Een staat die verschil omarmt
Samenvatting
Met het boek De neutrale staat schetst emeritus hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen wat er misgaat in hoe wij de staat vormgeven in tijden dat de samenleving steeds sterker gepolariseerd raakt. Frissen keert zich scherp tegen de expansiedrift van de moderne staat, de maakbaarheidsgedachte en de neiging van politiek en bestuur (de elite) om maatschappelijke problemen technisch te willen oplossen. In dit boek brengt hij die thema’s samen in een pleidooi voor een staat die juist terughoudend, neutraal en pluralistisch is.
De centrale vraag van het boek luidt eigenlijk: hoe kan een staat nog neutraal blijven in een samenleving waarin ideologische kampen elkaar niet langer als legitieme gesprekspartners zien, maar als morele vijanden? Frissen constateert dat zowel links-activisme als rechts- populisme steeds meer de neiging heeft de staat voor hun eigen morele agenda in te zetten. Daarmee verliest de staat zijn neutrale positie en wordt hij zelf partij in het conflict. Het links-activisme claimt vaak dat de rechtsstaat aan zijn kant staat, wat bijvoorbeeld blijkt uit de klimaatrechtszaken. Het rechts- populisme claimt vaak de democratie als ‘volkswil’, iets wat in het migratiedebat veelvuldig tot uitdrukking komt.

Paul Frissen
De neutrale staat. Pleidooi voor een conservatief pluralisme
Boom | 2026 | 304 pp. | € 29,90 | ISBN 9789024473052
De staat als neutrale scheidsrechter
Frissen beschouwt de staat idealiter als een scheidsrechter. Die metafoor is essentieel voor het begrijpen van zijn politieke filosofie. Een scheidsrechter bepaalt niet wie moreel gelijk heeft, maar bewaakt als neutrale actor de regels waaronder verschillende groepen vreedzaam kunnen samenleven. Dat ideaal staat volgens Frissen onder zware druk. In het huidige politieke klimaat probeert zowel rechts als links de staat te gebruiken om de eigen morele visie op te leggen aan de samenleving.
Aan de linkerzijde ziet Frissen een activistische politiek waarin identiteit centraal staat. Identiteitspolitiek maakt compromissen moeilijk, omdat over identiteit nauwelijks te onderhandelen valt. Wie zichzelf definieert vanuit slachtofferschap, historische achterstelling of morele rechtvaardigheid ervaart politieke tegenspraak al snel als existentiële ontkenning. Daardoor verschuift politiek van belangenafweging naar morele strijd.
Maar Frissen spaart rechts evenmin. Conservatieve en populistische bewegingen beroepen zich vaak op tradities, nationale identiteit en culturele continuïteit, maar ook die tradities kunnen uitsluiten. Rechts presenteert zichzelf graag als verdediger van orde en gemeenschap, maar kan net zo goed onverdraagzaam worden tegenover afwijkende levensstijlen of minderheden. Daarmee komt Frissen tot een scherpe observatie: zowel progressief activisme als reactionair traditionalisme heeft de neiging uitsluitend en intolerant te worden. Beide kanten willen uiteindelijk dat de staat hun visie bevestigt. Beide flanken lijken meer op elkaar dan ze zelf eigenlijk zouden willen.
Dat maakt Frissens positie interessant. Hij kiest niet eenvoudig partij in het cultuurconflict. Zijn kritiek op links betekent niet dat hij automatisch rechts steunt. Integendeel, hij wantrouwt elke beweging die de staat inzet als instrument van morele disciplinering. Een belangrijke gedachte daarbij is dat historisch gezien het gelijk vaak aan de activistische kant heeft gelegen. Emancipatiebewegingen voor arbeiders, vrouwen of homoseksuelen hebben reële onrechtvaardigheden zichtbaar gemaakt. Maar Frissen maakt tegelijkertijd duidelijk dat historisch gelijk nog niet betekent dat een beweging ook de samenleving moet domineren of de staat mag monopoliseren. Frissen vat het treffend samen: ‘Historisch zit het gelijk vaak aan de activistische kant, maar dat wil nog niet zeggen dat daarmee de wereld ook zal worden gered’ (p. 23).
Conservatief pluralisme
Het centrale begrip in het boek is ‘conservatief pluralisme’. Dat conservatisme betekent bij Frissen niet dat één traditionele levenswijze verdedigd moet worden. Het verwijst juist naar het besef dat samenlevingen altijd bestaan uit botsende overtuigingen, religies en belangen.
Een gezonde samenleving probeert die verschillen niet weg te organiseren. Frissen verzet zich daarom tegen politiek die denkt dat de samenleving uiteindelijk naar één moreel eindpunt toe groeit. Zijn pluralisme is fundamenteel anti- utopisch. Er bestaat volgens hem geen definitieve maatschappelijke harmonie. Politiek blijft altijd omgaan met tragiek, conflict en imperfectie. Daarom heeft conservatief pluralisme ook geen vooruitgangsperspectief. Frissen wantrouwt het idee van lineaire morele vooruitgang. Zodra mensen denken precies te weten waar de geschiedenis heen moet, ontstaat de neiging tegenstanders te corrigeren of uit te sluiten. Dat betekent niet dat de staat waardevrij is. De staat moet juist radicaal zijn in het weigeren van extremen die de pluraliteit zelf bedreigen. Neutraliteit betekent dus niet passiviteit, maar terughoudendheid.
Kritiek op moralisering
Frissen is erg duidelijk in zijn analyse over moralisering. Volgens hem is de Nederlandse politiek steeds meer een moreel project geworden. Nederland ziet zichzelf graag als zowel koopman als dominee, namelijk als pragmatisch én moreel gidsland. Vooral die laatste neiging vindt Frissen problematisch. Politiek wordt steeds vaker gebruikt om burgers moreel op te voeden. Daardoor verschuift wetgeving van praktische ordening naar morele disciplinering. Tegenstanders worden niet langer gezien als mensen met andere overtuigingen, maar als mensen die aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. Frissen verzet zich fel tegen het idee dat moralisering het uitgangspunt van recht en beleid moet zijn. Een democratische rechtsstaat moet ruimte laten voor uiteenlopende morele overtuigingen.
Zowel progressief activisme als reactionair traditionalisme heeft de neiging uitsluitend en intolerant te worden
Verstatelijking en instrumentalisering
Een ander belangrijk thema is de groei van de verzorgingsstaat en de bureaucratische logica die daarmee gepaard gaat. Frissen beschrijft hoe menselijke relaties steeds technischer worden benaderd door een staat waar efficiëntie overal het uitgangspunt is. Solidariteit wordt draagvlak, uitvoering wordt handhaving, burgers worden gebruikers of cliënten. Mensen verdwijnen achter administratieve categorieën. Volgens Frissen heeft de verzorgingsstaat weliswaar veel sociale zekerheid gebracht, maar tegelijk maatschappelijke verbanden verzwakt. Wat vroeger georganiseerd werd in kerken, verenigingen en gemeenschappen, wordt nu steeds meer door de staat geregeld.
Hij gebruikt daarbij het beeld van ‘verstatelijkt vaderschap’ tegenover ‘verzuild moederschap’. De staat kan voorzieningen bieden, maar geen echte geborgenheid. Oude maatschappelijke verbanden boden nabijheid en herkenning die een bureaucratische overheid niet kan vervangen.
Daarom pleit Frissen impliciet voor vermaatschappelijking, in plaats van voor verdere verstatelijking. Niet alles hoeft via de staat georganiseerd te worden. Gezinnen, verenigingen en religieuze verbanden kunnen vaak beter omgaan met menselijke verschillen dan centrale bureaucratieën. Hier sluit Frissen aan bij het christendemocratische principe van subsidiariteit.
Juridisering van politieke conflicten leidt onvermijdelijk tot een politisering van het recht
Kritiek op maakbaarheidsdenken
Een rode draad door het boek is Frissens verzet tegen het maakbaarheidsdenken. De moderne staat denkt volgens hem steeds meer als een technocratische machine die maatschappelijke problemen kan oplossen met beleid en regelgeving. Frissen verwerpt dat idee fundamenteel. Samenlevingen zijn geen technische systemen, maar menselijke werkelijkheden vol conflict, tragiek en onvoorspelbaarheid. Frissen ziet het maakbaarheidsdenken zelfs als een vorm van hoogmoed. In religieuze termen zou men kunnen zeggen dat de mens zichzelf de plaats van God toekent. De samenleving is niet volledig beheersbaar en de mens is geen schepper van een perfecte orde. De wil om de samenleving op detailniveau met regeldruk op te zadelen leidt bovendien enkel tot een grotere kloof tussen volk en elite.
Constitutionalisering
Een controversieel onderdeel van het boek is Frissens kritiek op het instrumentaliseren van de rechtspraak, wat constitutionalisering genoemd wordt. Hij maakt zich zorgen over rechters die hiermee politieke doelen afdwingen in de vorm van geboden en verboden, waarbij hij als voorbeeld de klimaatzaak van Urgenda noemt. Hiermee zegt Frissen niet de politieke thema’s die aan de orde komen onbelangrijk te vinden, maar hij wijst op het vervagen van de scheiding der machten. Juridisering van politieke conflicten leidt onvermijdelijk tot een politisering van het recht. Frissen verdedigt dat de democratische rechtsstaat geen politieke kleur dient te hebben én keert zich daarmee tegen de constitutionalisering.
Lessen voor christendemocraten
Voor christendemocraten bevat dit boek belangrijke lessen. Allereerst herinnert Frissen aan het belang van subsidiariteit. Het is niet de taak van de (landelijke) overheid om alle problemen tot in detail te willen oplossen. In de praktijk is ook de christendemocratie vaak meegegaan in de uitbreiding van de verzorgingsstaat en bureaucratische bestuurscultuur. Frissen confronteert christendemocraten met de vraag of zij nog werkelijk vertrouwen hebben in de maatschappelijke verbanden waarvoor zij zeggen te staan.
Daarnaast vormt zijn kritiek op maakbaarheid een belangrijke correctie. Het christendemocratische mensbeeld erkent begrenzing, gebrokenheid en menselijke feilbaarheid. Dat staat haaks op technocratische politiek die denkt complexe problemen volledig te kunnen beheersen. De wil om alles tot in detail dicht te regelen is ongezond en haalt de zuurstof uit de samenleving. En dat terwijl we tegelijkertijd in de kracht van de samenleving (willen) geloven.
Ook Frissens kritiek op moralisering is relevant en voer voor discussie. Christendemocraten hebben traditioneel een normatieve visie op samenleving en gemeenschap, maar lopen daarmee ook het risico de staat als moreel opvoedingsinstrument te gebruiken. Aan de andere kant is de wil om te normeren ook een gevolg van het erkennen dat de mens niet rationeel is. Juist ten dienste van de mens kan het goed zijn als een overheid begrenst.
Conclusie
De neutrale staat is een uitdagend en prikkelend boek. Frissen verdedigt geen reactionair conservatisme, maar een pluralistische samenleving waarin de staat zichzelf begrenst. In een tijd van identiteitspolitiek, populisme, juridisering en technocratie pleit hij voor politieke bescheidenheid. Democratie betekent niet dat conflicten verdwijnen, maar dat mensen leren samenleven ondanks blijvend verschil. De staat dient dat verschil te beschermen.
Juist ten dienste van de mens kan het goed zijn als een overheid begrenst
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

