‘Islamofobie kun je niet verbieden’
Samenvatting
Dat het christendom een groeiende belangstelling kent, is mooi, vindt Kamerlid Tijs van den Brink, maar hij staat tegelijk huiverig tegenover het verbond dat radicaal-rechts of conservatief rechts met het christendom wil aangaan. ‘Als christen vind ik het enerzijds mooi wanneer meer mensen gaan geloven en wanneer ik Kamerleden van rechtse partijen de eed hoor uitspreken. Anderzijds denk ik: wat bedoelen jullie ermee? Is het geloof voor jullie vooral een wapen om de islam mee te lijf te gaan? Daar is het christendom niet voor bedoeld.’
Interessant, maar inhoudelijk ook wel spannend. Dat is de eerste reactie van Kamerlid Tijs van den Brink op het CDV-thema ‘religie en democratie’. ‘Onder mijn portefeuille vallen integratie, discriminatie, racisme en de democratische rechtsstaat: allemaal onderwerpen waar religie geregeld om de hoek komt kijken. Het zijn thema’s waarop de samenleving en ook de Kamer zelf erg is gepolariseerd. In een van mijn eerste debatten werd ik bijvoorbeeld fel geattaqueerd waarom het CDA de Moslimbroederschap niet wil verbieden, zoals de PVV had voorgesteld. Ik wist dat eerlijk gezegd niet, maar bij navraag bleek dat de Moslimbroederschap als entiteit in Nederland helemaal niet bestaat. Je kunt het dus niet eens verbieden, en we hebben daarom de motie niet ondersteund. Tegelijk hebben we als CDA wel voor een Kameruitspraak van JA21 gestemd, die de religieuze invloed vanuit niet- vrije landen wilde tegengaan. Voor een partij die religie serieus neemt en niet gesimplificeerd over dit soort thema’s spreekt, is het soms zoeken naar een standpunt. Maar dat is niet verkeerd en vaak beter dan partijen die zonder na te denken toch wel ergens fel voor of tegen zijn. In veel debatten staat links pal tegenover rechts: rechts is tegen alles wat met islam te maken heeft, links verdoezelt veel problemen die er als gevolg van immigratie zijn. En de vraag is dan: wat vinden wij als CDA? Ik merk dat ik mijn politieke stem hierin nog aan het zoeken ben. Zeker als het gaat om de rol van de islam in de samenleving.’
Zelf is Van den Brink christelijk opgevoed en bekend geworden als EO- journalist, die via tv-programma’s als Adieu God? zijn eigen geloof niet onder stoelen of banken stak. Dat had er, zo zegt hij, ook mee te maken dat de EO als taak heeft programma’s te maken die aansluiten bij het christelijke deel van de bevolking. ‘Als CDA-Kamerlid heb ik een andere rol. De partij is natuurlijk uit het christendom voortgekomen, maar staat nadrukkelijk open voor mensen die dezelfde waarden ondersteunen maar geen christen zijn. Zo is mijn geloof voor mezelf vaak een motivatie om het goede voor de samenleving te zoeken, maar dat is niet exclusief iets christelijks. Anderen doen dat vanuit hun eigen levensovertuiging en dat vind ik ook het mooie aan het CDA. Ik heb er bewust voor gekozen om, met mijn christelijke achtergrond, een partij te kiezen die een brede grondslag heeft.’

Tijs van den Brink
Foto: Marc Mulder
Interview in het kort:
- Een partij als het CDA die religie serieus neemt maar niet gesimplificeerd hierover spreekt, moet soms op zoek naar het goede antwoord op concrete vraagstukken over religie en democratie
- De formule bij het ontstaan van het CDA om katholieken, hervormden en gereformeerden niet op basis van gedeeld geloof maar van gezamenlijke politieke waarden te verbinden, werkt nog steeds om gelovigen en niet-gelovigen te verenigen
- Nederland is geen christelijk land (meer); daarom moeten we bij nationale herdenkingen onze eenheid ook niet vinden in het zingen van christelijke liederen die getuigen van gedeeld geloof
- Het luiden van kerkklokken past bij de Nederlandse traditie; de islamitische gebedsoproep is daarentegen een oproep tot geloof die niet thuis hoort in de publieke ruimte
- De angstgevoelens van moslims of ze in Nederland nog wel welkom zijn, zijn begrijpelijk
- Dat radicaal-rechts een verbond met het (cultuur)christendom wil aangaan, is politiek en maatschappelijk spannend; voor je het weet wordt het christendom voor het karretje van de politiek gespannen
Het gemeenschapsdenken hoort tot de kern van de christendemocratie: we zijn hier op aarde niet om het enkel zelf heel goed te hebben
Heeft u ook andere politieke partijen overwogen, of had de christendemocratie altijd al de voorkeur?
‘Als journalist heb ik bewust een partijkeuze altijd voor mij uit geschoven, ook in mijn hoofd. Ik wilde onpartijdig zijn en dan helpt het niet als je stiekem toch al een keuze hebt gemaakt. Toen ik zeker wist dat ik de politiek in wilde, heb ik de beginselprogramma’s van CDA, NSC en de ChristenUnie gelezen en voor het CDA gekozen. In het beginselprogramma van NSC vond ik de aandacht voor de katholieke sociale leer en het personalisme interessant, maar inmiddels weten we dat een interessante grondslag niet genoeg is. Het mooie van het CDA is dat het bij de totstandkoming in 1980 een formule heeft gevonden om de verschillen tussen katholieken, gereformeerden en hervormden te overbruggen. Alleen bestaan deze groepen op die manier nu niet meer. Toch werkt de formule om elkaar niet op basis van gedeeld geloof te vinden maar op basis van gedeelde waarden die uit het christendom zijn voortgekomen, nog steeds om gelovigen en niet-gelovigen aan elkaar te verbinden. Het is een vondst die ook goed helpt om in de fractie met elkaar het gesprek aan te gaan. Daarnaast is het voor de keuze voor het CDA natuurlijk helpend dat ik me bij de meeste standpunten van de partij thuis voel.’
Kiesdrempel
Wat is voor u de kern van de christendemocratie en in hoeverre heeft dat met de christelijke overtuiging te maken?
‘Als ik dat probeer te formuleren voor christenen en niet-christenen samen, dan is dat toch wel het gemeenschapsdenken: we zijn hier op aarde niet om het enkel zelf heel goed te hebben, maar voor elkaar. Juist in de ontmoeting met de ander ontdekken we wie we als mensen zijn. Dat komt voor mij uit mijn geloof voort: behandel andere mensen zoals je zelf ook behandeld wilt worden. We zijn immers allemaal schepselen van God. Maar anderen halen dat uit hun eigen geloof of levensovertuiging en dat is goed: het CDA wil een brede volkspartij zijn. En juist in deze tijd, waarin het aantal gelovigen kleiner is dan toen de partij ontstond, is dat van groot belang.’
‘In deze tijd van fragmentatie hebben we partijen van enige omvang nodig, en om die reden hebben we als CDA voorgesteld ons kiesstelsel te onderzoeken met de vraag of de kiesdrempel misschien verhoogd moet worden. We kregen daarop het verwijt dat wij als grotere partij hiermee kleinere partijen als ChristenUnie en SGP monddood willen maken. Maar dat was allerminst onze bedoeling. Want we deden dit voorstel juist toen we zelf maar vijf zetels hadden. Natuurlijk vind ik het mooi dat in Nederland partijen allerlei relatief kleine bevolkingsgroepen kunnen representeren, maar we redden het niet als we een heleboel homogene, maar kleine partijen hebben.’
‘Daar komt bij dat ik het juist goed vind dat het debat al binnen een partij gevoerd wordt en dat een fractie vervolgens met één standpunt naar buiten komt. In een partij als de SGP kun je veel makkelijker altijd precies conform je eigen visie en geweten stemmen. Bij het CDA moeten we soms best al wel interne verschillen overbruggen. Een enkele keer kiezen we ervoor om elkaar de vrijheid te gunnen afwijkend te stemmen, zoals bij het wetenschappelijk onderzoek naar embryo’s. Maar ik vind het wel wat hebben dat we eerst intern de degens kruisen om vervolgens als eenheid naar buiten te gaan. Dat betekent dat je weleens ergens voor stemt, terwijl je eigenlijk tegen bent. Maar een andere keer hoor je bij de stemming iemand die eigenlijk een andere opvatting heeft, conform jouw standpunt stemmen, omdat jij daar zoveel waarde aan hecht. Deze manier om in een land dat niet meer christelijk is, elkaar vanuit diverse levensovertuigingen op een gedeelde politieke visie te vinden, spreekt mij aan.’
Mijn buik zegt: prachtig, zo’n gezamenlijk gebed! Maar mijn hoofd zegt: je zult er maar zitten als moslim of ongelovige
Ondertussen lijkt het aantal mensen dat zich gelovig noemt, weer toe te nemen. Juicht u dat toe?
‘Ja, in principe wel. Het is mooi dat een nieuwe generatie kennelijk niet meer de frustratie over het christendom heeft die mijn generatie en die daarvoor wel had. Ik vind het ook mooi als ik Kamerleden de eed hoor afleggen. Tegelijk ontken ik niet dat ik bij sommige politici van radicaal-rechtse partijen denk: ja, maar wat bedoel jij met je geloof? Noem jij je christen of beroep je je op joods-christelijke waarden omdat je je daarmee afzet tegen de islam? Neem PVV-leider Wilders, die de mond vol van joods- christelijke waarden heeft, maar uiteindelijk niet meer weet te zeggen over de inhoud ervan dan dat hij anti-islam en anti-immigratie is. Ook de recente aandacht voor cultuurchristendom dat een verbond met radicaal-rechts of conservatief rechts zou moeten aangaan, vind ik eng en spannend.’
Cultuurchristendom
Zit er in het cultuurchristendom niet ook iets moois? Op 4 mei werd er voorafgaand aan de kranslegging op de Dam een herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk gehouden, waarin onder leiding van een hoofdkrijgsmachtpredikant gezamenlijk het Onzevader werd gebeden en het zesde couplet van het Wilhelmus gezongen. Het christendom kan dan iets van eenheid geven.
‘Mijn buik zegt: prachtig, zo’n gezamenlijk gebed! Maar mijn hoofd zegt: je zult er maar zitten als moslim of ongelovige. Dan moet je iets meebidden, terwijl je daar helemaal niet achter staat.’
Is het risico van dit standpunt niet dat het CDA helemaal niet meer uitkomt voor de christelijke identiteit, zoals de partij weleens verweten wordt?
‘Dat denk ik niet. De christelijke traditie zit diep in onze genen, maar in principe vind ik dat er bij nationale herdenkingen een publiek draagvlak moet zijn voor de ceremonies. Dat beperkt de mogelijkheid om op dat soort momenten de christelijke identiteit te tonen. Nederland is geen christelijk land meer, dat is gewoon de realiteit.’
Verliezen we dan ook niet veel wat ons toch nog samenbindt? Ook bij plaatselijke herdenkingen worden op 4 mei christelijke liederen als ‘Blijf mij nabij’ gespeeld.
‘Het is natuurlijk prima dat we bij herdenkingen van oorlogsslachtoffers het Wilhelmus zingen, ook vers 6. Dat is ons volkslied en onze geschiedenis; daar komen we vandaan. En in lokale gemeenschappen is er vaak nog wel draagvlak voor een gedeelde christelijke identiteit, dat is uiteraard prima! Maar ik denk dat we landelijk geen gezamenlijke Nederlandse identiteit meer uit een religieuze overtuiging halen, ook niet uit het christendom. Het eerlijke verhaal is dat het christelijk geloof onze gedeelde overtuiging niet meer is. Dan past het dus ook niet om allerlei christelijke liederen te zingen. Een gezang als “Blijf mij nabij” zal een moslim misschien nog kunnen meezingen, maar een ongelovige niet. Daar moeten we rekening mee houden. We zingen de Internationale toch ook niet bij nationale gelegenheden?’
Versmalt het CDA zich op die manier niet tot een afspiegeling van de Nederlandse bevolking, omdat het christendom voor de partij alleen nog waarde heeft vanuit de geschiedenis? Critici stellen dan: wat stelt de C nog voor als zelfs het CDA terughoudend is om christelijke liederen te laten zingen om anderen niet te kwetsen?
Zodra we het christendom aan de identiteit van een natie verbinden, wordt het heel ongemakkelijk en kan het ontsporen
‘We zijn geen christelijke partij maar een christendemocratische, zoals Henri Bontenbal geregeld terecht benadrukt. Dat betekent dat we onze waarden halen uit het evangelie; daarin onderscheiden we ons van veel andere partijen. In die zin zijn we fier op het christendom. Maar dat is iets anders dan het christendom gebruiken om anderen weg te duwen en uit te sluiten, wat we steeds meer zien bij uiterst rechts. Ik ben ook huiverig als bepaalde rechts-conservatieven een verbond met het cultuurchristendom voorstaan, om zo via de christelijke identiteit andere buiten te sluiten. Daar is het christendom niet voor bedoeld.’
Moeten we ook het luiden van de kerkklokken afschaffen in Nederland, omdat we geen christelijke natie meer zijn?
‘Nee, dat vind ik niet. Het luiden van kerkklokken is iets wat al eeuwenlang in Nederland gebeurt. Dat hoort bij onze cultuur en wordt vaak ook door niet-christenen in de buurt gewaardeerd. Mocht er democratisch besloten worden om het te verbieden, dan zij dat zo, maar daar ben ik niet voor. Dat geldt niet voor versterkte gebedsoproep vanuit een moskee. Dat is feitelijk een geloofsbelijdenis, die over een wijk wordt uitgesproken zonder dat de wijk daarom gevraagd heeft – en daarmee echt iets anders dan het luiden van klokken. Daar zou ik mezelf heel ongemakkelijk bij voelen, als dat in mijn wijk gebeurt.’
Wat is volgens u het wezenlijke verschil tussen de christendemocratie enerzijds en het christelijk-nationalisme dan wel cultuurchristendom anderzijds dat nu op de rechterflank wordt bepleit? Ligt dat verschil in de waarde die de christendemocratie hecht aan pluriformiteit, terwijl radicaal-rechts meer homogeniteit voorstaat?
‘De vrijheid van godsdienst is voor mij en de christendemocratie wezenlijk, niet alleen voor mezelf maar ook voor anderen. Andersgelovigen of niet-gelovigen hebben evenveel rechten als christenen. Voor mijzelf geldt het christendom als inspiratiebron, ook in mijn politiek handelen. Maar zodra we het christendom aan de identiteit van een natie gaan verbinden, wordt het heel ongemakkelijk en kan het ontsporen door te zeggen dat je pas een goede Nederlander bent als je christen bent. Vroeger dacht men, ook in de partijen waaruit het CDA is voortgekomen, misschien anders over de nauwe band tussen christendom en natie. En ik sluit niet uit dat als ik honderd jaar geleden had geleefd, ik ook warme gevoelens kreeg bij de leus “God, Nederland en Oranje”. Dat paste in die tijd, toen Nederland grotendeels christelijk was. Maar we zijn een seculier land geworden.’
Abortus
U bent als journalist veel in de VS geweest en hebt daar aanhangers van Trump ontmoet. Hoe kijkt u aan tegen de opkomst van het christelijk- nationalisme daar?
‘Het bijzondere is dat als ik bij hen in de kerk zit, ik een eenheid van een gedeeld geloof kan ervaren. Maar ik ervaar veel vervreemding en ben zelfs zeer huiverig voor de manier waarop ze het christendom politiek inzetten en Trump blijven steunen, ook al stuurt hij de immigratiedienst ICE op immigranten af.’
Hoe is die steun van christenen voor Trump te verklaren?
Het ideaal van multiculturaliteit of multireligiositeit miskent de problemen die gepaard gaan met de vermenging van culturen en religies
‘Dat heeft er onder meer mee te maken dat de VS qua secularisatie zo’n veertig jaar op Europa achterloopt. Dat zie je bijvoorbeeld in de steun voor abortus. Die was daar lang zo’n vijftig procent van de bevolking voor en vijftig tegen. Inmiddels zijn ook in Amerika de voorstanders van de vrijheid om voor abortus te kiezen in de meerderheid. Dat weten de evangelicals, en daarom doen ze alles om dat tij te keren en hebben ze zich aan Trump vastgeklampt en overgeleverd. In Nederland liggen die verhoudingen al heel lang anders; daar is meer dan tachtig procent voor de steun voor de abortusvrijheid. Daarom vind ik het ook zo pathetisch dat linkse partijen in Nederland nu de abortuswet willen verruimen, omdat ze zeggen te vrezen dat ook hier abortus onder druk staat. Dat is niet reëel.’
‘Iets anders is dat mede door de steun van de evangelicals de rechtsstaat in de VS echt onder druk staat. Er is een ongelooflijk spannende strijd gaande tussen de regering-Trump en de rechterlijke macht, waarbij Trump de instituties van de rechtsstaat probeert te ondermijnen.’
Hoe gevaarlijk is het hierbij dat Defensieminister Pete Hegseth met tatoeages als ‘Deus vult’, oftewel ‘God wil het’, op zijn arm pronkt en het christendom voor zijn handelen inzet?
‘Dat vind ik echt doodeng. Hij wil God voor zijn karretje spannen en vervolgens immigratie en de islam te lijf gaan. Het is alsof hij is blijven steken in de veroveringsoorlogen van het Oude Testament. Voor zo’n onder dwang gekregen homogeniteit is het christendom niet bedoeld.’
Vindt u aan de andere kant dat multiculturaliteit of multireligiositeit iets is om als natie naar te streven?
‘Nee, dat ook weer niet, omdat dat de problemen die gepaard gaan met de vermenging van culturen en religies miskent. Multiculturaliteit is op het moment een gegeven en we accepteren de pluriformiteit vanwege de rechtsstaat. Maar ik zie het niet als een utopisch ideaal.’
Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen de komst van de islam in Nederland?
‘Als een gegeven. En als journalist keek ik er een beetje anders tegen aan dan nu als politicus. Ik heb tv- programma’s over de islam gemaakt en me ook wel kritisch erover uitgelaten. De relatie tussen delen van de islam en rechtsstaat blijkt ingewikkeld, stelde ik vast; in de meeste islamitische landen is er geen scheiding tussen kerk en staat. Kijk naar de positie van de vrouw in delen van de islam en die van homoseksuelen, maar ook naar de gebrekkige mogelijkheid tot afvalligheid. Dat kan de integratie van moslims in Nederland belemmeren.’
‘Sommige critici vinden bovendien dat moslims hun geloof, als het erop aankomt, niet belangrijker mogen vinden dan de uitkomst van een democratisch proces; maar daar heb ik dan weer minder moeite mee. Voor christenen en anderen geldt dat immers ook. Stel dat de democratisch gekozen overheid mij dwingt om te stelen of iets anders te doen dat tegen mijn overtuiging ingaat; dan kies ik toch ook voor mijn geloof?’
‘Ik heb dus mijn zorgen bij sommige interpretaties van de islam, maar vond het als journalist meer mijn taak om me daarover kritisch te uiten dan als politicus. Voor je het weet beland je in de hoek van partijen die zich continu negatief over de islam uiten. De realiteit is dat verreweg de meeste moslims in ons land gewoon in vrede willen leven en mee willen doen. Die moslims wil ik ook vertegenwoordigen.’
Moslimdiscriminatie
In uw maidenspeech zei u het verklaarbaar te vinden dat moslims zich de afgelopen kabinetsperiode afgevraagd hebben hoelang ze in Nederland nog vrij zijn om hun godsdienst te beleven. Staat hun godsdienstvrijheid echt onder druk?
Ik zou de invoering van de sharia heel graag willen voorkomen, desnoods met wetgeving
‘Ik snap hun angstgevoelens heel goed. In Nederland was de PVV de grootste partij, met een boodschap dat de islam hier niet mag zijn. Als ik moslim was zou ik me daar heel onveilig bij voelen. En ik hoor het ook om me heen dat er met de groei van de PVV echt iets is veranderd. Moslimjongeren voelen zich veel vaker gediscrimineerd, en niet onterecht, in mijn waarneming. Er vindt moslimdiscriminatie plaats als een meisje met een hoofddoek niet op gesprek mag komen, of als een sollicitatiebrief van iemand met een Arabische naam niet serieus behandeld wordt. Dat moeten we bestrijden, onder andere door een appel te doen op de samenleving om dit tegen te gaan. Zeg er wat van als je merkt dat moslims in je omgeving gediscrimineerd worden.’
Is er sprake van islamofobie in Nederland?
‘Dat woord zou ik dan weer niet gebruiken, omdat je in Nederland islamofoob mag zijn, net zoals je bang mag zijn voor het christendom, hindoeïsme of heidendom. Maar je mag geen moslims discrimineren, of joden of christenen. Islamofobie is niet hetzelfde als moslimdiscriminatie.’
Maar is dat niet juist wat de PVV doet: angst voor moslims aanwakkeren?
‘Wilders is veroordeeld voor groepsbelediging, onder andere van een ras en volk. Dat heeft de rechter vastgesteld en daar doen we het mee in dit land.’
Er zijn critici in Nederland die vinden dat J.D. Vance een punt had toen hij in München beweerde dat je in Europa niet meer alles mag zeggen en dat er een sfeer ontstaat om politieke partijen als de PVV en AfD te verbieden. Hoe kijkt u daartegen aan?
‘Naast integratie en discriminatie zit de Wet op de politieke partijen ook in mijn portefeuille. We zijn nu bezig om te kijken of we de eis kunnen stellen dat politieke partijen democratisch georganiseerd moeten zijn. Partijen mogen het standpunt hebben dat ze tegen de islam zijn. Dat moeten we niet verbieden. Maar ze moeten zich wel aan de regels van de rechtsstaat houden.’
Ondertussen kan de rechtsstaat wel veranderen, mede als gevolg van verandering in religieuze opvattingen. Vroeger was er geen homohuwelijk mogelijk, terwijl je niet kunt zeggen dat we toen geen rechtsstaat hadden.
‘Soms botsen democratie en rechtsstaat met elkaar, omdat de meerderheid op een gegeven moment een andere invulling wil. Maar dat moet dan wel via een ordentelijk proces plaatsvinden, en niet door bepaalde democratische instituties monddood te maken. Piet Hein Donner heeft ooit gezegd dat als de meerderheid de sharia in Nederland wil, we die kunnen krijgen. Nu weet ik dat collega’s van Denk zeggen dat er ook mooie dingen in de sharia staan, maar dat is niet het beeld dat ik erbij heb. Ik zou de invoering ervan dus heel graag willen voorkomen, desnoods met wetgeving.’
Mogen politiemensen in uniform wat u betreft aan de iftar, de maaltijden tijdens de islamitische vastenmaand, deelnemen?
Een kerkdienst is niet bedoeld om uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers te voorkomen
‘Ja, dat vind ik wel. Maar ik aarzel als iftars betaald worden door de gemeente of in het stadhuis plaatsvinden. Iftars zijn activiteiten van de moslimgemeenschap. Dus ik zou het niet raar vinden als die gemeenschap ze zelf organiseert en betaalt. Minister Pieter Heerma meldde onlangs in een debat dat ook activiteiten van christelijke en joodse gemeenschappen worden gesubsidieerd. Dat lijkt me dan wel van belang. De overheid moet geen religie voortrekken of achterstellen.’

Tijs van den Brink
Foto: Marc Mulder
‘Wat dat betreft moeten we goed in de gaten houden wat de scheiding van kerk en staat betekent. Het betekent niet dat ze niets met elkaar te maken hebben – ze mogen dus op elkaar betrokken zijn en elkaars bijeenkomsten bijwonen –, maar het betekent wel dat de kerk niet gaat over wat er in de staat gebeurt, en dat de staat niet gaat over wat er in de kerk gebeurt. In die zin vond ik de roep vanuit kerken aan Eerste Kamerleden om tegen de strafbaarstelling van illegaliteit te stemmen, uiterst ongemakkelijk. Dan gaan de kerken op de stoel van politici zitten.
Dat is iets anders dan wanneer kerken, zoals onlangs de Raad van Kerken deed, zich in meer algemene termen tegen discriminatie, racisme, antisemitisme en extreemrechts gedachtegoed uitspreken.’
Kerkasiel
Hoe kijkt u in dit verband aan tegen het kerkasiel in Kampen?
‘Ik vind het iets moois hebben als een gemeenschap om mensen in nood heen gaat staan, en kerken mogen oproepen om humaan met asielzoekers om te gaan. Maar persoonlijk heb ik er wel moeite mee om de kerkdienst te gebruiken om uitgeprocedeerde asielzoekers niet te laten uitzetten. Daar is de eredienst niet voor bedoeld. Minister Bart van den Brink heeft ook duidelijk aangegeven dat er diverse rechterlijke uitspraken zijn geweest en dat het recht in deze zaak zijn beloop heeft gehad. Maar dit betekent niet dat ik de kerk in Kampen oproep het kerkasiel te beëindigen. Daarvoor ken ik deze casus niet goed genoeg.’
In AIVD-rapporten wordt christelijk geïnspireerd rechts niet als gevaarlijk genoemd, maar het jihadisme wel
Het CDA is vaak genuanceerd als het gaat om de rol van religie in de samenleving. Is het lastig om dit verhaal goed voor het voetlicht te brengen te midden van de uitersten op de linker- en rechterflank?
‘Dat is inderdaad lastig. Op een paar thema’s in mijn portefeuille kan ik stevig en met eenduidige taal opereren. Drugs bijvoorbeeld: links ziet het probleem niet, en rechts is daarover verdeeld. Ik kan dan helder stellen: waarom willen we wel een rookvrije generatie, maar geen drugsvrije generatie? Maar op het gebied van integratie, discriminatie en racisme moet je veel meer met twee woorden spreken en genuanceerde standpunten innemen. Toch is dat waar veel Nederlanders naar snakken. De gepolariseerde opstellingen op de flanken drijven ons als samenleving uit elkaar. Ik probeer daarom altijd vanuit de rechtsstaat te redeneren en me aan de feiten te houden in plaats van te schelden of zaken op te stoken. Ik merk dat dat ook wordt gewaardeerd. Onlangs heb ik in een debat over antisemitisme de feiten hierover benoemd en gezegd dat ook wij als christenen geen fraaie geschiedenis hebben op dit gebied. Tegelijk is er voor mij onderscheid tussen antisemitisme en kritiek op de huidige regering van Israël. Die insteek werd door de Joodse gemeenschap in Nederland gewaardeerd.’
Heeft u het idee dat de manier waarop de christendemocratie met het christendom omgaat wereldwijd een uitzondering wordt? Zie niet alleen wat er in de VS gebeurt, maar ook in Rusland, waar de kerk en de staat helemaal verweven zijn.
‘Voor die conclusie vind ik het nu te vroeg. Maar je ziet inderdaad dat de kerk of kerkleiders zich in Rusland, maar ook in de VS – en dichterbij in Polen en Hongarije – door de staat laten gebruiken, terwijl ze echt andere taken hebben: de politiek gaat over de vrede voor de stad, terwijl de kerk de eer van God moet bevorderen. Het is belangrijk om te erkennen dat de Bijbel niets zegt over de dagelijkse politiek, zelfs niet over de democratische rechtsstaat. Daar zijn allerlei vertaalslagen voor nodig. Suggereren dat er vanuit de Bijbel of het christendom maar één visie op politiek mogelijk is, kan gevaarlijk uitpakken.’
Waar ziet u op dit moment het grootste gevaar voor de samenleving: in radicaalrechts, dat het christendom voor zijn karretje spant, in een dominante islam, of, zoals sommige christenen ter rechterzijde menen, in dominant paars sociaalliberalisme?
‘In de rapporten van de AIVD wordt christelijk geïnspireerd rechts niet als gevaarlijk genoemd – laat staan het sociaalliberalisme –, maar het jihadisme wel. Dat is de realiteit, nog steeds. Aan de andere kant is politiek gezien DENK veel kleiner dan radicaal-rechts. Je ziet hoeveel maatschappelijke onrust er ontstaat als radicaalrechtse partijen deze onrust aanjagen. Dat is een heel ander gevaar dan een aanslag. Maar het heeft wel degelijk een grote negatieve invloed op de samenleving. Dat het christendom daar door sommige vertegenwoordigers van radicaal-rechts voor wordt gebruikt, stemt me verdrietig.’
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

