MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Artikel indienen
  • Abonnementen
    • Abonneren
    • Proefabonnement
  • Over CDV
    • Redactie
    • Adverteren
    • Links
    • Contact
Inloggen

Registreren
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 2026 / nummer 1
PDF  

We hebben het goed, maar voelen ons slecht

Ronald van Steden
25 maart 2026

Samenvatting

Enige tijd geleden reed ik met vrienden in een deelauto van Greenwheels vanuit de Randstad naar Noord-Groningen. Vlak nadat we de rode auto in een kleine dorpskern hadden geparkeerd, kwam er een jongen van een jaar of twaalf aanlopen. Hij monsterde het logo op onze wagen en concludeerde dat we vast ‘erg milieubewust’ moesten zijn. Toen, met een ernstige blik: ‘Zijn jullie dan ook tegen de boeren en de vissers?’ Nooit werd de kloof tussen stad en platteland voor mij tastbaarder dan op dat moment. Of moet ik zeggen vermeende kloof? De vriendin met wie ik was, trok verbaasd haar wenkbrauwen op. Ze komt zelf van een boerderij.

Over de veelbesproken ‘kloven’ in Nederland zijn twee verschillend ingestoken boeken verschenen. De eerste publicatie, Spookkloven, is van Jan Willem Duyvendak en berust op cijfers en statistieken. Het tweede boek, De neo-tribale revolte, geschreven door Hans Boutellier, focust op gevoelens en emoties.

Spookkloven

Om met Spookkloven te beginnen: na een grondige analyse van de thema’s inkomen, opleiding, geografie, generatie, gender, migratieachtergrond en religie, concludeert Duyvendak dat de verschillen tussen groepen mensen minder groot zijn dan vaak gedacht. Het gat tussen een kleine minderheid met heel veel vermogen en een grote groep zonder financiële buffers is inderdaad groot, maar ten aanzien van andere terreinen maakt Nederland zich veel te druk. Duyvendaks centrale stelling luidt dat we grotendeels met ‘spookkloven’ te maken hebben. Ons land is in zijn geschiedenis nog nooit zo welvarend, gelijk en gelijkgestemd geweest. Mannen en vrouwen, plattelanders en grootstedelingen, jong en oud, met of zonder diploma: levens zijn steeds meer op elkaar gaan lijken en met elkaar vermengd geraakt. Volgens Duyvendak is het probleem vooral dat emoties het publieke debat zijn gaan domineren. Politici die beweren dat we worden ‘overspoeld door een tsunami aan gelukszoekers’, hebben weinig achting voor de feiten.

Met zijn recente werk grijpt Duyvendak terug op een these die hij al in 2005 introduceerde. In de bundel Kiezen voor de kudde behandelen hij en andere auteurs de paradox van de moderne individualisering.1 Door het loskomen van zuil, gemeenschap, traditie en religie lijken mensen hun eigen levensprojecten in toenemende mate zelf te moeten vormgeven, terwijl ze tegelijkertijd massaal dezelfde keuzes maken. Het uiteindelijke resultaat is een grote mate van conformiteit en gelijkvormigheid. In mijn eigen woorden geformuleerd: een meerderheid van de Nederlanders woont in een rijtjeshuis, zorgt voor twee of drie kinderen, heeft vaak een hond en/of kat, gaat (vrijwel) nooit naar de kerk, brengt het weekend deels op een sportveld door, doet wekelijks de boodschappen bij een grote blauwe, misschien gele, supermarkt en rijdt in een grijze, witte of zwarte Toyota, Volkswagen dan wel Kia, in elektrische uitvoering waarschijnlijk als auto van de zaak. Van de meeste maatschappelijke tegenstellingen zijn de scherpste randjes inmiddels wel afgevijld, wil Duyvendak maar zeggen.

Jan Willem Duyvendak
Spookkloven. Waarom Nederland minder gepolariseerd is dan we denken
Thomas Rap | 2025 | 160 pp. | ¤ 19,99,– | ISBN 9789400412088

Kanttekeningen

Duyvendaks ontmaskering van ‘kloven’ als ‘spookkloven’ heeft de nodige kritiek gekregen. Mark Bovens en Anchrit Wille, auteurs van het boek Diplomademocratie,2 wijzen erop dat de opleidingskloof echt bestaat, met serieuze gevolgen.3 Theoretisch en praktisch opgeleiden leven steeds vaker in hun eigen ‘bubbel’, bijvoorbeeld als het gaat om partnerkeuze. Beide groepen hebben uiteenlopende waarden en stemmen verschillend, wat invloed heeft op politieke en culturele scheidslijnen over klimaat, migratie en nationale identiteit. Bovendien zijn politieke vertegenwoordigers op nationaal, provinciaal en lokaal niveau bijna allemaal hoogopgeleid. Daarmee vormen zij geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Deze situatie is onwenselijk, want voedt wantrouwen en wrok onder brede lagen van de bevolking. Rechts-radicale populisten spelen hier handig op in.

René Cuperus en Josse de Voogd, die bekendheid verwierven met hun Atlas van Afgehaakt Nederland,4 zetten ook kanttekeningen bij het betoog van Duyvendak. Zij geven toe dat door het optuigen van een stelsel aan sociale voorzieningen kloven minder steil aflopen dan vroeger, maar dit raakt in hun ogen niet de kern van het probleem. De kern is dat een niet gering deel van de Nederlandse bevolking zich nog altijd in een kwetsbare situatie bevindt.5 Denk bijvoorbeeld aan een te klein pensioen, flexibele arbeidscontracten, langdurige werkloosheid, multiproblematiek, uitzichtloze situaties en afkalvende publieke voorzieningen die juist ondersteuning zouden moeten bieden. Net als bij de ‘meritocratie’ (een heerschappij van succesvolle hogeropgeleiden) waar Bovens en Wille op wijzen, zorgt dit gegeven voor een giftige voedingsbodem waar politieke makelaars in angst en onvrede wel bij varen.

Tim ’S Jongers vatte het debat tussen De Voogd en Duyvendak in De Correspondent zo samen: ‘Nederland is inderdaad niet kapot. Maar sluit je ogen niet voor onrecht’.6

Maatschappelijke tegenstellingen, inclusief alle angst, boosheid en onmacht die daarbij horen, zitten ook in de hoofden en in de harten van mensen. Ter verdediging van Duyvendak moet worden aangetekend dat hij ‘geenszins de bedoeling’ heeft om ‘reëel bestaande sociale problemen’ te bagatelliseren. Ook deelt hij zijn analyses steeds op in de drieslag ‘objectieve’ cijfers over kloven, ‘percepties’ over hoe groot deze kloven zijn, en alle ‘emoties’ die daar weer bij horen. Toch blijft na lezing van zijn boek vooral het rationele argument hangen: ‘De meeste vormen van ongelijkheid worden schromelijk overschat.’ Dat is een belangrijk punt, omdat de gemoederen in het publieke debat tegenwoordig hoog oplopen. De vraag blijft echter waarom er allerlei spanningen in onze samenleving zijn ontstaan. Hans Boutellier, gasthoogleraar Polarisatie & Veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, geeft antwoord op die prangende vraag.

Een niet gering deel van de Nederlandse bevolking bevindt zich in een kwetsbare situatie

De neo-tribale revolte

In zijn laatste boek, De neo-tribale revolte, legt Boutellier onze samenleving op de sofa. Zijn kernpunt: mensen zijn sociale dieren, die op hun best zijn wanneer zij in gemeenschappen functioneren, maar diezelfde groepsvorming krijgt nare – tribale – trekjes op het moment dat wantrouwen en uitsluiting de boventoon voeren. Sinds Pim Fortuyn zien we woede optreden tegen ‘het bestuur’ en ‘het systeem’, een woede die voortvloeit uit gevoelens van onrechtvaardigheid: een overheid die er niet voor haar eigen mensen is, en een politiek die geen zichtbare vooruitgang boekt op grote dossiers. Het coronabeleid, de toeslagenaffaire, de moeizame afwikkeling van de Groninger gasaffaire en het slepende stikstofdossier hebben dergelijke sentimenten recentelijk vergroot en verdiept. Ondertussen spelen sociale media een bedenkelijke rol. Zij wakkeren de ‘verbubbeling’, met bijbehorende wij-zij-dynamieken, alleen maar verder aan. De migrant is in dit proces ‘de heerlijke kop van jut’. Hij belichaamt en symboliseert ‘de indringer’ die de rust en vrede van een nostalgisch, verloren gegaan, Nederland is komen verstoren.

Net als Duyvendak grijpt Boutellier terug op eerder werk, met name op zijn proefschrift over solidariteit en slachtofferschap.7 Daarin betoogt hij dat in een liberale, pluriforme en individualistische samenleving mensen het over in ieder geval één ding eens zijn: niemand wil het slachtoffer worden van wreedheid, lijden en pijn. Nu is het niet zo dat het in ons land totaal aan gedeelde positief geformuleerde waarden ontbreekt. Het boek van Duyvendak ademt zelfs gelijkgestemdheid. Een groot deel van de bevolking steunt dan ook democratie, vrijheid, saamhorigheid en tolerantie. Tegelijk signaleert Boutellier bij ‘identitaire groepen’ (radicaal-rechts, protestbewegingen, complotdenkers, autonomen) sluimerende gevoelens van slachtofferschap; zij ervaren achterstelling, discriminatie en vernedering. De bijbehorende strijd om erkenning bindt hen samen, creëert solidariteit, maar wakkert ook conflictueuze verhoudingen en openlijke vijandschap aan.

Deze licht ontvlambare maatschappelijke stemming is koren op de molen van sommige politici. Om electoraal gewin te behalen, hameren zij graag op tegenstellingen tussen ‘het volk’ en ‘de elite’, alsof dit soort uniforme en helder afgebakende entiteiten in werkelijkheid bestaan. Alsof ‘de gewone man’ altijd gelijk heeft. De VVD zegt bijvoorbeeld op te komen voor ‘de hardwerkende Nederlander’, die, in tegenstelling tot ‘de gelukszoeker’, het land draaiende houdt. Pim Fortuyn sprak eerder over de islam als ‘achterlijke cultuur’, en Geert Wilders deed daar graag nog een schepje bovenop: ‘Minder Marokkanen.’ Maar het kan altijd nog één of twee tandjes extremer. Boutellier citeert Donald Trump: ‘I know your pain.’ ‘I know you are hurt’, zo vervolgt hij zijn toespraak tegen de meute die begin 2021 het Amerikaanse Capitool bestormde, om vervolgens te beweren dat de verkiezingen gestolen zijn, maar dat nu iedereen beter vredig naar huis kan gaan. Dan geeft Trump de plunderaars nog een pluim: ‘We love you. You’re very special.’ Over het aanwakkeren van agressieve tribale sentimenten gesproken.

De oplossingsrichting voor gevoelens van onrechtvaardigheid, onbehagen en onmacht ligt letterlijk en figuurlijk ‘in het midden’

Hans Boutellier
De neo-tribale revolte. Over vijandschap en solidariteit in een nieuw tijdperk
Van Gennep | 2025 | 244 pp. | ¤ 19,99,– | ISBN 9789461646439

Wat te doen?

Tot zover ‘de feiten’ versus ‘het gevoel’, verklaringen voor deze discrepantie en de tastbare gevolgen hiervan. Maar wat vervolgens te doen? Boutellier schrijft dat de overheid ondersteunend en faciliterend zou moeten zijn aan de kracht van gemeenschappen, ‘mits zij open staan voor andere gemeenschappen of zich in ieder geval niet vijandig tonen’. Verder bepleit hij gemeenschapsvormen die ‘van betekenis zijn voor het algemeen belang’, maar zich daar niet per se onderschikt aan hoeven te maken. Kloven en polarisatie zijn overkomelijk door een ethiek van ‘aandacht, erkenning en respect’: ‘het recht er te mogen zijn en te mogen blijven’. Op zijn beurt vindt Duyvendak ‘gedeelde grond onder de voeten’ door zaken in perspectief te zetten: veel Nederlanders hebben ‘het nog nooit zo goed gehad’, en we hebben ‘het bovendien ook goed met elkaar getroffen (gelet op ervaren sociale cohesie, consensus over belangrijke onderwerpen, etc.)’. Nederland is tot op heden inderdaad een ‘hoogvertrouwensamenleving’.

De pleidooien van beide auteurs wijzen erop dat de oplossingsrichting voor gevoelens van onrechtvaardigheid, onbehagen en onmacht, die politieke polarisatie aanjagen, letterlijk en figuurlijk ‘in het midden’ ligt. Weliswaar is dat midden vaak ‘stil’, maar in deze stilte bevinden zich positieve krachten die betrokkenheid, inzet, redelijkheid, verbinding en overeenstemming bevorderen. We moeten inzien dat migratie en integratie, klimaatverandering, veiligheid, armoede, zorg, woningnood en andere maatschappelijke vraagstukken wicked problems (‘venijnige vraagstukken’) zijn, waarvoor geen pasklare oplossingen bestaan. Eind jaren vijftig omschreef Charles Lindblom besluitvormingsprocessen en beleidsvorming als ‘aan- en doormodderen’,8 als kleine stapjes vooruit en soms één achteruit. Het klinkt misschien saai en stroperig, maar om ‘de boel bij elkaar te houden’ blijven ontmoeting, dialoog en consensusvorming cruciaal. Zonder de garantie dat het altijd goed afloopt.

Noten

  • 1.Jan Willem Duyvendak en Menno Hurenkamp (red.), Kiezen voor de kudde. Lichte gemeenschappen en de nieuwe meerderheid. Amsterdam: Van Gennep, 2005.
  • 2.Mark Bovens en Anchrit Wille, Diplomademocratie. Opleiding als nieuwe scheidslijn. Amsterdam: Prometheus, 2025.
  • 3.Anchrit Wille en Mark Bovens, ‘De opleidingsscheidslijn is echt – en ze doet ertoe’, Sociale Vraagstukken, 30 oktober 2025. Zie: www.socialevraagstukken.nl/de-opleidingsscheidslijn-is-echt-en-ze-doet-ertoe
  • 4.Josse de Voogd en René Cuperus, Atlas van Afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, december 2021.
  • 5.Zie de uitzending van Buitenhof van 28 september 2025. Zie www.vpro.nl/buitenhof/artikelen/buitenhof-28-september-2025
  • 6.Tim ’S Jongers, ‘Nederland is inderdaad niet kapot. Maar sluit je ogen niet voor onrecht’, De Correspondent, 16 oktober 2025. Zie https://decorrespondent.nl/16459/nederland-is-inderdaad-niet-kapot-maar-sluit-je-ogen-niet-voor-onrecht
  • 7.Hans Boutellier, Solidariteit en slachtofferschap. De morele betekenis van criminaliteit in een postmoderne cultuur. Nijmegen: SUN, 1993.
  • 8.Charles E. Lindblom, ‘The science of muddling through’, Public Administration 19 (1959), nr. 2, pp. 79-88.
Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Nummer 1, lente 2026

ABONNEER je nu Laatste editie VORIGE editie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Christen Democratische Verkenningen
t.a.v. drs. M. Janssens

Postbus 30453
2500 GL Den Haag

marc.janssens@wi.cda.nl

 

 

 

Administratie

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

088-0301000

klantenservice@boom.nl