De centrale vraag – kiezen we voor vrijheid en pluriformiteit, of voor de schijnbare daadkracht van een homogene gemeenschap onder een sterke leider? – wordt scherp neergezet in de fictieve dialoog tussen Ernst-Wolfgang Böckenförde en Carl Schmitt. Hun tegenstelling vormt het vertrekpunt voor een bredere verkenning van de waarden die een democratische rechtsstaat dragen.
Uit diverse bijdragen blijkt hoezeer de democratische gezindheid afbrokkelt, vooral onder jongeren, die antidemocratische opties eerder accepteren als dit helpt om urgente problemen voortvarend aan te pakken. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat populisten niet uit het niets zijn opgekomen, maar in een leegte zijn gedoken die de gevestigde partijen hebben achtergelaten. Marktwerking, complexe regelgeving en een overheid die burgers soms laat barsten als het erop aankomt hebben het vertrouwen uitgehold en ruimte geboden aan simplistische oplossingen.
Interviews met onder anderen René Paas en Henri Bontenbal laten zien hoe urgent herstel van vertrouwen is. Bontenbal ziet het huidige minderheidskabinet als 'een oefening in democratisch ethos', maar erkent dat politiek en overheid eerst moeten leveren voordat morele appellen weer geloofwaardig worden. Daarnaast pleit Pieter Jan Dijkman voor een herziening van het CDA-beginselprogramma, om de partij opnieuw te wortelen in haar eigen uitgangspunten en opnieuw een emancipatiebeweging te kunnen zijn.
Het actualiteitsdeel verkent de geopolitieke verschuivingen die idealisten en realisten tegenover elkaar plaatsen, en introduceert een derde weg: een assertief-tragische buitenlandpolitiek. Tot slot verwelkomen we de CDJA-jongeren als nieuwe lezersgroep, waarmee CDV inzet op verdieping én vernieuwing van het christendemocratische debat.


