MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Artikel indienen
  • Abonnementen
    • Abonneren
    • Proefabonnement
  • Over CDV
    • Redactie
    • Adverteren
    • Links
    • Contact
Inloggen

Registreren
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 2025 / nummer 2
PDF  

Laten we stoppen met het overdadige en vervuilende misbruik van water

Gerard Adelaar, Jan Jacob van Dijk, Hein Pieper, Jan Prij
17 juni 2026

Samenvatting

Een grote waternood komt steeds nadrukkelijker op Nederland af. Die omvat overstromingen, verzilting, droogte en vergiftiging. Het is de hoogste tijd dat bestuurders en politici hun verantwoordelijkheid nemen, keuzes maken en de samenleving onderdeel maken van de verandering. In een andere omgang ermee is water een bron waaruit wij inspiratie putten om in balans te leven met de rest van de natuur.

Droge voeten, voldoende water en schoon water zijn van levensbelang. Voor de meeste Nederlanders zijn het vanzelfsprekendheden. Velen horen en zien wel berichten over klimaatverandering en vervuiling, maar ervaren weinig urgentie aan den lijve.

Toch dreigt een waternood – in de vorm van overstromingen, verzilting, perioden van droogte, vergiftiging van water, enzovoort. Onze verhouding met water lijkt zoek. Reden om het thema in dit nummer te problematiseren.

Belang en urgentie van de waterkwestie

Voor Nederland als delta, als waterland en als gemeenschap van polderaars, is het in goede verhouding staan met het water van levensbelang geweest. Al was het alleen maar omdat dijken ons beschermen tegen de verwoestende kracht ervan. Dat werd ook wel als een opdracht ervaren waarin noodzaak en roeping samenkwamen. ‘God schiep de aarde, en de Nederlanders schiepen Nederland.’

De strijd tegen het water is voor Nederlanders een kwestie van leven en van dood, die nieuwe nadruk krijgt met hoosbuien en hoge waterstanden door klimaatverandering. Ook krijgen we steeds meer te maken met verzilting van akkers en perioden van droogte. Dergelijke vraagstukken van klimaatverandering zeggen iets over de onhoudbare levensstijl van vooral de westerse mensheid.

Intussen zorgen Nederlanders ook binnen de dijken slecht voor het water en de natuur. Tot voor kort leek dat van minder direct levensbelang dan de kwantiteitsbeheersing. Het vraagstuk van waterkwaliteit in de vorm van vervuiling met medicijnen, pfas en pesticiden is echter ook steeds meer in de buurt aan het komen van wat de menselijke gezondheid nog aankan. Keuzes zijn nodig, maar worden niet gemaakt.

Moet de wal het schip dan maar gaan keren, zoals de defaitistische koers van de diverse kabinetten tot dusverre is geweest met betrekking tot stikstof? Een beetje lijkt het daar al op; misschien is het al aan het gebeuren. Enkele voorbeelden:

  • De Europese Commissie is een inbreukprocedure gestart tegen Nederland wegens het niet voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
  • Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft bij de Raad van State beroep aangetekend tegen het plan van de gemeente Zuidplas om een geheel nieuw dorp te laten verrijzen in een polder die ver onder NAP ligt. Volgens het hoogheemraadschap biedt het waterbouwkundig plan te weinig comfort inzake het waterbeheer voor de toekomstige bewoners.
  • Financiële instellingen analyseren op postcodeniveau de kwetsbaarheid voor klimaatrisico’s en gaan zich meer en meer de vraag stellen of ze bestaande (!) en nieuwe bouw nog willen verzekeren tegen het overstromingsrisico of juist het risico van schade door droogte.
  • Drinkwaterbedrijven waarschuwen dat nieuwe woningbouwgebieden niet zonder meer de beschikking zullen hebben over schoon water, en waterschappen geven aan dat in de toekomst een rioolaansluiting niet overal beschikbaar is.

Misschien vragen we wat veel van dit kleine stukje ingepolderde aarde

Je zou kunnen stellen: misschien vragen we wat veel van dit kleine stukje ingepolderde aarde.

Verder van huis is er de last van onze buitensporige voetafdruk op de natuur en mensen in andere delen van de wereld. Via de import van voedsel en andere producten verbruiken we absurde hoeveelheden water en verarmen en vergiftigen we het eten en de leefomgeving van velen. Buisman beschrijft daarvan in dit nummer indringende voorbeelden.

Voorbij de maakbaarheid

Wat zegt dit alles over de dwaze inrichting van ons leven, onze bestuursstijl en de rol van de christendemocratie daarin? Hoe zijn we in dit troebele vaarwater terechtgekomen? Hoe komt het dat niet alleen op de grote schaal van het klimaat maar ook binnendijks een mentaliteit lijkt te heersen van ‘na mij de zondvloed’?

Stikstof is maar een stofje, en zo is dat ook met H2O. Juist versmalde discussies over ‘stofjes’ illustreren echter de instrumentele blik die verwoestend uitwerkt en de bodem onder onze eigen voeten verziekt, evenals het water als de bron van leven. Ook christendemocraten zijn daarbij geweest, gezeten op bestuurlijke en politieke posten. Hoe dan ook, kortzichtige financieel-economische belangen hebben de afgelopen decennia geprevaleerd, zoals de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) recent beschreef.1

In dit CDV-nummer verkennen we de ernst van de waternood in Nederland op verschillende terreinen, en formuleren diverse auteurs antwoorden hierop. Welke beschouwende, maatschappelijke en politieke kritiek is denkbaar die een andere manier van leven zichtbaar maakt? En hoe zijn alternatieve perspectieven op een vruchtbare manier politiek en maatschappelijk in te brengen?

Zo kan en mag het niet langer, betogen de auteurs van dit nummer stuk voor stuk. Laat bodem en water toch eens leidend zijn, in plaats van hierop onze ongebreidelde uitbuitende blik en handelingen los te laten. Er is een hernieuwde balans met water nodig, en daarmee moeten we vandaag nog beginnen.

De maakbaarheidshouding is het probleem, zo betogen Van Dijk en Pieper. Een christendemocratische benadering zou zijn om water en bodem te laten leiden. Dat betekent bijvoorbeeld: meer ruimte om water op te vangen om tekorten tegen te gaan, én ruimte voor water om ernstiger overstromingen vóór te zijn. En ook: water aan de bron schoonhouden, in plaats van het ‘end-of-pipe’ te zuiveren. Ook Europarlementariër Ter Laak bepleit dit: goed waterbeheer moet het vertrekpunt vormen van beleid.

Hierbij past een andere rolverdeling tussen overheden en samenleving. Boot, Pelzer en De Graeff stellen voor hoe het zou kunnen. Met tijdelijke ruimtelijke plannen verschuift de rol van de overheden van het bieden van waarborgen naar het hanteerbaar maken van onzekerheden.

Schaap en Veerman zijn wat somber over de verantwoordelijkheid die politici durven te nemen. Kunnen wij, kan onze democratie dergelijke keuzes aan? Maatregelen zonder direct voelbare urgentie zijn nu eenmaal democratisch lastig te verkopen.

Niettemin roepen de vraagstukken bestuurders en politici op om verantwoordelijkheid te nemen. De Ridder en Douwstra laten zien hoe zij vanuit de politiek-bestuurlijke praktijk de strijd tegen het water omvormen naar een samenwerking met het water, in kwantiteit en in kwaliteit, en welke vraagstukken zij daarbij tegenkomen. De Vet bepleit een fundamentele herwaardering van waterbeleid, ook in het verkiezingsprogram, met een fundamentele focus op ecologie, innovatie en rentmeesterschap.

Agrariërs en hun financiers hebben door hun omvangrijke landgebruik een cruciale rol in het behoud van voldoende schone waterbronnen, zo brengt Datema, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank, naar voren.

Om aan de instrumentalistische blik voorbij te komen, laten ook een theoloog (Mourik) en een poëet (Simons) licht op het water schijnen.

Van den Heuvel tot slot beschrijft hoe in een frivolere omgang met water vele lessen besloten liggen om ook de kanaliserende controlerende manier van leven, besturen en politiek bedrijven in bredere zin achter ons te laten.

Naar een duurzame verandering

In een andere omgang ermee is water niet een middel om verschillende kortetermijndoelen en deelbelangen te behartigen, maar de bron waaruit wij inspiratie putten en waarmee we onze dorst naar gerechtigheid lessen. Zolang we H2O kunnen zien en ervaren als water, is de hoop daarop niet verdampt. Hier volgen dan ook enkele rode draden uit de bijdragen aan dit nummer:

  • Maak keuzes, schuif ze niet meer vooruit. Niet alles kan.
  • Maak mensen, organisaties en bedrijven onderdeel van de verandering. Ga met de samenleving een duurzame verandering aan.
  • Veranderingen op systeemniveau zijn gewenst. Inspanningen op persoonlijk niveau zetten nu te weinig zoden aan de dijk en worden zelfs ontmoedigd. Door veranderingen op systeemniveau kan hiervan een krachtige collectieve inspanning worden gemaakt. De spelregels voor bedrijven en particulieren moeten worden aangepast.
  • Versnel de transitie naar het verbieden van vervuilende stoffen, vervang zuivering achteraf door het schoonhouden aan de voorkant, en zorg voor meer hergebruik. Dit is niet alleen natuurlijker, maar uiteindelijk ook goedkoper.
  • Financieel-economische belangen op korte termijn kunnen niet meer prevaleren.
  • Kom tot een realistische beprijzing van vervuiling in plaats van de kosten af te wentelen. Wie vervuilt, betaalt.

Weinig is mooier dan het herstel van een gebalanceerde omgang met de rest van de natuur

Doe dit alles niet alleen uit noodzaak of vanuit een krampachtig moralisme, maar uit verbeeldingskracht. Weinig is mooier dan het herstel van een gebalanceerde omgang met de rest van de natuur.

Noot

  • 1.Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Falen en opstaan. Naar een doeltreffende aanpak van problemen in de leefomgeving. Den Haag: Rli, mei 2025.
Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0167-9155


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Nummer 2, zomer 2026

ABONNEER je nu Laatste editie VORIGE editie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Christen Democratische Verkenningen
t.a.v. drs. M. Janssens

Postbus 30453
2500 GL Den Haag

marc.janssens@wi.cda.nl

 

 

 

Administratie

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

088-0301000

klantenservice@boom.nl