Bontenbal: weersta gedachteloosheid over de rechtsstaat
Samenvatting
In navolging van Ernst Hirsch Ballin muntte Henri Bontenbal de term ‘democratisch ethos’. Het minderheidskabinet is wat hem betreft de ultieme oefening daarin, omdat niet conflict maar samenwerking tussen kabinet en de hele Kamer, inclusief de oppositie, geboden is. ‘Het dwingt ons om de rolverdeling binnen de democratie weer serieus te nemen: het kabinet regeert en doet voorstellen, en de hele Kamer controleert. Er is geen coalitiemeerderheid meer die de oppositie buitenspel kan zetten.’
Henri Bontenbal, de aanvoerder van de uitgebreide CDA-fractie in de Tweede Kamer, ontvangt mij in zijn nieuwe onderkomen in de Kamer, op de dag dat het kabinet wordt geïnstalleerd. ‘Het is een vreemde en bijzondere dag. We zitten hier nu, terwijl zojuist een nieuw kabinet is aangetreden. Dat geeft energie, maar schept ook verantwoordelijkheid. Juist op zo’n moment moet je scherp zijn op wat we aan het doen zijn met onze democratische rechtsstaat. Ik ben enorm blij dat we tal van nieuwe christendemocratische beelddragers hebben in de Tweede Kamer, en nu ook kunnen starten met onze nieuwe bewindslieden. Ook zij hebben het verhaal rond democratisch ethos en de rechtsstaat sterk op het netvlies.’
Wat is het verhaal rond democratisch ethos? Waarom hebt u dit begrip, afkomstig uit het boek Waakzaam burgerschap van Ernst Hirsch Ballin,1 politiek op de agenda gezet?
‘Vanwege de opkomst van het populisme. Tot nu toe hebben de hedendaagse middenpartijen daarop geen overtuigend antwoord weten te formuleren. De eerste reflex is vaak om populisme te veroordelen, maar dat is onvoldoende. Veel belangrijker is om de opkomst ervan te zien als een wakeupcall voor gevestigde partijen. Waar hebben zij het laten liggen?’

Henri Bontenbal
‘Dat een partij als de PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023 37 zetels behaalt, kun je niet simpelweg veroordelen; dat is een belangrijk politiek signaal. Hoe kan het dat in een land dat er in veel opzichten relatief goed voor staat, een derde van de kiezers voor zo’n partij kiest? Waar komt dat vandaan?’
Erosie van de rechtsstaat begint met taal: met de manier waarop politici spreken over instituties als ons parlement, de journalistiek en de rechterlijke macht
Erosie vanaf de top
En op welk antwoord komt u dan uit?
‘Een analyse van de Amerikaanse politicoloog Larry Bartels bevat wat mij betreft het begin van een antwoord. Uit vergelijkende cijfers in Europa blijkt dat burgers in hun opvattingen helemaal niet zo radicaal zijn veranderd als vaak wordt gedacht. Wat wél is veranderd, is het gedrag van politici. In zijn boek Democracy erodes from the top betoogt Bartels dat democratische erosie meestal van bovenaf begint.2 Die analyse overtuigt mij grotendeels.’
‘Het gedrag van politici is doorslaggevend voor de vraag of een democratische rechtsstaat stabiel blijft of langzaam afglijdt. De kern ligt dus bij wat de politiek zelf doet – en nalaat. Het gaat dan om de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de politiek: doen wat nodig is.’
‘Daarnaast speelt voor mij een meer persoonlijke irritatie. Ik loop hier inmiddels enige tijd rond en verbaas me nog geregeld over het amateurisme, de kortademigheid en de neiging om snel te willen scoren voor de eigen achterban. Dat ondermijnt het besef dat politiek in de eerste plaats behelst dat je verantwoordelijkheid draagt voor de publieke zaak. Ook dat besef is geërodeerd doordat allerlei problemen niet zijn aangepakt en men vooral met zichzelf bezig was.’
‘Ten slotte was daar ook het handelen van het vorige kabinet. Laten we niet doen alsof daarin geen risico’s voor de rechtsstaat besloten lagen. De fout van het vorige kabinet was dat men dacht het probleem te kunnen ondervangen met een rechtsstaatverklaring; alsof je het wezen van de rechtsstaat in regels kunt vangen. Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om regels; het gaat om houding en gedrag. De democratische rechtsstaat is méér dan een juridisch systeem, het is een cultuur. Erosie van de rechtsstaat begint zelden met het formeel wijzigen van de grondwet of het openlijk afschaffen van wetten. Zij begint met taal: met de manier waarop politici spreken over instituties als ons parlement, de journalistiek en de rechterlijke macht. Dat kan op termijn een voedingsbodem vormen voor concrete aantastingen van die instituties. Dat hoeft niet grof of spectaculair te gebeuren. In landen als Hongarije hebben we gezien dat je de vrije pers niet hoeft te verbieden om haar te verzwakken; je kunt haar ook financieel afknijpen. Je hoeft de rechtspraak niet formeel af te schaffen; het is voldoende om haar structureel te ondermijnen, bijvoorbeeld via bekostigingseisen of politieke benoemingen. Je kunt het gezag van het parlement ondermijnen door van “nepparlement” te spreken of door van politieke tegenstrevers vijanden te maken.’
Het minderheidskabinet als oefening in democratisch ethos
U gaat wel met de VVD in zee, een partij waarop u vanwege haar rol in de val van het kabinet-Rutte IV zeer kritisch was en die een middenkabinet blokkeerde door GroenLinks-PvdA als radicaal weg te zetten. Is de VVD in staat om het landsbelang boven het eigen partijbelang te stellen? Kunnen zij ruimte bieden aan de hele Kamer, ook aan het linkerdeel, dat zij eerder in een verdacht daglicht hebben geplaatst?
‘We moeten partijen ook een nieuw begin gunnen. Mijn inschatting is dat de VVD, net als D66 en CDA, het land in een normale coalitie vooruit wil helpen, terug naar bestuurlijke normaliteit. Natuurlijk zijn er verschillen van opvatting, en dat is ook gezond, maar ik geloof dat men oprecht probeert tot iets te komen dat werkt voor het land. Anders was ik hier niet ingestapt.’
Een minderheidskabinet kan een andere politieke cultuur afdwingen, die zuiverend werkt
Maar zo normaal is dit minderheidskabinet toch niet?
‘Ja, dat is zo. Maar mijn wedervraag is steeds: wat is het alternatief? Het vertrekpunt was een blokkade van het meerderheidskabinet waar we niet omheen konden, tenzij ik die blokkade zelf tot inzet van de onderhandelingen had gemaakt. Maar dan waren we zo een halfjaar verder geweest. De kernvraag is dan: is dat, vanuit een verantwoordelijkheidsethiek, een verstandige keuze? Mijn antwoord daarop was en is: nee.’
‘En laten we eerlijk zijn: er lag bovendien vanuit D66 een soortgelijke blokkade richting JA21. Ik hoop daarnaast dat een minderheidskabinet dat niet onze eerste voorkeur had, een zekere politieke hygiëne met zich meebrengt. We hebben er daarom op een gegeven moment actief naartoe gewerkt. Dit minderheidskabinet is wat mij betreft een oefening in democratisch ethos, voor zowel kabinet als Kamer, over hoe je samenwerkt in het landsbelang. Ik geloof dat het kán werken, en het is ook uitermate belangrijk dat het gáát werken.’
Waarom zou het kunnen werken?
‘Een minderheidskabinet kan een andere politieke cultuur afdwingen, die zuiverend werkt. We zeggen vaak dat democratie niet mag ontaarden in de tirannie van de meerderheid die de minderheid wegdrukt. Met tachtig zetels luisteren coalitiepartijen nog maar zelden naar de oppositie. Nu worden we gedwongen dat wél te doen. Hoe je het ook wendt of keert: met 66 zetels ontkomen we er niet aan om inhoudelijk en financieel ruimte te bieden aan de hele breedte van de Kamer voor aanpassing van plannen. Dat is wat mij betreft geen zwakte, maar een potentieel heilzaam gegeven.’
Waarom zouden oppositiepartijen meewerken?
‘Omdat zij over enkele jaren zelf in een minderheidspositie kunnen verkeren. Dan moeten ook zij op zoek naar meerderheden, met omgekeerde rollen. Ik verwacht dat dit minderheidskabinet niet eenmalig zal zijn. Vanuit dat besef hoop ik op een andere dynamiek tussen Kamer en kabinet.’
‘Deze constructie dwingt ook tot rolvastheid. Het kabinet regeert en werkt het beleid uit, niet een combinatie van coalitiepartijen. De staatsrechtelijke verhoudingen zijn hierdoor helder: de Kamer onderhandelt met het kabinet, het kabinet ontwikkelt en verdedigt het beleid en zoekt daarvoor draagvlak. Wanneer coalitiepartijen het voortouw nemen in onderhandelingen, vervagen die verantwoordelijkheden en ontstaan er snel ongelukken. Een constructie die partijen dwingt hun eigen rol zuiver te houden, is daarom uiteindelijk beter. Die rolvastheid is niet alleen ordelijker, maar ook gezonder voor het functioneren van de democratie.’
‘Ik ben hier ook zelf door schade en schande achter gekomen in de onderhandelingen over wijzigingen van de onderwijsbegroting met Geert Wilders. Achter de inhoud van die deal sta ik nog altijd, maar niet achter de wijze waarop die tot stand kwam. Het gesprek hierover had niet tussen fractievoorzitters van de Tweede Kamer moeten plaatsvinden, maar tussen het kabinet en fractievoorzitters van de oppositie.’
De weerbare democratische rechtsstaat staat bij het kabinet hoog op de agenda
U heeft zelf de verandering van politieke cultuur eerder concreet willen maken door het indienen van een motiequotum. Waarom?
‘Ook onze parlementaire instrumenten moeten we zorgvuldig gebruiken. Zie het als een oefening in zelfbeperking. Politici moeten zich matigen in de inzet van hun middelen. Juist die matiging is nodig. Geen moties indienen om enkel te kunnen scoren voor de bühne; zo’n houding hoort ook bij het democratisch ethos.’
Helpt zoiets als tegengif?
‘Zonder onszelf op de borst te willen kloppen: het CDA is met dit verhaal gegroeid van vijf naar achttien zetels. Dat wijst erop dat er onder burgers een verlangen leeft naar normalere, minder overspannen politiek, een politieke cultuur waarin mensen fatsoenlijk met elkaar omgaan, waarin politici zich inzetten voor de publieke zaak in plaats van voor het eigen partijbelang, en waarin zij doen wat ze beloven.’
‘Bij democratische gezindheid hoort betrouwbaarheid. Ik heb in dat verband vaker gesproken over de cirkel van gebroken beloften. Die is funest voor het vertrouwen in de politiek. Politici moeten eerlijk zijn over wat nodig is in het landsbelang, ook als dat lastig is en weerstand oproept. Zie de vrijheidsbijdrage die wij voorstelden. Waarom? Onze vrijheid is niet gratis: de verdediging van onze manier van leven, met menselijke waardigheid als kern, vraagt nu eenmaal offers van iedereen. Als we miljarden extra investeren in defensie om die Europese manier van samenleven te beschermen, dan hoort daar een lastenverzwaring bij. Dat vraagt iets van de samenleving als geheel.’
‘Het is overigens wel terecht dat over de vraag of die lasten eerlijk worden verdeeld de Kamer het debat aangaat. Wij zullen ook zelf in de beoordeling van de uitgewerkte beleidsvoornemens van het kabinet op dat punt de vinger aan de pols houden.’
Gedachteloosheid
De democratische gezindheid als manier van leven vraagt ook om een weerbare democratische rechtsstaat. Hoe kijkt u naar die opgave?
‘Deze opgave is essentieel. Ik heb de laatste tijd veel gelezen over populisme en autocratische regimes en over hoe democratische regimes in verval kunnen raken. Dat heeft me de ogen geopend wat betreft het gevaar als én de geleidelijkheid van het verval. Neem de situatie in Amerika. Ik vind die beangstigend. Veel mensen zeggen: er zijn genoeg checks-and-balances; het zal wel meevallen. Maar zij spreken een voorbarig oordeel uit. We weten niet hoe het daar gaat aflopen. Daarom zeg ik: repareer het dak als de zon nog schijnt. Breng nu vangrails aan voor de rechtsstaat.’
‘Ik heb in dit kader het pleidooi van Jonathan Soeharno, onder andere in CDV gedaan,3 ter harte genomen: snijd de band tussen politiek en rechterlijke benoemingen door en zorg voor een eigen begroting van de rechterlijke macht. Dat zijn geen luxe-ingrepen, maar noodzakelijk onderhoud. Deze voorstellen zijn dan ook terug te vinden in het regeerakkoord, net als de commissie voor toetsing van de grondrechten.4 Indachtig de aanbevelingen van Ernst Hirsch Ballin kiezen we wel voor een constitutionele toetsing, maar niet voor een constitutioneel hof.’
‘Je ziet: de weerbare democratische rechtsstaat staat bij het CDA hoog op de agenda. Ook binnen het kabinet. Op Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken kunnen respectievelijk Pieter Heerma en Tom Berendsen op dit thema verschil maken.’
Er kunnen met de polder ook akkoorden komen die afwijken van wat in het regeerakkoord staat
Wat is daarbij voor u een essentiële leidraad?
‘Ik zou zeggen: waak voor “gedachteloosheid” waar het de democratische rechtsstaat betreft. Deze term is afkomstig van de filosofe Hannah Arendt. Gedachteloosheid betekent niet dat iemand dom is, maar dat het morele gesprek niet meer plaatsvindt, dat de dialoog met het eigen geweten stokt. Gedachteloosheid is volgens Arendt de bron van veel kwaad. Democratische gezindheid is niet vanzelfsprekend, en onze rechtsstaat met menselijke waardigheid als kern ook niet. Waakzaamheid is essentieel. We moeten heel scherp zijn over hoe een democratie in verval kan raken en welke groepen daar het slachtoffer van zijn.’
‘Wat ik ook inspirerend vind aan Hannah Arendt is dat zij vrijheid verbindt met de politieke sfeer. We worden vrij door in het openbaar te handelen en elkaar in de publieke ruimte te ontmoeten. Vrijheid is niet alleen de afwezigheid van belemmeringen, maar ook samen richting geven aan de samenleving. In de ruimte van de Tweede Kamer, maar ook in vrijwilligerswerk of het samen vorm geven aan een vereniging komen we tot bloei. Daarom moeten we ons niet afkeren van de politiek: juist daar realiseren we samen vrijheid en bepalen we hoe we willen samenleven. Engageer je dus; dat is ieders burgerplicht.’
Ruimte voor de samenleving
Komt de samenleving voldoende aan bod in het regeerakkoord?
‘Ik denk het wel. Ik heb zelf het regeerakkoord bekeken door de lens van de drie pijlers van onze verkiezingscampagne. De eerste pijler: het op orde brengen van zaken rond stikstof, migratie en wonen. Het gaat daarmee om een betrouwbare overheid voor iedereen; dat is zeker ook in het kader van een betrouwbare rechtsstaat en het democratisch ethos van zijn gezagsdragers van belang. Het ruimte geven aan de samenleving was de tweede pijler, en het zorg dragen voor de economie van de toekomst de derde.’
‘Ruimte voor de samenleving komt in het akkoord uitdrukkelijk aan bod. Denk aan de vermindering van regels voor verenigingen. De nadruk wordt veelal gelegd op de vermindering van de regelgeving voor bedrijven, maar de vermindering voor verenigingen is minstens zo belangrijk. Op dit punt gaan we het kabinet ook zeker controleren. Verder willen we het overleg met maatschappelijke organisaties en met medeoverheden normaliseren. Dat betekent dat er ook akkoorden met de polder kunnen komen die afwijken van wat in het regeerakkoord staat.’
De coalitieafspraken rond het pensioen gaan juist tegen het pensioenakkoord met de polder in.
‘Wij gaan in het coalitieakkoord inderdaad verder dan de gemaakte afspraken. Maar daarin zijn we niet de enige. Ook GroenLinks-PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma plannen staan die niet stroken met dat akkoord. Ik heb ze hier niet op willen aanvallen om jijbakken te voorkomen, maar erg coherent is het niet. Veel partijen hebben boter op hun hoofd. Ook partijen die sowieso niet aan dat pensioenakkoord wilden leveren, uiten nu kritiek op ons. Maar laat er geen misverstanden over bestaan: ik hecht aan de relatie met de polder en sta open voor gesprek en voor voorstellen tot verbetering.’
Als de rechtsstaat er niet voor iedereen is, kweken we zelf de voedingsbodem voor onvrede en populisme
Wat kunnen burgers zelf doen om de democratische gezindheid te versterken?
‘Heel concreet: ga stemmen. Word lid van een politieke partij als je dat kunt. Abonneer je op een krant, zodat journalisten hun werk kunnen doen. Word lid van een vereniging. Geef zelf handen en voeten aan de instituties van de rechtsstaat. Democratie is niet alleen iets van politici, maar van burgers die zich engageren. Natuurlijk bestaat daarbij verschil in tijd en mogelijkheden. De een zal op de vereniging een bardienst kunnen draaien, terwijl de ander meer passief lid is en bijvoorbeeld donateur van Natuurmonumenten.’
Komt de stem van eenieder wel voldoende aan bod?
‘Ik sta open voor vernieuwingen. In het verleden hebben we ons niet voor niets positief uitgelaten over burgerberaden. Daar kunnen we gewoon mee doorgaan. Het goede aan burgerberaden is dat er niet gevraagd wordt wie wil meedoen – want dan krijg je vaak dezelfde groep mensen die toch al hun stem laten horen –, maar dat er een representatieve groep wordt geselecteerd. Hoe bereik je de burger die geen tijd heeft voor een vereniging of vrijwilligerswerk, omdat die vooral het hoofd boven water aan het houden is, zoals een alleenstaande moeder? Haar stem zou je eigenlijk ook willen horen.’
‘Maar ik zie het vooral als mijn opdracht om de wijze waarop de Tweede Kamer zelf te werk gaat, de belabberde wijze waarop wetgeving wordt behandeld, te veranderen. Voor de goede orde: er zijn verschillende commissies geweest die hebben nagedacht over het functioneren van de Tweede Kamer. Er zijn ook goede stappen gezet, bijvoorbeeld dat woensdag de dag wordt om wetgeving te behandelen. Maar het kan nog beter. De hijgerigheid en de waan van de dag moeten eraf.’
Onrechtvaardigheid
Hoe staat het met de geloofwaardigheid van de rechtsstaat? Kunnen mensen er voldoende terecht? We hoeven hier alleen maar de toeslagenaffaire te noemen.
‘Dat brengt me terug bij het begin van het gesprek. We moeten dan allereerst in de spiegel kijken en eerlijk zijn. Als de rechtsstaat er niet voor iedereen is, kweken we zelf de voedingsbodem voor onvrede en populisme. Het is belangrijk bij onszelf te beginnen. In het nadenken over de democratische rechtsstaat is er de neiging om te blijven steken in de analyse dat het populisme een gevaar is, waartegen we in woord en daad moeten optreden. Uiteraard moeten we niet nalaten dat te doen, maar we moeten ons in eerste instantie vooral afvragen: waarom is er populisme? We hebben het ontstaan daarvan zelf mogelijk gemaakt door zaken op hun beloop te laten.’
‘Het is zaak de voedingsbodem van populisme te begrijpen. En vervolgens moeten we niet naïef zijn. Natuurlijk zijn er mensen met kwade bedoelingen, en we moeten indachtig de gedachteloosheid op dit thema vooral waakzaam daarop zijn. Er zijn politieke partijen en politici die deze voedingsbodem van onvrede aanwakkeren en gebruiken om actief de rechtsstaat te ondermijnen.’
Wat is die voedingsbodem wat u betreft?
‘Onrechtvaardigheid die te lang op haar beloop is gelaten. Als jongeren jarenlang bij hun ouders moeten blijven wonen, terwijl er leegstand is. Als agrarische PAS-melders geen duidelijkheid krijgen. Als ondernemers vastlopen door netcongestie. Dat tast de legitimiteit van de politiek aan. Wij hebben als politiek niet geleverd.’
‘Dat verwijt ik onszelf. De politiek is zelf het probleem geworden en zal aan haar eigen betrouwbaarheid moeten werken. Je kunt populisme bestrijden in debatten, maar als je de voedingsbodem niet wegneemt, ben je goedkoop bezig.’
De politiek is zelf het probleem geworden
Wat hoopt u dat dit kabinet gaat bereiken de komende periode?
‘Ik hoop op een verandering van de politieke cultuur. Ik weet dat daar vaker over gesproken is, maar het is goed dat een nieuwe generatie politici een poging doet tot een reset, een nieuwe start, om Den Haag beter te laten functioneren. Dan gaat het over de stijl, over betere omgangsvormen en mores, maar ook over het gebrek aan resultaten, waardoor mensen nu in de kou staan.’
Wat is daarbij de inzet van het CDA?
‘Minder hijgerigheid en minder scoringsdrift. Meer rust, meer rolvastheid, meer betrouw-baarheid. Dat begint niet bij nieuwe wetten, maar bij gedrag en leiderschap. Het niet vooruitschuiven van lastige problemen die ons allemaal aangaan, maar het gezamenlijk aanpakken daarvan.’
‘Nogmaals: centraal voor mij staat het inzicht van Hannah Arendt over het belang van handelen in het publieke domein, in de sfeer van de politiek. In die sfeer kunnen we gezamenlijk de richting bepalen van onze samenleving; het is de plek waar we samen onze vrijheid realiseren. Politiek is handelen in dat gemeenschappelijke belang. Betrouwbaarheid is daarbij essentieel: elkaar aan beloften houden én elkaar een nieuw begin gunnen als er fouten zijn gemaakt. Alleen zo kan de samenleving, ook in woelige tijden, stabiel blijven functioneren. Als die handelingsruimte er niet meer is, raken we verstrikt in voldongen feiten en krijgen wrok en ressentiment vrij spel.’
Interview in het kort:
- Een stabiele democratie is niet alleen afhankelijk van regels, maar vooral van houding en gedrag van burgers en politici
- Erosie van de democratie begint bij politieke elites. Kortetermijndenken, scoringsdrift en het ondermijnen van instituties door politici kunnen de rechtsstaat geleidelijk verzwakken
- De opkomst van populistische partijen moet niet alleen worden veroordeeld, maar ook worden begrepen Onopgeloste problemen en ervaren onrechtvaardigheid, bijvoorbeeld voortkomend uit de toeslagenaffaire of woningtekorten, hebben het vertrouwen in de politiek ondermijnd
- Waakzaamheid rond de staat van de rechtsstaat is geboden. Kabinet en Kamer zullen werk moeten maken van een weerbare democratie, van vergroting van de handelingsruimte in de samenleving, en van de geloofwaardigheid van de politiek
Noten
- 1.Ernst Hirsch Ballin, Waakzaam burgerschap. Vertrouwen in democratie en rechtsstaat herwinnen. Amsterdam: Querido Facto, 2022.
- 2.Larry M. Bartels, Democracy erodes from the top. Leaders, citizens, and the challenge of populism in Europe. Princeton: Princeton University Press, 2023.
- 3.Zie: Jan Prij, ‘Constitutionele waarborgen in Nederland “boterzacht”’, Christen Democratische Verkenningen 45 (2025), nr. 2, pp. 16-23. Zie ook: Jonathan Soeharno, Niels Graaf en Jerfi Uzman (red.), Constitutionele waarborgen. De Raad voor de rechtspraak en rechterlijke onafhankelijkheid. Amsterdam: Boom, 2024.
- 4.D66, VVD en CDA, Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord 2026-2030. Den Haag, 30 januari 2026
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

