Water als bron van gerechtigheid
Samenvatting
Water en religie vormen een hecht verbond. Wie kijkt naar de rituele dimensie van religies, ziet de grote betekenis van water.1 In het jodendom en de islam spelen rituele wassingen en baden een belangrijke rol. In het christendom is water onlosmakelijk verbonden met de doop. In het boeddhisme keert water terug in het begrafenisritueel. Het hindoeïsme kent water een spiritueel reinigende kracht toe.2 Daarnaast heeft water belangrijke mythische dimensies die de theologie voeden.
Water is leven en dood
Wanneer ik mij – gezien mijn achtergrond en deskundigheid – beperk tot de Bijbel, valt op dat water daar zowel een positieve als een negatieve lading heeft. Bovendien wordt onderscheid gemaakt tussen zee, rivier, hemelwater en bronwater. Vooral de zee is in de Bijbel ambigu: zij symboliseert het chaotische water van de oervloed dat naar de randen – in de beeldtaal van toen – van de wereld is teruggedrongen (Gen. 1:6-10). De rivier daarentegen heeft eerder paradijselijke connotaties. In de tuin van Eden ontspringt een rivier die zich splitst in vier stromen met poëtische namen (Gen. 2:10-14). Tegelijk zijn rivieren grensgebieden tussen leven en dood, zoals de Jordaan bij de intocht in Kanaän. Hemelwater wordt vaak gezien als zegen, zeker in het licht van de voortdurende dreiging van droogte. Toch kan regen ook verwoestend zijn: denk aan slagregens of de zondvloed (Gen. 7). Bronwater geldt als overwegend positief. Het welt spontaan op, hoewel soms diep gegraven moet worden. Bronnen zijn plaatsen van ontmoeting. In het Johannesevangelie blijkt Jezus zelf de bron van levend water (Joh. 4). Toch is ook bronwater geen rustig bezit; bronnen kunnen droogvallen of vergiftigd raken. Kortom, met water moet je voorzichtig zijn en je moet er zuinig op zijn. Water is dood én leven. Deze theologische grondtoon kan behulpzaam zijn voor een christendemocratische visie op water. Denk bijvoorbeeld aan de discussie over het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan watermassa’s of rivieren.3 Dat ligt mijns inziens gezien de ambiguïteit van water niet voor de hand; hoe kun je bijvoorbeeld het water voor de rechtbank dagen als mensen en dieren verdrinken door een overstroming?
Een groen land voor iedereen
Voorzichtigheid en zuinigheid met water zijn Bijbels-theologisch én christendemocratisch essentiële invalshoeken. Paus Franciscus onderstreept dit in zijn encycliek Laudato Si’.4 Hij wijst daarin op het belang van voldoende en schoon water voor iedereen, en op eerlijke toegankelijkheid – onder meer als pleidooi tegen de privatisering van waterbronnen. Onzorgvuldig omgaan met water heeft desastreuze gevolgen voor mens, dier, plant en de aarde als geheel. In de Bijbel is droogte een vloek, regen een zegen, en een groen land het ideaal – en wel voor iedereen. Waar dat ideaal onder druk staat, is ook de gerechtigheid in het geding. Dat vraagt dus om rentmeesterschap. Voor een christendemocratische partij is gerechtigheid dan ook een dimensie die niet mag ontbreken, naast ecologische overwegingen.
Rentmeesterschap betreft zowel de beschikbaarheid van water als het betrachten van voorzichtigheid en het streven naar waterveiligheid. Dat zit ons als Nederlanders, mede door schade en schande wijs geworden, in het bloed. We hebben geleerd het water te beheersen en ruimte te geven. Het programma Ruimte voor de Rivier laat zien hoe rigide beheersing kon omslaan in veerkrachtig beleid.5 Tegelijk maken recente schandalen rond watervervuiling pijnlijk duidelijk dat ook wij nog te vaak achteloos omgaan met water. De kennis die wij hier hebben opgebouwd, moeten we delen met regio’s waar die kennis ontbreekt of waar de omstandigheden nijpender zijn. Water is leven én dood. Dat wij in staat zijn het tot bron van leven te maken, schept verplichtingen. Jegens onze kinderen, kleinkinderen én de wereld. Wij kunnen en moeten water tot bron van gerechtigheid maken.
De zee was niet meer
De klimaatcrisis geeft zuinigheid en voorzichtigheid met water een nieuwe urgentie. Rentmeesterschap invullen als (inter)nationale dijkwachters volstaat niet langer. Er is een nieuwe balans nodig: tussen rentmeesterschap en gerechtigheid. Minder controle over de natuur, meer controle over onze ecologische voetafdruk en een eerlijkere verdeling van de lasten. Gezien onze geschiedenis mag van ons veel worden verwacht.
We mogen ons daarbij bemoedigd weten door een teken en een visioen. Het teken is de regenboog, die ons herinnert aan de belofte dat wij niet zullen verdrinken. Het visioen is dat van Johannes: ‘[…] en de zee was niet meer’ (Op. 21:1). Voor de liefhebber van open water een pijnlijke gedachte. Voor wie echter geboren is onder een minder gunstig gesternte, zonder waterbescherming of de mogelijkheid te vluchten, een bevrijdend uitzicht. Water is een gave en een opgave. Naar beste weten zullen wij er als rentmeesters zuinig en zorgvuldig mee omgaan – zodat het een bron van gerechtigheid wordt en blijft.
Noten
- 1.Het denken in dimensies als kenmerkend voor godsdiensten is ontleend aan het werk van Ninian Smart. Zie Ninian Smart, Godsdiensten van de wereld. Kampen: Kok, 2003, pp. 11-33.
- 2.Frans Wijsen, ‘Water: toegang tot leven’, Handelingen: Tijdschrift voor praktische theologie en religiewetenschap 48 (2021), nr. 3, pp. 4-5.
- 3.Uiteraard wordt ook hierover verschillend gedacht door theologen. Zie: Wilfred van de Poll, ‘De afgelopen jaren kregen enkele rivieren rechten. Heeft dat zin?’, Trouw, 24 juli 2024.
- 4.Paus Franciscus, Laudato Si’. Encycliek over de zorg voor het gemeenschappelijke huis. Vaticaanstad/ Utrecht: Libreria Editrice Vaticana/Secretariaat van het Rooms-Katholiek Kerkgenootschap, 2015, § 27-31.
- 5.Zie Rijkswaterstaat, ‘Ruimte voor de rivieren’. Zie https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/bescherming-tegen-het-water/maatregelen-om-overstromingen-te-voorkomen/ruimte-voor-de-rivieren (geraadpleegd 29 april 2025).
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

