Intro
Samenvatting
Welke rol speelt religie in onze samenleving en wat moet de politiek, en specifiek de christendemocratie, daarmee? Die spannende vraag proberen we in deze CDV vanuit diverse perspectieven te belichten. Het is een vraag die zich met paradoxen omgeven weet. Enerzijds is er immers een sterke liberale dominantie om religie uit de politiek en de publieke sfeer naar het privédomein te verbannen, anderzijds, zo laten diverse auteurs zien, komen godsdienst en moraliteit juist daardoor als een boemerang in politiek en bestuur terug. Als religieuze instituten en overtuigingen immers geen rol meer mogen spelen in de publieke ruimte, wordt elke verwachting ten aanzien van gemeenschapszin en moraal op de politiek en de staat geprojecteerd. Gevolg is dat politici van links en rechts elkaar als religieuze fanatici steeds meer met morele verwijten om de oren slaan, maar gemeenschappelijke grond, laat staan een realistische politieke stellingname, moeilijk vinden. Anne Blanksma Çeta toont dit aan aan de hand van het Kamerdebat over de Amerikaanse aanval op Iran. En ook uit de bespreking van het boek De neutrale staat van Paul Frissen blijkt hoezeer progressief activisme – noem het radicaal-links – én reactionair traditionalisme – noem het radicaal-rechts – de neiging hebben intolerant te worden en een gezond pluralisme tegen te gaan. Niet voor niets bevinden we ons politiek in een impasse: wie enkel vanuit zijn eigen morele gelijk spreekt en handelt, is niet snel geneigd gezamenlijk terrein met de opponent te zoeken, die immers eerder als vijand van het goede wordt gezien.
Homogeniteit
De vraag is hoe de christendemocratie zich in dit politieke krachtenveld moet opstellen. Een spannende vraag, omdat het CDA immers geworteld is in het christendom, dat dezer dagen wereldwijd in politiek en bestuur een opmerkelijke comeback maakt, alleen niet op een manier waarbij de christendemocratie zich thuis voelt. Wereldwijd maar ook in eigen land wordt het christendom ingezet om eenheid en homogeniteit te bevorderen en pluraliteit tegen te gaan. De vraag die lange tijd vooral bij de islam lag – kunnen islam en democratie wel goed samengaan? – wordt nu ook aan christenen gesteld: wordt het christendom niet vooral ingezet om visies en groepen uit te sluiten en autocratie te bevorderen? En als we dat niet willen, welke positie dichten we dan aan religie en specifiek het christendom toe om samenleving en politiek toch iets van bezieling te geven?
Het hele themanummer is eraan gewijd om daarop antwoord te vinden. Duidelijk is dat het CDA geen christelijke partij is maar een christendemocratische partij, die niet in een gedeeld geloof haar overtuiging heeft gevonden, maar in gedeelde politieke waarden. Deze zijn weliswaar uit het christendom voortgekomen, maar worden ook door anderen herkend. Dat was al zo in 1980, toen de partij katholieken, gereformeerden en hervormden aan elkaar verbond; en dat is, zo schetst Kamerlid Tijs van den Brink, nog altijd het geval, nu christenen, maar ook moslims en agnosten elkaar in dezelfde partij vinden. Een religie – het christendom, maar ook de islam, zoals Turan Yazir laat zien – kan tot een gemeenschappelijke politieke overtuiging inspireren, maar een geloof – laat staan een boek als de Bijbel of de Koran – leidt nooit rechtstreeks tot politieke antwoorden. Daar is altijd een vertaalslag voor nodig. ‘Religie kan inspireren, maar niet regeren’, schrijft Ferdinand Grapperhaus dan ook terecht. En Piet Hein Donner stelt dat het goede van mensen komt, en niet van overheden verwacht moet worden. Want als een religie regeert en op de stoel van de politiek gaat zitten, verliest zij het vermogen om die politiek te begrenzen, zoals Inigo Bocken beschrijft, en ontstaat er een politieke religie. En dit kan weer leiden tot een duister verbond tussen kerk en staat, zoals in Rusland nu zichtbaar is, maar via het christelijk nationalisme ook elders opkomt.
Verbeeldingskracht
De christendemocratie heeft daarmee geen gemakkelijke opgave, omdat ze als het ware tussen Scylla en Charybdis door dient te laveren: enerzijds moet ze zich niet overgeven aan de verleiding om religie naar de privésfeer terug te dringen, anderzijds mag een religieuze overtuiging niet worden ingezet om politieke en maatschappelijke eenheid te funderen. Deze opgave is niet eenvoudig, omdat zonder een zekere eenheid en verbeeldingskracht een politieke samenleving ook uit elkaar valt. Er is dus ergens een behoefte aan een lege plek die toch door geïnspireerde mensen met krachtige ideeën en handelingsvermogen wordt ingevuld. Geen opgelegde religieuze identiteit, maar wel vanuit levensbeschouwing en religie ontstane waarden, waarover vrijelijk gesproken kan worden en van mening verschild. Want als die goede ideeën niet komen, zo toont Govert Buijs, zullen de kwade ideeën direct het gat opvullen.
Het bijzondere is dat een CDA dat dit spoor bewandelt, weliswaar zijn weg moet zoeken – Tijs van den Brink is daar eerlijk over; in het debat over de islam waarbij links te weinig kritisch is over de gevolgen van een multireligieuze samenleving en rechts enkel in verzet tegen de islam verzandt, luidt al snel de vraag: wat vindt het CDA? –, maar electoraal niet in het stof hoeft te bijten. De partij kan bij zichzelf en haar geïnspireerde overtuiging blijven en tegelijk gehoor in de samenleving vinden, zoals Marcel Hanegraaff laat zien. Want juist als het CDA te veel met een confessioneel-religieuze identiteit wordt geassocieerd, zoals bij het Nieuwsuurinterview over de onderwijsvrijheid, haken kiezers af, terwijl deze wel verwachten dat de partij een op haar waarden gebaseerde politiek voorstaat. Remco van Dooren, wethouder in Eindhoven, ziet dan ook het liefst dat het CDA niet als ‘geloofspartij’ wordt gezien, maar als een partij die op alle terreinen vernieuwend is en gemeenschapszin en verbinding bevordert. In een interview noemt hij als voorbeeld de positie van expats in Eindhoven. ‘Onderdeel worden van de samenleving vraagt meer dan alleen hier werken. Het betekent ook deelnemen aan het verenigingsleven, vrijwilligerswerk doen, de Nederlandse taal leren en betrokken zijn bij de gemeenschap. Daar mogen we best duidelijke verwachtingen over uitspreken.’ Uit de opmerkelijke winst die het CDA in Eindhoven de laatste jaren heeft doorgemaakt – ook toen de partij landelijk in de kreukels lag – blijkt dat Van Doorens aanpak het CDA geen windeieren heeft gelegd.
Sociaal gezicht
Het gesprek over wat de christendemocratische waarden op de diverse beleidsterreinen betekenen, gaan we in CDV graag aan. In ‘Dwars’ een debat over de vraag of het CDA met de door de coalitie voorgenomen plannen rondom de sociale zekerheid zijn sociale gezicht verbergt. Ja, menen CDJA’ers Joanne Sloof en Max Housen. Nee, stelt Kamerlid Elles van Ark.
En verder een artikel over de vraag hoe een uitweg te vinden tussen twee uitersten in de economische politiek op het gebied van bijvoorbeeld belastingen en klimaatverandering. Enerzijds is er een technocratische aanpak, die weliswaar waardevol kan zijn maar door zijn complexiteit geen draagvlak onder de bevolking kent, en anderzijds is er een eenvoudige, populistische aanpak, die niet zal werken maar wel goed ligt bij de bevolking. Ook hier blijkt dat we in het spoor van de antieke held Odysseus opnieuw tussen Scylla en Charybdis door moeten laveren. Maar dan lonkt er toch een ‘thuis’, waar politiek en burger elkaar ontmoeten.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

