Intro
Samenvatting
Durven we de vrijheid en pluriformiteit aan, of zoeken we onze zekerheid in een homogeen volk en een sterke leider, die ogenschijnlijk krachtiger kan handelen dan in de moeizame processen van de democratische rechtsstaat het geval is? Deze vraag, onderwerp van een fictieve dialoog in deze CDV tussen twee denkers, bepleiter van de vrijheid Ernst-Wolfgang Böckenförde en bevorderaar van homogeniteit Carl Schmitt, ligt mede aan de basis van dit themanummer over ‘democratisch ethos’.
Overal in de wereld zien we de steun voor de democratische orde en gezindheid afbrokkelen. In de VS, waar volgens de daar wonende christendemocraat Peter Luttik sprake is ‘van een bewuste afbraak van de rechtsstaat, die als een hindernis wordt gezien voor het kunnen doorzetten van de macht van de regering-Trump’ (zie interview op pagina 78), maar ook in Europa en in Nederland. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, aangehaald door Antje Beers en Stavros Zouridis, blijkt dat jongeren tussen 18 en 24 jaar vatbaarder zijn geworden voor antidemocratisch gedachtegoed. Niet dat zij en masse tegen democratie zijn, maar wel dat ze antidemocratische opties eerder accepteren als dit helpt om urgente problemen voortvarend aan te pakken. Want wat heb je liever: een politiek die de mond vol heeft over democratische waarden maar een overheid heeft gecreëerd die mensen in problemen eerder tegenwerkt dan helpt, of een krachtige leider die eenvoudig zegt dat hij er voor zijn mensen zal zijn?
Hardvochtig
In de strijd tegen populisme en autocratische tendensen heeft CDA-leider Henri Bontenbal in navolging van Ernst Hirsch Ballin het begrip ‘democratisch ethos’ gemunt. Precies dat begrip en de achterliggende waarden nemen we in deze CDV onder de loep. Wat is het, zo vragen wij ons af – Hirsch Ballin noemt als wezenlijk kenmerk ‘het inlevingsvermogen in de situatie van anderen’ –, maar ook: wie moet zich er vooral door aangesproken voelen, en wat kan het uitrichten?
Uit alle bijdragen blijkt dat ‘democratisch ethos’ niet enkel een appel kan zijn aan politici die zich populistisch gedragen en de onvrede onder de bevolking uitbuiten om de democratische instituties aan te vallen. Natuurlijk moeten zij op hun ondemocratische gedrag blijvend worden aangesproken. Maar als iets in dit themanummer duidelijk wordt, dan is het wel dat populisten in een leegte gedoken zijn die de gevestigde partijen hebben achtergelaten. Zij, en daartoe behoort ook het CDA, zijn het die mede door marktwerking en complexe regelgeving een overheid hebben geschapen die sociale grondrechten, zoals het recht op wonen, heeft verwaarloosd en zich tegelijk hardvochtig tegenover haar eigen burgers heeft betoond.
Volgens René Paas, commissaris van de Koning in Groningen, zijn veel burgers afgehaakt, niet omdat zij zelf onwillig zijn, maar omdat zij door de overheid daartoe zijn aangezet. ‘Ze vertrouwen de overheid niet meer, omdat ze ervaren hebben dat de overheid hen laat barsten als het erop aankomt’, stelt Paas in een interview onomwonden. Hij verwijst daarbij naar de Groninger gasboringen, maar ook naar talloze andere situaties waarin de overheid voor haar burgers niet zozeer een hulp maar een tegenwerker is gebleken. En juist de mensen die het minder goed hebben getroffen, zijn van dergelijk overheidshandelen het slachtoffer geworden.
Oproepen tot een democratisch ethos of democratische gezindheid heeft weinig zin als er aan deze oorzaak van de vaandelvlucht naar het populisme niets wordt gedaan. Ook Bontenbal legt daar de nadruk op in een interview. Het huidige minderheidskabinet kan volgens hem ‘een oefening in democratisch ethos’ zijn. Er is immers geen meerderheid meer die haar dictaten aan een minderheid kan opleggen; het kabinet moet voortdurend het gesprek met de hele Kamer aangaan. Maar tegelijk erkent hij dat de huidige onvrede, die zich vertaalt in een vlucht naar de flanken, ook komt doordat politiek en overheid niet geleverd hebben, en onrechtvaardigheid voor burgers hebben laten bestaan.
Program van Uitgangspunten
Voor het CDA en de christendemocratie ligt hier een wezenlijke uitdaging. Terecht wijst Bontenbal op de nieuwe politieke cultuur waaraan het CDA wil bijdragen, en ook al bijgedragen heeft. Maar de partij zal zich ook inhoudelijk weer opnieuw moeten uitvinden. In dit verband doet Pieter Jan Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut, in deze CDV een oproep aan het CDA-bestuur om het eigen beginselprogramma te vernieuwen. Het huidige dateert van begin jaren negentig, toen de Muur net was gevallen en de digitale ontwikkelingen nog in de kinderschoenen stonden. Juist nu het CDA als juniorpartner in een minderheidskabinet zit met twee liberale partijen, een meer links en een meer rechts georiënteerde, is het risico dat de partij zich vooral als oliemannetje en bruggenbouwer profileert. Maar terecht zegt Dijkman: ‘een brug zie je niet, daar loop je overheen’. Om die reden, maar ook omdat de partij zich de afgelopen decennia vatbaar heeft betoond voor het dominante neoliberale denkklimaat, is een diepe en brede bezinning op de eigen politiek vanuit haar uitgangspunten dringend en blijvend geboden. Wellicht kan de partij dan voor de afgehaakten in de samenleving weer de emancipatiebeweging worden waarvoor de eerdergenoemde René Paas pleit.
We beleven bijzondere tijden, zowel in Nederland als wereldwijd, waarin panelen verschuiven en de democratie onder druk staat. Het actualiteitsdeel gaat daarop in, mede via columns uit de VS en België, de debatrubriek ‘Dwars’ en een artikel over een nieuwe buitenlandpolitiek. Door alle geopolitieke verschuivingen staan idealisten, aanhangers van een op internationaal recht gebaseerde wereldorde, en realisten, zij die de idealisten naïef vinden en het recht van de sterksten erkennen, tegenover elkaar. Drie denkers bepleiten in deze CDV een derde weg, namelijk die van een assertief-tragische buitenlandpolitiek, die recht wil doen aan zowel het gelijk als het ongelijk van beide tegenovergestelde posities. Het is een houding die Europa op een gezonde manier zelfbewustzijn kan bijbrengen.
CDJA
Bij alle bezinning die we als CDV bieden, zijn we blij dat we een grote nieuwe lezersgroep mogen verwelkomen, namelijk de CDJA-jongeren. Dit is onderdeel van een intensieve samenwerking die het Wetenschappelijk Instituut met de jongeren is aangegaan; WI en CDJA hebben onderscheiden rollen maar willen beide het christendemocratische debat en het CDA voeden met ideeën, en zo bouwen aan een nieuwe generatie christendemocraten. Tegelijk zal CDV met ingang van dit jaar niet meer vier, maar drie keer per jaar verschijnen, wat ons de mogelijkheid geeft om meer met de gepubliceerde uitgaven te doen in de vorm van presentaties en debatten. Op die manier hopen we de ideeën en gedachten die aan het papier zijn toevertrouwd, nog meer te laten landen in de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin we graag de vrijheid verdedigen die Böckenförde bepleitte, maar waarin we ook recht zullen moeten doen aan het ervaren sociale onrecht in de samenleving, om dit pleidooi voor vrijheid en pluriformiteit in vruchtbare bodem te laten landen.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

