Integrale aanpak, maar dan ook religie en levensbeschouwing
Samenvatting
‘Wat een denkkracht heeft deze CDV over Afrika weten te bundelen.’ Dat was mijn gedachte toen ik het CDV-lentenummer las.1 Dat vind ik nog steeds, en daarom verdient de (kern) redactie complimenten. Meer aandacht voor de inhoudelijke rol van religie en levensbeschouwing had het nummer echter compleet gemaakt.
Wat ik vooral aansprekend vind aan het vorige CDV-themanummer is dat er aandacht is voor verschillende aspecten van beleid en dat die evenwichtig aan bod komen. Internationale betrekkingen onderhouden heeft betrekking op verschillende dimensies: culturele, economische, juridische, ethische, politieke en religieuze. Als een daarvan de andere gaat domineren, bijvoorbeeld de transactionele of economische variant, dan zou dat een teken aan de wand moeten zijn. De mens leeft immers niet bij brood alleen, plegen CDA’ers dan te zeggen.
Moreel onderscheidingsvermogen
Wat ik eveneens aansprekend vind is dat dit nummer mogelijke hypocrisie durft bloot te leggen en daarmee als het ware de oproep doet om moreel te durven onderscheiden. Dat betekent een moreel vraagstuk in al zijn complexiteit onder ogen zien en dan het onderscheidingsvermogen hebben om een keuze te maken en vervolgens de moed op te brengen daarnaar te handelen. Dit komt het duidelijkst naar voren in het artikel van Ad Corten over vluchtelingenbeleid. Nederland houdt vast aan het VN-Vluchtelingenverdrag en de verplichting om asielzoekers toe te laten, terwijl we tegelijkertijd hekken bouwen en asielzoekers terugduwen. Het resultaat: vluchtelingen die verdrinken, en overvolle vluchtelingenkampen (p. 106). Dat is hypocrisie; je beter voordoen dan je bent.
De vraag stellen of het vluchtelingenverdrag nog wel van deze tijd is, is een rode vlag. Onlangs liet Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant, in een gesprek met De Nieuwe Wereld weten hier terughoudend in te zijn uit angst populistische, destructieve krachten extra wind in de zeilen te geven.2 Dat is een reëel punt, want journalistiek opereert niet in een vacuüm, maar daar staat tegenover dat de huidige situatie het vluchtelingenverdrag structureel ondermijnt, met als mogelijk risico dat het op een dag opeens helemaal van tafel gaat.
Meer dan eigenbelang
Een thema waarop wellicht meer doordenking of doorwerking nodig is, is het discours waarbinnen ontwikkelingssamenwerking gerechtvaardigd wordt, en de rol van eigenbelang. Hier wordt door de redacteuren ook al op gewezen. Er wordt geregeld over ontwikkelingssamenwerking gesproken in termen als ‘naastenliefde’, maar ook ‘eigenbelang’ en ‘win-winsituaties’. De suggestie die daarvan uitgaat is dat er tenminste ook iets voor ons in moet zitten als we tijd, energie en geld investeren in andere mensen.
Waar komt dat redeneren vanuit eigenbelang vandaan, en uit welk vaatje tappen we dan eigenlijk? Het is enerzijds het vaatje waarmee calculerende burgers worden aangesproken, en anderzijds egoïstische burgers. In het eerste geval beloven we dat er voor hen ook wel wat in zit. In het tweede geval wijzen we burgers erop dat ze misschien wel een bepaald voordeel mislopen als ze ontwikkelingssamenwerking niet steunen. Of in het optimistische scenario: dat, als ze met andere mensen in de wereld samenwerken, 1 + 1 misschien wel 3 wordt.
Ontwikkelingssamenwerking is een morele, een rechtvaardige en een economische daad
Nu ben ik de laatste om te ontkennen dat politiek over belangen gaat, en over het vinden van het juiste evenwicht daartussen. Het probleem met deze tweeslag van naastenliefde en eigenbelang is echter dat die de suggestie in zich draagt dat naastenliefde op gespannen voet staat met eigenbelang. Maar dat hoeft niet. Politiek gezien is het zoeken naar overlappende belangen cruciaal, bijvoorbeeld om mensen net iets verder te laten springen dan ze uit zichzelf geneigd zijn te doen. Maar overlappende belangen, of gedeelde belangen zoals de redacteuren bepleiten, zijn iets anders dan eigenbelang. Terecht wijst Koch erop dat te veel sturen op eigenbelang onbedoelde, contraproductieve of zelfs immorele consequenties kan hebben (pp. 93-95). Bovendien: hebben wij altijd goed zicht op wat ons eigenbelang is, niet alleen persoonlijk, maar ook als land? Er zit dus ook iets willekeurigs in.
Het discours van het eigenbelang is sterk verbonden met de politieke traditie van het realisme. Nu staat de christendemocratie zeker ook in die traditie, maar het risico van politiek realisten is ook dat zij blijven hangen in denken van natiestaten en eigenbelangen, en zo het zicht op de wereldsamenleving, ‘ons gemeenschappelijk huis’, zoals wijlen paus Franciscus dat noemde, kwijtraken. Mensen zijn wereldwijd op duizenden manieren onderling verbonden, iets wat door de redacteuren terecht wordt aangemerkt als ‘lotsverbondenheid’ (p. 48).
Zou het wellicht een oplossing zijn om in het vervolg vanuit een drieslag te werken? Ontwikkelingssamenwerking is dan een morele (liefde), een rechtvaardige (ieder het zijne) en een economische (verantwoord omgaan met schaarse goederen) daad. Mustafa Amhaouch (p. 76) stelt bijvoorbeeld dat de echte vraag is: ‘Gunnen we iedereen een bepaald perspectief en een bepaalde levensstandaard?’ Wijlen Bob Goudzwaard sprak in het verleden over morele schuld:
The great gap between rich and poor countries is in fact a legacy of the colonial past of Western countries. Even if they didn’t directly exploit their countries, without exception they all failed to enable the peoples of these countries to start their own economic growth; all these countries should not break through the desperate cycle of ‘poverty – some prosperity – population growth – poverty’. So developmental aid is no generous gesture on the part of the West, but the payment of a moral debt.3
Angela Roothaan citeert Thomas Sankara, voormalig president van Burkina Faso: ‘Wij hebben geen schulden richting Europa. Europa heeft een schuld ten opzichte van ons. Zij hebben ons opgezadeld met enorme milieuschade’ (p. 57). Roothaan stelt ook dat het bedrag aan ontwikkelingshulp in het niet valt bij de winsten die worden behaald door het goedkoop weghalen van grondstoffen. ‘Afrikaanse landen mogen wel goedkope grondstoffen leveren, maar toch vooral niet meer dan dat’ (p. 57).
Dat religie een rol speelt en wat voor rol ze speelt
In genoemd themanummer staan twee prachtige passages over de rol van religie. Allereerst in het artikel geschreven door medewerkers vanuit de christelijke ontwikkelingssamenwerkingssector. Ten tweede in het interview met Angela Roothaan.
In het eerste artikel wordt gewezen op het feit dat sommige landen in Afrika bijna honderd procent religieus zijn en dat religieuze leiders en faith-based organisaties een cruciale rol spelen. Terecht benadrukken de auteurs dat deze contexten religieuze geletterdheid vereisen (pp. 119-120). Het risico van deze benadering is dat religie wordt gezien als handig instrument om sociale en politieke doelen te bereiken, en dat het daarbij blijft. Rekening houden met het feit dat religie dan een rol speelt, is dan genoeg. Maar het gaat hier ook om het wat: welke, wat voor rol speelt religie?
Mensen kijken ook naar de wereld vanuit een bepaalde religieuze wereldbeschouwing, en dat werkt door in hoe ze naar tal van vraagstukken kijken. De wereldbeschouwing in veel Afrikaanse landen is veel meer relationeel en spiritueel van aard dan die in het Westen. Mensen, dingen en dieren zijn knooppunten in een netwerk en doortrokken van levenskracht. Dit leidt ertoe dat God en schepping minder tegenover elkaar staan, maar veeleer met elkaar verweven zijn. Deze visie, die ook in het Westen weer in opkomst is, zou je volgens Roothaan ‘pantheïsme’ kunnen noemen (p. 56). De ubuntufilosofie hangt hier nauw mee samen, omdat de onderlinge verbondenheid van mensen hierin centraal staat. Het is niet Descartes’ ‘Ik denk dus ik ben’, maar ‘Ik ben omdat wij zijn’ (p. 56). Het gevolg hiervan is bijvoorbeeld dat slechte daden niet bestraft moeten worden, maar dat er herstel moet worden geboden aan de benadeelde in materiële zin, maar ook in het vertrouwen van de gemeenschap.
Zelf kwam ik in mijn onderzoek onlangs tegen dat er in Nigeria eigenlijk sprake is van twee publieke sferen. De ene publieke sfeer is degene die gecreëerd is tijdens de koloniale periode, met de daarbij horende instituties: nationale regering, nationale pers, een parlement, enzovoort. De andere publieke sfeer is gebaseerd op inheemse instituties en religieuze en culturele praktijken die sterk verbonden zijn met afstamming en etniciteit. Om in de eerste publieke sfeer te functioneren, zullen politici ook de laag aanboren zoals aanwezig in de tweede publieke sfeer, en kunnen lokale religieuze autoriteiten vanuit de tweede publieke ruimte opeens een verrassend grote rol spelen in de eerste publieke ruimte.4 Je kunt de samenleving en de politiek in Nigeria alleen begrijpen als je daarmee rekening houdt. De scheiding van religie en politiek zoals die destijds door Engeland werd geïntroduceerd, werkt dus niet zoals in het Westen.
Het gaat hier ook om de vraag wat voor rol religie speelt
Met religie het democratisch ethos versterken?
Onlangs verscheen het zoveelste rapport waarin wordt beschreven hoezeer islamistisch militant geweld in de Sahel toeneemt.5 Er zijn tal van rapporten verschenen die beschrijven wat hier de oorzaken van zijn en wat er kan worden gedaan om dit tegen te gaan. Religie is hierbij een van de zaken die niet moet worden vergeten, omdat zij kan helpen het democratisch ethos te versterken waarop religieuze diversiteit gedijt. In een van de interviews met religieuze leiders zoals wij die hebben afgenomen in Nigeria en Kenia als onderdeel van het JISRA-programma,6 kwam ik de volgende uitspraak tegen, waarin de religieuze leider in kwestie aangaf hoe de islam volgens hem geweld veroordeelt:
When you look at the way the universe has been created and even how God has created the world, he did not say that the whole world is for Muslims. The Quran talks about believers and non-believers. So believers meaning Muslims and non-believers are those who don’t believe in those things. So when the Quran is using that word, it means that they exist. By killing, what do you say? You want to eliminate. So nobody told you to eliminate. Because God even recognizes, the Quran recognizes there are those who will believe it and there are those who are not going to believe it.
Vervolgens betoogt diezelfde religieuze leider hoe de islam kan bijdragen aan een pluriforme samenleving:
If somebody is a Muslim, and he’s your relative, and he’s your neighbor. He has three rights over you. He is a Muslim, he is your neighbor and he is your relative. He has three rights over you. Another one is a Muslim and he is your neighbor, but he is not your relative. He has two rights over you. Another one is not a Muslim. He is just your neighbor. That person has one right over you. So it gives everybody its recognition. For example, my relatives sometimes in Islam says I have a responsibility of directly providing for my relatives. For example, my brothers and my sisters, I am better off than them, then I have a responsibility of providing for them. The same happens to my neighbor. If my neighbor today does not have lunch, whether he’s a Muslim or not a Muslim, I am mandated to ensure that his children and his people are fed. So I cannot just sit there and say that we are not Muslims, I am not going to give them. I have a responsibility. If they have a problem of health that I can help, I am supposed to help them. So if that religion can recognize the rights of a non-Muslim and tell him that it is your neighbor, he has a right over you in terms of providing for him food, shelter, medicine. Then which is the one that tells you to go and kill an innocent life(s).
Conclusie
Mocht het CDA ooit verweten zijn een machtspartij te zijn op zoek naar ideeën, dan is het lentenummer het bewijs dat het CDA een partij met ideeën is, op zoek naar macht. Er wordt op tal van terreinen nagedacht over een verantwoordelijke verhouding tot het Afrikaanse continent. Daarbij zijn pijnpunten, kritiek en noodzakelijke reflectie niet geschuwd.
Met mijn voorgaande reflectie heb ik de noodzaak van integraal beleid richting het Afrikaanse continent willen onderstrepen. Dat betekent ook dat religie als factor en als wereldbeschouwing serieus moet worden genomen. Daarnaast zit er ook een bescheiden oproep in om situaties van hypocrisie met wijsheid en moed tegemoet te treden. Ten slotte bevat mijn reflectie een constructieve kritiek op het naastenliefdeeigenbelang-discours, en reikt ze een alternatief aan dat moreel, rechtvaardig én economisch is.
Noten
- 1.Christen Democratische Verkenningen 45 (2025), nr. 1 (Afrika op een kruispunt). De paginanummers in het volgende artikel verwijzen naar genoemd CDV-nummer.
- 2.De Nieuwe Wereld, ‘Hoofdredacteur Volkskrant: “Mainstream media worden constant aangevallen!” | #1941 Pieter Klok’, YouTube, 14 mei 2025. Zie https://www.youtube.com/watch?v=ntvDhSvHkwo
- 3.Bob Goudzwaard, A Christian political option. Toronto: Wedge Publishing Foundation, 1972, p. 49.
- 4.Stephen Ellis, This present darkness. A history of Nigerian organized crime. Oxford/New York: Oxford University Press, 2016, pp. 194-195.
- 5.Africa Center for Strategic Studies, ‘The shifting front of militant Islamist violence in the Sahel’, 7 april 2025. Zie https://africacenter.org/spotlight/militant-islamist-violence-sahel
- 6.JISRA staat voor Joint Initiative for Strategic Religious Action. Het onderzoek in het kader waarvan de genoemde interviews zijn afgenomen, moet nog worden gepubliceerd. De twee volgende, Engelstalige citaten zijn afkomstig uit hetzelfde interview.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

