamerlid maar voorheen werkzaam voor het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Hij is niet bang om controversiële of spannende onderwerpen te adresseren die wellicht gevoelig liggen voor een deel van de achterban. Op een frisse en eigenwijze manier handelen, waarbij je met de tijd meegaat en onderscheidend bent; daar houd ik van.’
Mist u dat? Is er veel koudwatervrees?
‘Het is niet mijn woord, maar misschien is dat wel de goede term. Ik denk dat we er nog veel meer uit kunnen halen. Ik zie een eigentijds CDA met lef voor me. Want als je geen risico neemt, win je nooit. Dan ben je niet onderscheidend, dan inspireer je niemand. Dus ik denk: hup, wees ook bereid om na te denken én te handelen over hoe je in 2030 en verder weer de grootste volkspartij van Nederland kunt worden. Om daar te komen, moet je het wel over heilige huisjes hebben. Alleen zo zullen wij ook in de toekomst aantrekkelijk zijn voor nieuwe kiezers. Ik weet zeker: heel veel mensen zullen dan het gedachtegoed van het CDA omarmen!’
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

